Tekst over

ANKE RODER (1964) studeerde aan de academies in Maastricht en ‘s-Hertogenbosch.
Na ateliers in ‘s-Hertogenbosch, het rivierengebied Heerewaarden en Rotterdam en enkele buitenlandse werkperiodes werkt zij nu sinds enkele jaren in Zandeweer, Noord-Groningen.
Water- en kustgebieden zijn altijd van grote invloed op haar werk geweest.
De openheid van het vlakke polderland met de hoge luchten en de reflecties van het water geven het licht alle ruimte.
Kenmerkend voor de landschappelijke schilderijen is de aanwezige horizon die de tweedeling zowel in kleur als in materiaal bepaalt.
De lucht in encaustiek ( bijenwas met pigment) is vloeiend en semi transparant in vele lagen geschilderd. Water of land zijn in pasteuze olieverf tot de essentie geabstraheerd. De tegenstelling tussen die twee materiaalsoorten bewerkstelligt een ervaring van ruimtelijkheid. De blik kan ver weg kijken in de lucht, maar ook de olieverflijnen volgen als de lijnen in een landschap.
De objectmatige schilderijen op hout verbeelden licht- en kleurwerking van een landschappelijke omgeving, waarbij de kleurklank en de lichtreflecties herinneren aan meteorologische observaties.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________

Abendstimmung 2016

Abendstimmung 2016

LICHTREFLECTIE

Licht is nodig om te zien, vervolgens onderscheidt men de nuances van kleur maar ook de vormen van bijvoorbeeld schaduwen, bepaald door het licht.
Het schaduwgedeelte onderin het schilderij wordt veroorzaakt door een bewolkte ruimte die zich boven ons bevindt en die niet zichtbaar is in de lucht op het schilderij.
De positionering van de kijker bevindt zich aan de rand van het waar te nemen landschap, de horizon zal altijd op afstand blijven.

De ruimte houdt niet op bij het boeiende raakvlak tussen hemel en water.
Achter de dijk gaat het licht verder. Het licht bij de horizon zal alleen in het gebied dat zich achter de horizon bevindt, gereflecteerd worden.
Elk schilderij is een reflectie over licht, kleur, materie, ruimte en vrijheid.
De vrijheid wordt in hoge mate bepaald door de verf.

Encaustiek in het luchtgedeelte is een oude verftechniek, die ontdekt werd door de Egyptenaren, die er hun beroemde mummie portretten mee schilderden.
De pure bijenwas wordt au bain marie verwarmd tot ongeveer 80 graden, waarna gekleurd pigmentpoeder toegevoegd wordt.
Niet alle pigmenten zijn bestand tegen de verhitting, sommige verkleuren onder invloed van warmte of door het contact met de bijenwas.
Naast enkele synthetische pigmenten worden vooral natuurlijke pigmenten gebruikt, fijngemalen halfedelstenen, schelpen, koraal, groene aarde en in de primaire kleuren de hedendaagse pigmentsoorten.
De vloeibare verf wordt in vele lagen over elkaar geschilderd, elke tussenlaag wordt geëgaliseerd, en door al die lagen ontstaat transparantie.
Deze niet-materie van de lucht verbeeldt in de gelaagdheid de ruimte van gedachtes, associaties en het proces van het maken.
Aan de randen van het schilderij blijft de geschiedenis zichtbaar, alle kleuren vloeien ook over de randen.

De horizon is tevens de scheidingslijn voor wat betreft materie.
Het landschappelijke gedeelte van het schilderij wordt met olieverf geschilderd.
De tastbare materie benadert aarde en water, de schittering in het landschap, de lijnen, de beweging.
Het is een heel andere manier van schilderen, in enkele lagen wordt de verf dekkend geschilderd, waarbij de onderlaag haar eigen verfwetten dicteert.
Dit toeval is inherent aan de ervaring van vrijheid van de totale ruimte, zoals je die in kustgebieden nabij zee kan ervaren: met een horizon die alle windrichtingen verbindt en die de licht- en schaduwwerking van voorbij glijdende luchten toont.

__________________________________________________________________________________________________________________________

Lichtreflectie 2015

Klein eerbetoon.

De grote Portugese dichter Fernando Pessoa schreef in 1915 het gedicht ‘Wanneer de lente komt’.
De eerste strofe daarvan luidt, in een vertaling van August Willemsen:
‘Wanneer de lente komt
en als ik dan al dood ben
Zullen de bloemen net zo bloeien
En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar.
De werkelijkheid heeft mij niet nodig.’

