Schrijven

P1010557

Lauren Simonutti (1968-2012) The eye is the centre / magnify me 2011

Lauren Simonutti (1968-2012) The eye is the centre / magnify me 2011


31 teksten over kunst online gepubliceerd voor ‘kunst van de dag’ Artnet.nu/galeries.nl maand mei. Alle teksten: copyright Anke Roder
——————- The eye is the centre / magnify me —————

Teun Hocks

Teun Hocks

Het is de laatste dag van mei, ik denk aan Teun Hocks in zijn universum.
Hij vangt muziek, nachtuilen en dromen.
Hij beklimt ladders, schuttingen en bergen.
Hij reist door de nacht naar de maan.
Waar is het feest, waar is de kunst?

Ik zocht naar eventuele tentoonstellingen en stuitte op de verkiezing van kunstenaar van het jaar 2017.
10 achtereenvolgende jaren stond hij op de keuzelijst van de top 100 van hedendaagse kunstenaars, waarbij hij langzaam enkele plaatsjes opschoof richting nummer 46.
Dat wordt een lange weg richting eerste plaats…
De winnende spits werd in 2003 afgebeten door Corneille, dat zette wellicht de toon.
De mens schijnt behoefte te hebben aan een eerste plaats, het winnen, naast de beste kunstenaar kan men ook kiezen voor de beste galerie of het beste museum.
Volkstuincomplexen kiezen ook hun grootste pompoenen, dat lijkt me eenvoudiger dan kiezen tussen appels, peren, vijgen of Japanse wijnbesjes.

Is de weg naar een top niet vele malen boeiender dan de top zelf? Aan de top is het oppervlak beperkt, kijk je naar alle kanten neer op een diepte die altijd in het verleden ligt.
Juist in de processen van dat twijfelende schemergebied van proberen, mislukken of falen, kunnen ontdekkingen oplichten en overwinningen worden. Ze wijzen een weg die niet recht naar boven leidt maar juist naar die spannende onbekende kronkelpaadjes waarvan je niet weet wat er achter de volgende bocht ligt. De essentie van vrijheid ligt in het spel, de verleiding van het idee en het zichtbaar maken van het onbekende. Daarin ligt een geheim, namelijk het onbeschrijflijke plezier dat je aan het maken zelf kan beleven, op een manier dat het ritme, kadans en melodie worden.

Teun Hocks is de meester van die verbeelding. Al vroeg maakte hij een zelfportret, schilderend achter een doek dat op een schildersezel staat, zijn schaduw op de muur speelt echter viool. Zo ongeveer zou concentratie eruit kunnen zien. Met poëtische melancholie beziet hij het kunstenaarschap, de zin achter de dingen, de jacht op het onbekende, het meetorsen van bagage of gedachtes, de subtiele humor, de vlucht van de gedachte.

Soms denk je een meesterwerk gemaakt te hebben en blijkt het een gedrocht.
Soms ontdek je nieuwe kunst die je verrast, verleidt, optilt of uitdaagt.
Soms ontploft een galeriehouder.
Maar dat is weer een ander verhaal 😉

______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Harm Jan Boven Assemblage 2017

Harm Jan Boven Assemblage 2017

Als de Teutoonse klanken van Wagner weer uit de schuur schallen weten we hoe laat het is…daar worden de huisjes in het grote houten huis in elkaar getimmerd en gelijk een sjamanistisch ritueel begoten door goede wijn.
De vogels blijven zitten, die zijn wel wat gewend hier bovenop die gasbel.

Harm Jan Boven, mijn prieelvogel, jager, kasteelheer en constant gardener.
De wintermaanden zijn in duisternis verzonken.
Weinig opwekkend zijn de uitzichten op eindeloze lege vlaktes, kleivelden overlopend in grijze luchten.
De kleur ligt opgeborgen in al die zaden, de bomen slapen.
Het hout dat niet in rook opgaat wordt vertimmerd, beschilderd en verlijmd tot brugwachtershuisjes en schuil- en verblijfplaatsen voor passerende mensen en dieren. Felle kleuren verdrijven de somberheid, smeedijzeren spijkers en scherven komen uit oude grond.
Hier op deze eeuwenoude plek slechts eenmalig de glinsterende droom: het is nacht, flitsend en felgekleurd rent een kleine kabouter, groot als een uit de kluiten gewassen eekhoorn, werkelijk met rode puntmuts, tussen de bloembedden op en neer, om een immense schat vol glinsterende diamanten te verslepen naar een ondergronds gangenstelsel ter hoogte van de oude rozen. Niet veel later vonden we de ene oude waterput na de andere verzonken in de bodem. Met wateraders hield men rekening in de andere tijd. In die putten veel oude scherven, de grootste toont een fragment van een zeer groot bord, een man met cape en fibula, lang haar en glimlach in paarse lijnen en gele oker.
De diamanten liggen in de vroege uren op het land. Met de langere dagen verdampt de zwaarte, na enkele weken is de aarde getooid met groene sluiers, niet veel later zullen de bloemen openspringen en zingt de nachtegaal.

