Vanaf het moment dat Anke Roder zich in Noord-Groningen vestigde, werden de landbouwgebieden en de waddenkust haar belangrijkste onderwerpen.
De openheid van het vlakke polderland en het fletse waddenlicht vinden in haar schilderijen weerspiegeling in uiterst sobere, verstilde composities die zich sterk richten op de materie. Haar landschappen en zeegezichten zijn geschilderd op tegen elkaar bevestigde, gevonden houtblokken. De lange voren tussen de blokken fungeert als horizon en verdeelt, formeel en materieel, boven en onder.
De bovenste delen van de werken zijn beschilderd met gepigmenteerde bijenwas- een materiaal, waarmee een diffuse waas van kleur kan worden gerealiseerd-,
de onderste, met brede streken olieverf-, die een substantiëler effect sorteren. Worden in de werken die ze naar aanleiding van het haar omringende landschap maakt, inhoud en materie voortdurend tegen elkaar uitgespeeld, in haar wasschilderingen van bloemen en planten draait het vooral om de gevoelige kleurlyriek en in de bijenwas verzonken, fragiele vormen.
HAN STEENBRUGGEN, Museum Belvédère Heerenveen
‘Laag over laag wordt er een ruimtelijkheid opgebouwd, waardoor het schilderij een diepte krijgt, zonder concreet te worden. Vooral bij de tere plantstructuren werkt dit goed, dankzij de duidelijke vorm op de voorgrond, die hier en daar in de mistige achtergrond wordt opgenomen.
Het heeft de zelfde uitstraling als Chinese inktschilderingen gebaseerd op ‘chi Yan’ waarbij in een meditatieve toestand en uiterst geconcentreerd in een paar streken symbolische plant- en diervormen worden geschilderd. Hoewel dit niet haar directe inspiratiebron vormt, bestaat er wel een bepaalde overeenkomst in de benadering van haar onderwerpen.
Encaustiek vraagt een heel andere werkwijze dan inkt. Om een gewichtloos en toch krachtig beeld te bewerkstelligen met zoveel materie is niet eenvoudig. Anke Roder is daartoe in staat. Zij isoleert vormen van zeewier en tere bloemetjes en legt daarmee nadruk op de essentie hiervan. Zij heeft gekeken en geanalyseerd wat de kracht is van de vele botanische tekeningen die er zijn gemaakt ten tijde van de grote ontdekkingsreizen van de zestiende en zeventiende eeuw. Juist door het ontbreken van een achtergrond, een context, wordt de aandacht volledig naar de uitgebeelde plant toegetrokken en geeft het idee en blauwdruk te zijn van al zijn soortgenoten. Dit draagt een enorme schoonheid uit, alsof er even een blik wordt gegund op het begin van de schepping.
De zeelandschappen van Roder zijn aardser qua beeld en uitwerking. Haar fascinatie voor dit onderwerp is goed te begrijpen als verlengde van de basale poëtische plantvormen. Beide onderwerpen dragen een soort oerbeginsel uit. Wat is er elementairder dan een watervlakte en daarboven de lucht ? In lucht en water zonder menselijk element zoals een bootje, zwemmer, of boortoren, kun je volledig opgaan, deel worden van de elementen en het leven als abstractie ervaren. Het enige dat er dan nog toe doet is het zand onder de voeten en de oneindige ruimte van lucht en luchtweerspiegeling. Zo kan het zijn op de Balg, het oostelijkste puntje van Schiermonnikoog.
Dat die elementen zo aanwezig zijn wordt nog eens extra versterkt door de scherpe tweedeling die ontstaat door de horizon. Door bij sommige zeelandschappen ook te kiezen voor olieverf in de onderste helft, wordt de tweedeling extra benadrukt. Puur door het licht, de weersgesteldheid, het jaargetijde, wordt de schakering van kleur bepaald. Met meerdere momentopnamen naast elkaar wordt het wezen van de zee blootgelegd.
MARIJE BOUMAN, Friesch Dagblad
De landschappen van Anke Roder lijken zonder begin of eind te zijn. Zowel in hun uitgestrektheid over het oppervlak van het schilderij, als in de diepte zijn ze eindeloos. Meestal is er niets, geen mensfiguur of ding, waarop de blik zich kan fixeren. Er is een indruk van zee, lucht, een bergkam, een meer, een kust of een veld, Maar soms verschijnen er bloemen en grassen in de landschappen, soms tekent een bloem zich scherp af tegen een veld waarin andere bloemen zich oplossen. Die ene bloem vormt het entree tot het schilderij. Vreemd genoeg is het de bloem die door Anke Roder als laatste wordt geschilderd. Het is de sleutel tot het sluitstuk van het schilderij.
Vaak is er een dialoog tussen de felle bloem op de voorgrond en een bloem of takje in de wazige achtergrond. Via de bloem kijk je door alle lagen van het schilderij heen, langs plantvormen die nog juist zichtbaar zijn, waardoor een ademhaling voelbaar is.
Een schilderij is voor Anke Roder alles wat in de achtergrond gebeurt. Schilderen is voor haar als een wandeling of het volgen van een stroom. ‘Ik weet van te voren niet hoe het landschap eruit zal zien of hoe het schilderij wordt. Als ik werk, ervaar ik vooral een lichtheid van handelen, waarbij het is alsof de schilderijen zichzelf maken. Kleur, beweging en stroming in landschap en lucht komen tijdens het schilderen samen. Soms is het nodig om de lucht of het landschap over te schilderen, omdat de eenheid uitblijft. Maar op een dag is het schilderij af. Waarom is het af ? Misschien is het nooit af.’
FLORETTE DIJKSTRA catalogustekst ‘Silent landscapes & flowers’