Uit dit gedicht spreekt de relativering van het menselijk gedoe, al het geworstel en geploeter om er wat van te maken terwijl er een constante is; de zekerheid dat er morgen weer een dag is met wisselend licht, net iets anders dan vandaag of gisteren, van uur tot uur anders, van dag tot dag en van seizoen tot seizoen. Dat zal er allemaal zijn, ook als ik dood ben.

De kunstenares Anke Roder (1964), die afgelopen maand zo voortreffelijk haar dagelijkse bijdrage heeft geleverd aan Kunst van de Dag, probeert dat constante dat steeds anders is, in haar schilderijen te vatten, als herinnering aan dat wat was en als zekerheid van dat wat komen zal, ook als we niet meer zullen zien.

Zij grijpt in haar kenmerkende schildertechniek – de encaustiek – naar het licht van het lege land dat zij heeft gevonden in Zandeweer, Noord-Oost Groningen, nabij het Waddengebied. Encaustiek is een eeuwenoude techniek die gebruik maakt van pigmenten die gemengd zijn met vloeibare (bijen)was. Met warme spatels wordt de verf op het paneel opgebracht. Roder doet dat laag op laag waarbij de tussenlaag eerst wordt geëgaliseerd alvorens er een nieuwe laag op aan te brengen, wat nog te zien is aan de randen van het schilderij. Zij combineert de encaustiek met harsolieverf voor het aardse deel van het schilderij, het deel dat onder de alsmaar wijkende horizon zit.

Recensenten hebben het vaak over een gelaagd schilderij en ook over transparantie. Gaat u voor een schilderij van Anke Roder staan en u ziet wat bedoeld wordt, zoals bij dit schilderij, ‘Lichtreflectie’.

Juni vorig jaar had Roder een tentoonstelling in Museum Belvedere (Heereveen) waarbij zij 365 dagschilderijen van elk 21 x 18.5 cm. toonde, als één werk naast elkaar opgehangen. Een kaleidoscoop van 365 verschillende soorten van licht van het oerlandschap. Een poging een impressie te geven van de onmetelijke ruimte en van lichtreflecties. En van iets wat je vrijheid zou kunnen noemen.

Bij die tentoonstelling verscheen een publicatie die aan dit project was gewijd onder de titel Zon Maan Wolken (99 Uitgevers, Haarlem).
Zie ook Kunst van de Dag van Erica Scheper, 7 maart 2015, dat ook een klein eerbetoon aan het werk van Anke Roder was.

© Copyright 2015: Jaap Röell. galeries.nl / kunst van de dag 1-6-2015

MB 004
Lost Horizon
We reden van Groningen naar Friesland. Daar heb je veel horizon was ons verteld, meer dan elders in het land. In Groningen ook, maar Friesland is beter.
Voor een echte horizon kan een land niet leeg genoeg zijn.
Maar dat viel tegen. Waar we ook keken, overal stond wel een kerk, een dorp, bomenrijen, boerderijen, schuren en opnieuw bomen. Niks leeg land.
Wat is de horizon ? Dat is een lijn die van links naar rechts over een blanco stuk papier of doek getrokken wordt. Schilders beginnen zo met hun landschappen. Het gekke van een horizon is dat het ongrijpbaar is. Het ontwijkt ons hardnekkig. Al loop of rijd je er nog zo hard naartoe, de horizon beweegt even hard naar achteren. Je komt er nooit. Achter elke horizon is weer een horizon. Maar wat ook gebeurt, is dat als je een ladder beklimt, de ladder mee omhoog klimt. Of, als je op je buik op de grond gaat liggen de horizon dat ook doet. het is net of de horizon met draden aan je ogen vastzit. De maan heeft die vreemde eigenschap ook. Je stapt in een auto van Groningen naar Maastricht, maar de maan reist mee. De maan vertrekt gelijk met ons uit Groningen en komt op dezelfde tijd als wij in Maastricht aan. Raadsels.
Als kind vraag je je op het strand al af wat er achter de horizon is te zien. Misschien niks. Misschien houdt de aarde daar gewoon op. Neenee zeiden de grote mensen, achter de horizon ligt een land dat Engeland heet.
We tuurden tot we scheel zagen, maar geen stukje Engeland te zien.
Op het platteland lijkt de horizon verdwenen. Om toch de horizon te zien weken we uit naar Museum Belvédère in het Friese Oranjewoud. Daar hangen 365 schilderijen waarop nadrukkelijk de horizon aanwezig is. In alle stemmingen, weersomstandigheden, jaargetijden en kleuren. Die werden, zoals onlangs in de krant stond, geschilderd door Anke Roder uit het Groningse Zandeweer. De horizon ligt dus vlak bij haar huis. Toen wisten we waar we moesten zijn en volgden vol verwachting de borden richting Zandeweer.
ERIC BOS visualia.nl Dagblad van het Noorden mei 2014