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Anna Atkins 'Photographs of British Algue' 1843, coll. Rijksmuseum

Anna Atkins ‘Photographs of British Algue’ 1843, coll. Rijksmuseum

Laat die hittegolven maar doorrollen.
Nog even geduld en dan op naar het klimatologisch beheerste Rijksmuseum om de nieuwste schat te bewonderen, het boek ‘Photographs of British Algue, cyanotype impressions’ uit 1843 van de botanica Anna Atkins dat het museum onlangs kon verwerven voor de collectie. Het is een van de 12 mooiste exemplaren ter wereld, 307 Cyanografieën van zeewieren, ingebonden in stevige band tussen bijzonder mooie gemarmerde schutbladen.

De vorige eigenaar van het boek was de New Yorkse kunstenares Michele Oka Doner, die in haar werk op tal van manieren gebruik maakt van natuurlijke structuren en vormen. Er is een omvangrijk werk ‘A Walk on the Beach’ dat ze in de jaren 90 voor de hal van Miami International Airport vervaardigde van een zeegroene vloer waarop honderden verschillende microscopische witte cellen drijven. Het lijkt een hommage aan Atkins. Omdat ze veelal in opdracht werkte in talrijke disciplines en schoonheid als haar drijfveer beschouwt, bleef ze relatief onbekend bij het grote publiek.

Ook bij Anna Atkins vraagt men zich af, is het kunst, is het wetenschap, is het alleen maar mooi?
Haar uitgangspunt was van wetenschappelijke aard. Haar vader John George Children was scheikundige, mineraloog en zoöloog. Hij werkte als bibliothecaris bij de afdeling Antiquiteiten in het British Museum en later als conservator op de afdeling Zoölogie. Haar eerste handgeschilderde illustraties betroffen 200 schelpen bij zijn artikelen. Ze kon studeren (uitzonderlijk voor een vrouw in die tijd) en stond in contact met de wetenschappelijke elite. Onmiddellijk na de uitvinding van dit blauwe Photogram door de wiskundige en astronoom Sir John Herschel, een vriend van de familie, gebruikte ze de techniek als illustratie bij een zojuist verschenen handboek over zeewieren. Met bedienden verzamelde ze de wieren langs de kustlijn, ze werden gedroogd, in mooie composities op geprepareerd papier gelegd, door de zon beschenen, ontwikkeld in het water en maagdelijk wit bleven de nabeelden uit de zee op het blauwe papier liggen. Ruim 10 jaar werkte ze aan deze algenserie en schonk de boeken aan bevriende botanici. Naast de wieren maakte ze ook zonnedrukken van planten, mossen en varens (gebundeld in twee edities British & Foreign Ferns).

Stel u eens voor, deze kamer in het museum in de kleuren van al die tinten cyaanblauw, daarop al die verschillende witte zeebloemen uitwaaierend richting plafond als dwarrelende sneeuwvlokken van Bentley, die een halve eeuw later een soortgelijke verrukking gevoeld moet hebben toen hij ontdekte dat geen enkele sneeuwvlok leek op de andere. Zijn onderzoek was veelomvattender omdat hij in elke winter alle sneeuwvlokken in zijn leefgebied tot zijn beschikking had.
Atkins kon slechts vastleggen wat de oceanen gaven, de zeewieren die door stormen of ouderdom los kwamen van de zeebodem en bij de vloedlijnen te vinden waren. En ze koos voor de soorten die binnen het formaat van het papier pasten om een harmonische compositie te bewerkstelligen. Dit deed ze met een grote fijngevoeligheid die elke vraag over schoonheid dan wel wetenschap overbodig maakt.
Het prikkelt de mooie gebieden in de geest en verbindt ons met de ware magie, die zich afspeelt daar in die peilloze diepte, in de koraaltuinen vol felgekleurde metershoge zacht deinende zeebloemen.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Maria Kokkonen Hunting Flower 1, mixed media on paper 2016

Maria Kokkonen Hunting Flower 1, mixed media on paper 2016

De Cacaofabriek!
Ooit opgericht als kunstenaarsinitiatief in 1984 in de leegstaande fabriek aan de Helmondse Zuid-Willemsvaart, in een tijd dat de kraakbeweging zich ontfermde over veel industriële leegstand in steden. De panden waren met hun ongepolijste charme ideaal als werk- en expositieruimte voor kunstenaars. Martin van de Laar en Cees Gunsing werkten er vele jaren consciëntieus en geheel belangeloos in dienst van vele passerende vaak jonge exposanten die ook geregeld ontdekt werden. In 2000 toonde ik daar de schilderijen die ik tijdens een Noorse werk- en studiereis gemaakt had.
In 2008 werd het pand door uitslaande vlammen grotendeels verwoest, maar sommige gebouwen weigeren zich te conformeren aan natuurwetten. Na een grondige renovatie en herbouw is het nu een eigentijdse culturele broedplaats met tal van bedrijven, een chocolatier bracht de geur terug, de expositieruimte werd in ere hersteld.
Vandaag opent ‘Matter of Time’, een groep jonge kunstenaars zocht elkaar op en geeft visies op tijd, herinnering en verleden.

De Finse Maria Kokkonen (1990) behaalde twee jaar geleden haar BFA in Rotterdam, exposeerde internationaal en leeft momenteel in London. In de recente tekeningenserie ‘Hunting Flowers’, die ze ook in Helmond exposeert, zien we een kamer met een raam.
Lichtval wordt gefilterd, gordijnen worden wimpers, er heerst slapeloosheid, nachtblauw wordt okergeel, beddengoed, kussenvormen, huidplooien, aanraken, omdraaien, niet goed liggen, door de ruimte lopen, of toch maar blijven liggen. Waaiende potloodgradaties op ongebleekt katoen.
Explicieter in ‘Haptic Memory’ zien we knievormen, de navel, grote streken waterverf die versmeltende lichamen verbinden. De verfijnde tekenhand doet in de verte denken aan Hans Bellmer en ook William Blake klinkt door in de fragmenten van stofplooien en naakte lichamen.

Finse meisjes zeggen zelden gedag
maar zijn niet verlegen of arrogant
je hebt alleen een beitel nodig om dichtbij te komen
ze bestellen bier voor zichzelf
reizen de hele wereld af
terwijl hun mannen thuis wachten
als ze boos zijn sturen ze je een rotte zalm

Overwinteren doen ze op een bank onder de sneeuw
als het lente wordt laten ze zich vollopen
om de laag beschaving van hun huid te krabben
ze hangen rond in bushokjes
en soms naakt in een meer

In de nachtbus zetten ze hun tanden in de rubberen stoelleuning
als ze niet in slaap gevallen zijn

Kira Wuck ‘Finse Meisjes’ uitg. Podium 2012

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Christiaan Kuitwaard

Christiaan Kuitwaard

Met mijn onstuitbare behoefte aan uitzicht en horizon zit ik gebeiteld in Groningen.
De grote boomkap is weer begonnen.
Buurmannen zagen zich een weg door stammen op erfgrenzen, de gemeente zaagt de aanplant van enkele jaren geleden weer weg, oude bosjes bij de dijk verdwijnen omdat de grond niet deugt, en de bomen die we in onze tuin plantten worden jaarlijks door Groningse stormen geknakt of ontworteld.
‘Boom’n heuren hier nait in ‘t laand.’

In Friesland op weg naar het atelier van Christiaan Kuitwaard staan zeker wel wat bomen langs de weg. Het licht valt er mooi langs in lange banen bij een lage winterzon. Het grafische aspect is aantrekkelijk, verglijdende schaduwen, donkere silhouetten, een wisselwerking tussen strak omlijnd en vervagend.
Kuitwaard is een tekenaar, het tonale onderzoek op het doek loopt in verschillende projecten parallel aan zijn tekeningen. Van het kleurenspectrum resteren zwart, wit en de toevoeging van een enkele okerachtige of blauwgrijze tint. De onderwerpen zijn stillevens, de schaduwstudies White Box Paintings (gebundeld door 99 Uitgevers/Publishers), bomen en natuurstructuren, maar ook een reeks dichtersportretten. Zelf zegt hij dat hij schildert met gebalde vuist, maar in de concentratie van het tekenen het echte plezier ervaart.

Schaduwen worden waargenomen als kleurloos. Ze spelen de hoofdrol in zijn schilderijen. Contouren worden met brede droge kwasten vervaagd of met smalle penselen scherp en donker geaccentueerd.
De bioloog en astrofysicus M. Minnaert beschreef in het boek ‘De natuurkunde van ‘t vrije veld’ de vele verschijningsvormen van licht en schaduw.
Hoe het oog in staat is, het spaarzame licht in een donker bos te registeren. Hij schreef over de onscherpte van halfschaduwen, die bij het naderen van een oppervlak scherper worden en dan kernschaduw genoemd worden. Hij merkte op, dat tijdens zonsverduisteringen de ellipsvormige lichtvlekken sikkelvormig werden. Hij ontdekte verdubbelde schaduwen in de wintertijd, nabeelden op het netvlies en kleurveranderingen van de nabeelden. Ik zie ook in het werk van Kuitwaard een soortgelijk onderzoek. Niet natuurbeleving is het onderwerp, maar de mathematische registratie van tonale veranderingen in de schaduwwereld, veroorzaakt door het licht.
In het mooie interview dat Gijsbert van der Wal gedurende enkele jaren met Kuitwaard opnam, kwam een prachtige metafoor tevoorschijn van het atelier als schedel, met de ramen als ogen die een uitsnede van de wereld tonen. Het is te lezen in de catalogus uitgegeven door Museum Belvédère. Daarvan is ook een speciale editie leverbaar met bijbehorende zeefdruk.

Deze boom als een trots hertengewei is te zien bij de verkooptentoonstelling in galerie de Vis, Harlingen. Tot 9 juli ‘Stilte en Licht’.

___________________________________________________________________________________________________________________________________

Sander Reijgers red & green courtesy Galerie Helder

Sander Reijgers red & green courtesy Galerie Helder

Nadat de dorpsstyliste de wijde omtrek van grasgroene muren had voorzien, vertrok ze met de brandweerman om zich met ziel en zaligheid over te geven aan de vuurrode kleur van de passie. Het dorp zou geen dorp zijn, als het zich niet boog over de achtergeblevenen. Er werd getroost, geluisterd, gekookt, bijgeschonken, bezwerend toegesproken (‘Nee, de auto in brand steken is geen goed idee!’) en harten onder de riem gestoken. De kinderen sloegen zich zoals gewoonlijk weer kranig en veerkrachtig erdoorheen.