5-03-2013

‘Ach de maan… Als kind vroeg mijn zus een keer aan mij en enkele vrienden of we haar na konden doen.
Wij zouden vijf gulden krijgen als we het goed deden. Ze ging met de benen over elkaar op een krukje zitten en tekende met een stok in het zand een maan, twee ogen, een neus en een mond.
Tegelijkertijd zei ze een versje : ” De maan is rond, de maan is rond hij heeft twee ogen, een neus en een mond.” Dat leek niet zo moeilijk. Eindeloos namen wij de stok over en herhaalden nauwgezet haar tekst, terwijl wij erbij tekenden. En nooit was het goed. En dan deed ze het opnieuw voor, totdat wij het opgaven.Wat bleek, je moest bij de exercitie net als zij wel je ene been over het andere geslagen hebben !
De maan van Anke Roder is natuurlijk niet rond. Het blijft voor mij trouwens een raadsel, of eigenlijk een wonder, dat de maan en de zon precies even groot lijken aan de hemel, zoals ook te zien is bij een eclips. Is het puur toeval ? In werkelijkheid zijn ze zeer verschillend van grootte.
Op zondag zag ik trouwens weer prachtige wolken boven Nederland. Zon, hagel, licht en donker. De lichamen en de elementen blijven een eeuwige licht- en inspiratiebron.
BENNO TUTEIN NOLTHENIUS galeries.nl 2014

De Schaduwtuin

Zijn vogels een attribuut van het mannelijk domein en planten van vrouwelijke ? Het een betekent en blik naar boven gericht het andere naar beneden, vogels zijn vluchtig, planten bewegen slechts bij wind. Voor het een is een instrument nodig ( een verrekijker ), voor het andere is het lichaam toereikend: het blote oog, de neus, de vingers, de knieën, de rug. Zij zijn diep in ons decoratief bewustzijn geworteld en nog volop bloeiende: Romeinse mozaïeken, William Morris, Gijs Frieling. Als ornament leven zij niet, zijn ze niet eens meer soort, laat staan ondersoort en al helemaal niet die ene plant, op die ene plek, met dat ene blad en met die ene uitzonderlijk donkerroze bloem, die de weide van je kindertijd tevoorschijn roept enz.
In ‘Schaduwtuin’ van Anke Roder zijn zij ornament èn wezen, vluchtig en bestendig, algemeen en specifiek. Zij stillen mijn dorst naar het schone, dat vreemd genoeg pas tevoorschijn komt als deze bezig is gelest te worden.
Ik drink hen langzaam met mijn ogen, want wonderschoon.
MARGRIET KEMPER galeries.nl 2013

A.Roder_0003

Vanaf het moment dat Anke Roder zich in Noord-Groningen vestigde, werden de landbouwgebieden en de waddenkust haar belangrijkste onderwerpen.
De openheid van het vlakke polderland en het fletse waddenlicht vinden in haar schilderijen weerspiegeling in uiterst sobere, verstilde composities die zich sterk richten op de materie. Haar landschappen en zeegezichten zijn geschilderd op tegen elkaar bevestigde, gevonden houtblokken. De lange voren tussen de blokken fungeert als horizon en verdeelt, formeel en materieel, boven en onder.
De bovenste delen van de werken zijn beschilderd met gepigmenteerde bijenwas- een materiaal, waarmee een diffuse waas van kleur kan worden gerealiseerd-,
de onderste, met brede streken olieverf-, die een substantiëler effect sorteren. Worden in de werken die ze naar aanleiding van het haar omringende landschap maakt, inhoud en materie voortdurend tegen elkaar uitgespeeld, in haar wasschilderingen van bloemen en planten draait het vooral om de gevoelige kleurlyriek en in de bijenwas verzonken, fragiele vormen.
HAN STEENBRUGGEN, Museum Belvédère Heerenveen