Het mooiste groen dat ik ooit gebruikte was ‘Hookers Green’ een aquarelverf van Schmincke Horadam. ‘Hookers Green’ komt ook in andere verfsoorten voor, maar juist de transparantie bij aquarel verleent het die kleursensatie van licht dat door bladeren valt. De naamgever was de Engelse auteur, botanist, illustrator èn directeur van de Royal Botanic Kew Gardens, William Jackson Hooker. Hij verzamelde en droogde zo’n miljoen verschillende plantensoorten uit diverse delen van de wereld met een specialisme in mossen en varens voor een omvangrijk herbarium. Daar maakte hij ook illustraties bij, aangezien de planten hun kleuren kwijtraakten tijdens het droogproces. De kleur groen die hij daarvoor benodigde was niet voorhanden dus ziedaar, de geboorte van Hookers Green!

De mosachtige schilderijen van Sander Reijgers zag ik voor het eerst op een beurs, niet deze werken, maar de latere oppervlaktes van geborstelde verftorentjes. De uiterst kwetsbare ophogingen van ontelbare verflagen die snel en voorzichtig vlindervlug over het oppervlak gestreken en gerold worden, vormen verleidelijke tintelende reliëfstructuren. Het worden verftapijten waarop men in kan zoomen en architectonische constructies kan ontwaren of uit kan zoomen om een verhaal over kleur te ervaren. De opgebouwde kleuren blijven zichtbaar, zowel in het werk zelf als in de zijkanten en vormen allemaal samen de nieuwe kleuren, die gemengd tot grijs zouden versmelten maar nu in helderheid en ruimte door het oog en het licht worden gemengd.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________

Jessica Backhaus 'Finding Peace' 2014

Jessica Backhaus ‘Finding Peace’ 2014

De Berlijnse fotografe Jessica Backhaus leerde ik kennen via Instagram.
Ik viel voor de schilderachtige blik in haar fotografie, en zij verloor haar hart aan een klein maanschilderij dat ik gepost had.
Inmiddels hangt het schilderij aan haar muur in Berlijn en arriveerde hier onlangs deze wolkenfoto ’Finding Peace’, uit de serie ‘Six Degrees of Freedom’.
Het is een foto van een behang met grafische wolken dat door de tijd verkleurd is. Het behang is wat vuil geworden, elders in de ruimte werd een plafond of belendende muur gewit. De witte verfspatten waaieren alle kanten op waardoor de regen niet valt maar stijgt, de zwaartekracht wordt omgekeerd. Rechtsonder in de foto zie je een fractie van een spiegeling waardoor de fotografe aanwezig is in het beeld, links in de foto bevindt zich een vage cirkelachtige open vorm, een oog, pupil, lens en zoeker.
Een van mijn favoriete bezigheden als kind was naast het beklimmen van hoge bomen en het leegplukken van andermans tuinen ook het kijken naar wolken, de voorbijschuivende toneeldecors van de hemel. Al het denkbare kwam voorbij en transformeerde tot nieuwe vormen en verhalen. Het was een leer van voortdurende verandering.

In de serie ‘Six Degrees of Freedom’ onderzoekt Jessica Backhaus haar geheugen op een poëtische gelaagde wijze.
Het opgroeien in diverse Duitse steden, uitzichten die ze gezien zou kunnen hebben, kindersnoep, speelplaatsen of zwembaden die er nu verlaten bij liggen in de kleuren van reclamevormgeving uit de jaren 70. De afwezigheid van haar vader die toneelspeler was, legt ze vast in de beelden van lege theaters waar hij optrad, in coulissen en toneelattributen. Sporen van de mens zijn achteloos, de blik op uitzichten is indirect, de beelden worden gezien in het heden maar zoeken het beeld uit het verleden en worden de toekomstige nieuwe herinneringen.
De hele serie gaat over het menselijk vermogen om te kunnen bewegen in tijd en ruimte, in elke denkbare richting.

______________________________________________________________________________________________________________________________________________

Ron van der Ende 'Hatched Job' 2016 basreliëf in salvaged wood

Ron van der Ende ‘Hatched Job’ 2016 basreliëf in salvaged wood

Op het platteland hakken we hout.
Niet alleen in de winter maar het hele jaar rond.
We hebben stapels die vers zijn en twee jaar onaangeraakt blijven, stapels met oud stookklaar hout en we hebben onze voorkeuren.
Fruitbomenhout bijvoorbeeld brandt langzaam en rustig met blauwe dansende vlammen, berkenhout geeft veel hitte, is ideaal voor de aanmaak, populierenhout daarentegen gaat in laaiende rook op waar je bij staat.
Langzame groei is goed, compact en stevig, een solide basis voor lange branduren.
En ja, dat kun je doorvoeren naar kunstenaarschap, het gestage doorwerken jaar in jaar uit, het opbouwen van een oeuvre met een lange adem, en hoe dat in contrast staat tot de waan van de dag, de hype, gekoppeld aan de verslavende behoefte om te willen scoren. Zo buitelden de halleluja klanken over Wolfson in het Stedelijk over elkaar heen, en was er verbijstering over de solo van Klibansky in de Fundatie. Het eerbetoon aan Jan Roeland week daarentegen uit naar Rotterdam, er was geen plaats in het Stedelijk, in de stad waar hij zo’n 50 jaar geleefd en gewerkt had.

Ron van der Ende is uit fruitbomenhout gesneden, geworteld in Rotterdam.
Zijn werk werd twee jaar geleden in een mooi overzicht in de Kunsthal getoond en was dit jaar weer te zien op Art Rotterdam. De eerste keer dat ik zijn werk zag herinner ik me ook nog goed. We exposeerden gelijktijdig op de toen nog groots en breed opgezette Kunstrai, in een tijd dat de galeries nog door één deur konden.
Ik liep de hoek om en BAM, aan de grond genageld, daar hingen de houten boten waar het allemaal begon, nog in bescheiden formaten en zonder perspectivische vertekening, maar de basis was daar. Het kleurgevoel, het materiaal, het ambacht en het plezier.
Al die recycle gekleurde blokjes hout, vastgespijkerd met nageltjes, muziek op de achtergrond. Elk bas-reliëf vordert gestaag en schilderkunstig, want zorgvuldig worden de aangename kleuren gecomponeerd. Naadloos en volmaakt worden de vlakjes berekend, uitgetekend, verlijmd en gefixeerd. Door optische illusie kijken we naar een ruimtelijk omvangrijk object, maar de werken zijn vrijwel tweedimensionale wandobjecten. We zien kleuren uit een andere tijd gecombineerd met de opgewekte energie van het maakproces, de ritmisch oplichtende spijkertjes en het briljante idee dat er BAM ineens was.

_________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Diana Scherer 'Harvest'

Diana Scherer ‘Harvest’

Nooit meer kan ik tuinbonen verplanten zonder aan Diana Scherer te denken.
In de kweekbakken stond een patroon in de bodem gestanst, dat de ontkiemde zaden met lange witte wortels enthousiast volgden. In slechts twee weken tijd hadden ze de hele ondergrondse kweekruimte tot een virtuoos samenspel van witte in elkaar gevlochten lijnen getransformeerd. Aarde werd terzijde geduwd, de groeikracht was immens en van een betoverende ritmische natuurlijkheid. Op diverse plaatsen namen de wortels het over en vormden door ineengestrengelde uiteinden en herhaling van de route dikke witte verbindingen met de wortels van de volgende plant.
Het schijnt, dat planten van eenzelfde familie elkaar bijstaan in lastige tijden. Wordt het te nat, te droog, komen er ziektes of insectenplagen bij een van de leden, dan sturen de omringende planten hun wortels om de benodigde bouwstoffen of vochtregulatie aan te leveren.
Zet je meerdere verschillende plantensoorten bij elkaar, dan is er sprake van aarzelende opname in de groep. Sommige planten gedogen elkaar, andere overwoekeren. Ze kunnen een schadelijke uitwerking hebben of elkaar juist versterken. Het zijn eigenlijk net mensen.

De wortelweefsels van Diana Scherer herinneren aan de Koptische weefsels uit de late oudheid. Deze zijn juist dankzij kurkdroge aarde bewaard gebleven.
Zeker de weefsels uit de Arabische periode tonen in hun abstractie en decoratieve ornamentiek een zekere verwantschap. Ik zou ze wel eens gecombineerd met haar werk in een tentoonstelling willen zien.
In haar laatste onderzoek richt zij zich in samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen op mogelijkheden om duurzaam textiel uit haar gekweekte plantenwortels te vervaardigen.
En de toekomstige stof dan gekleurd met Amarant, Saffraan of Indigo… oh, doe mij zo’n jurkje!

___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Alexandra Roozen 'Around the Bend'

Alexandra Roozen ‘Around the Bend’

Alexandra Roozen betreedt de witte ruimte.
Gewapend met de boormachine, verlengd met een grafietstift gaat zij de strijd aan met het witte vlak, de klare lijn en de zilveren aluminium plaat.
De trillingen van de lijnen en vlekken zijn onvoorspelbaar en daardoor verrassend in regelmaat en ritme.
De oerknal, zo ongeveer zou hij eruit kunnen zien.
Vanuit de exploderende kern wegschietend in alle richtingen, naar het volgende vel papier tot in oneindigheid. Een leven zou je kunnen vullen met het voortzetten van deze serie ‘To Bend’. Ergens zou het perspectief af kunnen buigen, zoals de sterrenstelsels die vanuit spiraalstelsels hun verdwijnende beweging bijstellen naar elliptisch.