Zeewier III 2010
‘Laag over laag wordt er een ruimtelijkheid opgebouwd, waardoor het schilderij een diepte krijgt, zonder concreet te worden. Vooral bij de tere plantstructuren werkt dit goed, dankzij de duidelijke vorm op de voorgrond, die hier en daar in de mistige achtergrond wordt opgenomen.
Het heeft de zelfde uitstraling als Chinese inktschilderingen gebaseerd op ‘chi Yan’ waarbij in een meditatieve toestand en uiterst geconcentreerd in een paar streken symbolische plant- en diervormen worden geschilderd. Hoewel dit niet haar directe inspiratiebron vormt, bestaat er wel een bepaalde overeenkomst in de benadering van haar onderwerpen.
Encaustiek vraagt een heel andere werkwijze dan inkt. Om een gewichtloos en toch krachtig beeld te bewerkstelligen met zoveel materie is niet eenvoudig. Anke Roder is daartoe in staat. Zij isoleert vormen van zeewier en tere bloemetjes en legt daarmee nadruk op de essentie hiervan. Zij heeft gekeken en geanalyseerd wat de kracht is van de vele botanische tekeningen die er zijn gemaakt ten tijde van de grote ontdekkingsreizen van de zestiende en zeventiende eeuw. Juist door het ontbreken van een achtergrond, een context, wordt de aandacht volledig naar de uitgebeelde plant toegetrokken en geeft het idee en blauwdruk te zijn van al zijn soortgenoten. Dit draagt een enorme schoonheid uit, alsof er even een blik wordt gegund op het begin van de schepping.
De zeelandschappen van Roder zijn aardser qua beeld en uitwerking. Haar fascinatie voor dit onderwerp is goed te begrijpen als verlengde van de basale poëtische plantvormen. Beide onderwerpen dragen een soort oerbeginsel uit. Wat is er elementairder dan een watervlakte en daarboven de lucht ? In lucht en water zonder menselijk element zoals een bootje, zwemmer, of boortoren, kun je volledig opgaan, deel worden van de elementen en het leven als abstractie ervaren. Het enige dat er dan nog toe doet is het zand onder de voeten en de oneindige ruimte van lucht en luchtweerspiegeling. Zo kan het zijn op de Balg, het oostelijkste puntje van Schiermonnikoog.
Dat die elementen zo aanwezig zijn wordt nog eens extra versterkt door de scherpe tweedeling die ontstaat door de horizon. Door bij sommige zeelandschappen ook te kiezen voor olieverf in de onderste helft, wordt de tweedeling extra benadrukt. Puur door het licht, de weersgesteldheid, het jaargetijde, wordt de schakering van kleur bepaald. Met meerdere momentopnamen naast elkaar wordt het wezen van de zee blootgelegd.
MARIJE BOUMAN, Friesch Dagblad 2010

DSC_0013
De landschappen van Anke Roder lijken zonder begin of eind te zijn. Zowel in hun uitgestrektheid over het oppervlak van het schilderij, als in de diepte zijn ze eindeloos. Meestal is er niets, geen mensfiguur of ding, waarop de blik zich kan fixeren. Er is een indruk van zee, lucht, een bergkam, een meer, een kust of een veld, Maar soms verschijnen er bloemen en grassen in de landschappen, soms tekent een bloem zich scherp af tegen een veld waarin andere bloemen zich oplossen. Die ene bloem vormt het entree tot het schilderij. Vreemd genoeg is het de bloem die door Anke Roder als laatste wordt geschilderd. Het is de sleutel tot het sluitstuk van het schilderij.
Vaak is er een dialoog tussen de felle bloem op de voorgrond en een bloem of takje in de wazige achtergrond. Via de bloem kijk je door alle lagen van het schilderij heen, langs plantvormen die nog juist zichtbaar zijn, waardoor een ademhaling voelbaar is.
Een schilderij is voor Anke Roder alles wat in de achtergrond gebeurt. Schilderen is voor haar als een wandeling of het volgen van een stroom. ‘Ik weet van te voren niet hoe het landschap eruit zal zien of hoe het schilderij wordt. Als ik werk, ervaar ik vooral een lichtheid van handelen, waarbij het is alsof de schilderijen zichzelf maken. Kleur, beweging en stroming in landschap en lucht komen tijdens het schilderen samen. Soms is het nodig om de lucht of het landschap over te schilderen, omdat de eenheid uitblijft. Maar op een dag is het schilderij af. Waarom is het af ? Misschien is het nooit af.’
FLORETTE DIJKSTRA catalogustekst ‘Silent landscapes & flowers’ 2009