De Griekse filosoof en astronoom Anaxagoras (5e eeuw v. Chr.) zocht overal naar zuiver natuurlijke, mechanische oorzaken. Hij wees al op de oorspronkelijke toestand van het universum, de oerchaos, en de pogingen van de geest om orde te willen scheppen in de chaos.
Hij gaat uit van de ‘alles is alles’ theorie, beginnend bij een kiem waarin alle kwaliteiten aanwezig zijn. Stoffen en deeltjes konden transformeren en van inhoud of compositie veranderen.
Hij verbindt dit ook aan kleurloosheid: ‘Toen alle dingen nog ongescheiden bij elkaar waren was er geen kleur in zichtbaar. Dat werd namelijk verhinderd door de menging van alle dingen, van vochtig en droog, van warm en koud en van stralend en donker en omdat er veel aarde in aanwezig was en zaden in eindeloze massa die in niets op elkaar leken.’
In grijs komen alle kleuren samen, de grijzen zijn naar alle waarschijnlijkheid ontelbaar. Ze worden anders waargenomen door kleurenblinden dan door kleurgevoeligen. Voor die laatste groep schijnt door elke grijze kleur de weerkaatsing van een omgevingskleur, een complementaire vermenging met een achtergrond of een versterkt contrast naarmate de achtergrond licht of donker is.
Alexandra Roozen heeft voor haar geschreven ruimtebrieven geen kleur nodig. Sterrenstof van grafietslijpsel en inkt volstaat om ons mee te voeren in haar beheerste grenzeloosheid.

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Harm Hajonides 'Wij zijn omvangrijk'

Harm Hajonides ‘Wij zijn omvangrijk’

WIJ ZIJN OMVANGRIJK
Vanaf het moment dat het beeldbericht in mijn mailbox verscheen, liet deze gedachte me niet meer los. De woorden kwamen me zeldzaam troostrijk voor. Alsof er wel degelijk een diepere zingeving bestond die uit kon stijgen boven het feit dat elk leven afstevent op een dood. Het afgeplakte woord verbergt ZIN en ZON op een zonnig geel vlak, het kader is begrensd en valt binnen de beschikbare ruimte. De betekenis van de woorden reikt echter verder dan de ruimte, wordt imaginair en grenzeloos en verbindt ons met een uitdijend universum.
Bij het werk van Harm Hajonides denk ik ook aan de mythe van Sisyphus. De repeterende handelingen op de ateliermuur: een ordening van gedachte-papier-kleur-woord gevolgd door componeren-afbreken, scheuren-knippen-plakken-afbreken, Rorschach-afbreken, absurditeit-afbreken. Het moment van voltooiing wordt vastgelegd, en de rotsblok valt weer naar beneden om opnieuw te beginnen.
In het verhaal ‘Het Raadsel’ vraagt Albert Camus zich af ‘Waar is de absurditeit van de wereld? Is het deze schittering of de herinnering aan haar afwezigheid? Hoe heb ik met mijn geheugen zo vol zonlicht op de zinloosheid kunnen wedden?’

In de tentoonstelling ‘IK WAS JE’ (PARK Tilburg, gastcurator Chantal Breukers) wordt een aspect van zingeving belicht: hoe geven wij invulling aan constructies van geborgenheid, in jong zijn, in onze dromen, ons lichaam, onze huizen, tussen onze spullen en in onze woorden.

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Elspeth Diederix 'Diamond Yellow Lilytulip'

Elspeth Diederix ‘Diamond Yellow Lilytulip’

‘And above all watch with glittering eyes the whole world around you because the greatest secrets are always hidden in the most unlikely places.
Those who don’t believe in magic will never find it.’
Roald Dahl

Ook Elspeth Diederix kent een vroege jeugd in een ander continent. Ze werd als dochter van een geoloog geboren in Nairobi, Kenia en groeide op in Colombia.
Het land kent tropische bossen, felgekleurde huizen, bonte markten, exotische vogels, bloemen die op vogels lijken, nachtblauwe vlinders en plasticzakjes in alle kleuren van de regenboog.
In haar vroegere foto’s werden krachtige kleuraccenten geënsceneerd. Rose papiertjes op witte berkenstammen, wegwaaiende plastic zakken, met kleurig plastic of groene bolletjes bedekte gezichten en felle doeken in de natuurlijke ruimte. Het waren heldere kleurtoevoegingen als in een schilderij, alle elementen werden zorgvuldig tot een compositorisch evenwicht gerangschikt met plastic flesjes als kleurtoetsen.
Voor deze werken dienden reizen vaak als katalysator: het nieuwe kijken, de eerste blik op het onbekende, het onvoorspelbare, de grote charme van het onverwachte, een zekere dromerige gewichtloosheid der dingen.

Ook in haar nieuwste serie ‘The Studio Garden’ wordt de werkelijkheid gemanipuleerd maar lijkt de blik meer naar binnen gericht. We volgen het seizoen in haar tuin, het eerste groen, de voorzichtige winterbloeiers, miraculeuze tulpen, samengestelde bloemen en beschilderde bloemblaadjes. Hier op de foto staat een gele tulp als een harlekijn van Picasso tegen de grijze achtergrond. We zien verfijning in de toevoeging, kleine penseeltoetsjes kleurden het ruitjespatroon. Het benadrukt de vorm van de tulp, voegt sprankeling toe en verbindt de andere twee rode accenten in het vlak. Net als bij de bloemstillevens uit de Gouden Eeuw, waar bloeivormen gecombineerd werden die onmogelijk in hetzelfde seizoen konden bloeien, schept ook Elspeth Diederix in haar foto’s een nieuwe natuurlijke schoonheid door de samenvoeging van bloemen, verf en belichting.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Sigrid van Woudenberg 'Living / Light' 2016

Sigrid van Woudenberg ‘Living / Light’ 2016

Lang geleden betrok ik een bovenetage met extra zolderverdieping.
Het hoekhuis stond in een volkswijk en had een obscure voorgeschiedenis.
Mijn eerste nachten werden in beslag genomen door een stoet onbekende mensen die ik uitgeleide moest doen, door ze naar de voordeur te begeleiden. Sommigen vertrokken geruisloos, anderen hadden zachte dwang nodig, overredingskracht of een handdruk.
De mannen, vrouwen en enkele kinderen hadden een transparant voorkomen dat herinnerde aan de volumes van de zwaartekracht in een andere tijd.
Dit proces herhaalde zich gedurende enkele nachten in vrijwel identieke tijdrovende afscheidsrituelen. Elke keer sloot ik de deur na de laatst vertrekkende, om in mijn slaap uitgeput enkele uren te slapen.

Soms worden deuren naar een onderbewustzijn geopend. Daar in die donkere onderbelichte ruimtes liggen de eerste herinneringen, vergezeld door beelden en een rijk palet aan geuren.
In de tekeningen van Sigrid van Woudenberg heerst tropische vegetatie over de nietige mens. Haar vroege jeugd in de nabijheid van de jungle van Suriname is fragmentarisch gedocumenteerd. Kleine groepjes mensen verworden tot schimmen terwijl planten gedetailleerd en duister de ruimte in beslag nemen. De vochtige broeierigheid en ondoordringbaarheid staat op monumentale tekeningen. Het is altijd schemertijd onder de hoge bomen, het kraakt ondefinieerbaar, het gevaar heeft duizend ogen en ademwortels. Regen valt warm, zwaar, loodrecht en dagenlang. Winti en vooroudergeesten bevolken aarde, water, bos en lucht. Slangen zijn de aardegeesten, ze waken over opzwepende rituele dansen en de witte klei, die het lichaam licht maakt en zo de mogelijkheid biedt om niet uit de toon te vallen bij goden of geesten.
Andere delen van de wereld vertellen andere verhalen van droogte, weidsheid en sensualiteit, ommuurde paradijzen met muziek en bloeiende oleanders, ook hier wordt gedanst, in deze oudste zandkleurige steden ter wereld. En boven die steden in vruchtbare valleien zweven visioenen en profetieën, een niet te keren apocalyptisch onheil. Voordat de duisternis valt en de lichten doven is de verdrijving uit het paradijs een werkelijkheid geworden.

‘The many great gardens of the world, of literature and poetry, of painting and music, of religion and architecture, all make the point as clear as possible:
The soul cannot thrive in the absence of a garden. If you don’t want paradise, you are not human; and if you are not human, you don’t have a soul.’
– Sir Thomas More ‘Utopia’ 1516

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Sigrid Calon 'Composition with two dots' Risoprint

Sigrid Calon ‘Composition with two dots’ Risoprint

Toen alle kleinkinderen voorzien waren van jeukende rompertjes, wollen jurkjes en broekpakjes stortte mijn goedlachse Brabantse oma Holland zich in de jaren 70 op een nieuw continent, Afrika! Dozen vol breide ze voor de missie en enig gevoel voor stijl kon haar niet ontzegd worden, ze hield wel degelijk rekening met de kleuren van de wol, die de kinderen mooi zouden staan onder de felle Afrikaanse zon.
Dat klimaat vroeg om opgewekte en stralende kleuren, primair rood, geel en blauw, secundair groen, oranje, rose en paars, afgewisseld in streepjespatronen, opgeluisterd door siersteken en gekleurde knoopjes. Eindeloze variaties waren mogelijk door de samenvoegingen van twee gekleurde draden.

In het werk van Sigrid Calon staan machinale wetmatigheden in dienst van haar ontwerpen. Vanuit borduurrasters en gelimiteerde kleurcombinaties ontstond haar beeldtaal die begon met bewerkelijke en verleidelijke houtdrukken (de hoogteverschillen! de volle drukinkt!) en evolueerden naar lichtere Risoprints, een stenciltechniek. Haar kleurgevoel is persoonlijk, de gebruikelijke basisdrukkleuren magenta en cyaan werden vervangen door sprankelende tussenkleuren. Alle 120 composities zijn gebundeld in een (uitverkocht) gelauwerd boek, maar wel als losse prints nog leverbaar.
De ontwerpen worden inmiddels ook uitgevoerd in ruimtelijke geometrische installaties. Muurbedekkend in een geweven wollen Jacquard, als vloerdessin of als boekomslag en kaarten.
De werken hebben ritme, kleur en soul. Ze verbinden design met de regelmaat en verrassingen in natuurpatronen. Lokkende bloemen, exploderende palmbomen, knipperlichtende reclames in nachtelijke steden, een glas vol kauwgomballen…
De fashiondesigner Paul Smith zei het al: you can find inspiration in everything-
(and if you can’t, look again).

___________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Udona Boerema

Udona Boerema

Udona Boerema, wat een klinkende naam om te onthouden.
Ze is afkomstig uit de streek waar ik tegenwoordig woon, het noorden van het land, waar de horizon laag is, de wolken als bergen oprijzen en alle verticale elementen in het landschap als silhouetten in het uitgeklede decor staan.
Ze is de beheerste zenmeester van het ruwe linnen.
Vezelig geweven behoudt het onder de transparante schilderslaag overal tactiliteit.
De natuurlijke kleuren herinneren aan het vlas dat op de velden in de wind waaide.
Het hele maakproces van het linnen ligt erin opgeslagen, het zwingelen, hekelen, roten en andere vergeten woorden.
Regen, dauw en zon zijn nodig om de vlasvezels in enkele weken in optimale conditie te brengen.
De gele zon, bruine klei, licht en schaduw in druppels verf staan in vloeiende vormen zò en niet anders op het linnen.
Water en transparantie zijn wonderlijke componenten om de compacte oude massa van een bergmassief te schilderen.
Het lijkt dan ook meer over beweging en beheersing te gaan, het meesterschap na de eindeloze herhaling van eenzelfde motief.
Udona Boerema exposeerde onlangs bij Gray Contemporary in Houston Texas.
In het najaar zal het werk weer in Nederland getoond worden.

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Stefaan Vermuyten 'Bruine mannetje'

Stefaan Vermuyten ‘Bruine mannetje’

– Ik vind uw schilderijen van de hoogste ladder! Wat zeg ik? Van de bovenste trap!
– Dank u. Nu maar hopen dat de verkoop in de stijgende lift gaat zitten.
Stefaan Vermuyten

We wonen in de rimboe.
Ruim een jaar geleden besloot ik schoorvoetend dat het eens tijd werd voor social media. Nadat ik een winter lang verzamelingen beeldmateriaal had gehamsterd op Pinterest, volgde in de lente Facebook om het actuele speelveld der kunsten beter te kunnen volgen. Recentelijk kwam daar nog Instagram bij, het is minder log, internationaler in reacties en ruimhartiger, want de zuinige FB duimpjes hebben ze achterwege gelaten.
Beeld en schrijven van Stefaan Vermuyten leerde ik pas kennen via FB.
Zijn stijl lijkt eclectisch, alsof elk idee dat zich aandient omgezet wordt in een bijpassende schilderwijze, soms duister en lithografisch, soms helder in enkele rake verfstreken. En altijd met een ontspannen schildershand die nooit dicht plamuurt en de ondergrond ademruimte geeft. Omdat de schilderijen en tekeningen vaak intieme formaten hebben ten opzichte van hand en materiaal behouden ze monumentaliteit en kracht. Je voelt dat de werken in verbinding staan met schilders uit andere eeuwen en windstreken als Goya, Daumier en Monticelli, of resoneren met Fautrier en Auerbach.
In zijn eigen land staan ze hun mannetje naast Walter Swennen, ze laveren met meer poëzie en souplesse dan Marc Maet en delen de liefde voor comic strip met Jo de Smedt.
Zijn milde humor weerlegt platitudes, fileert fijntjes de waan van de dag. Vaak geeft hij een extra zwengel aan associaties om met iets originelers op de proppen te komen.
Taal en beeld vormen een kolderieke kruisbestuiving van subtiele spot.
Juist in dat feilloze oog voor absurditeit schuilt een van de geheimen van het leven.
Op Facebook is zijn werk dagelijks te volgen. Maar beter nog even afreizen naar Galerie EL.

___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Dirk Zoete, tentoonstelling SMAK Gent

Dirk Zoete, tentoonstelling SMAK Gent

Op het podium staat een trampoline.
Oskar Schlemmer is 32 en speelt. Springt hoger en hoger in sierlijke bogen en achterwaartse salto’s, amuseert zich kostelijk in zijn vlucht door de tijd.
Zijn Triadisches Ballet op muziek van Paul Hindemith werd in de jaren 20 van de vorige eeuw opgevoerd, geheel in de lijn van het gedachtegoed van het Bauhaus.
Enkele jaren daarvoor verspreidde zich het nieuws razendsnel rondom de spraakmakende uitvoering van het met schandalen omgeven ballet Parade voor de Ballets Russes van Diaghilev. Een droomsamenwerking tussen Satie, Cocteau en Picasso.
Ongeveer in datzelfde tijdsbestek schilderde Malevich zijn eerste suprematische schilderijen. Ten tijde van het Triadische Ballet werden zijn kleurrijke boeren op houten panelen op het podium gehesen.
Een paar jaar later op een andere plek in de wereld: Alexander Calder, de kleerkast met de ziel van een nachtegaal, knutselt 4 jaar lang en de circuspiste beweegt.
30 jaar later de maskers en tekeningen van Saul Steinberg gefilmd door Inge Morath.

We springen in deze jonge eeuw: luid gejuich voor Dirk Zoete in het SMAK! BOEM PAUKESLAG!
Nog tot 4 juni in Gent te zien ‘To be determined. According to the situation.

DADA IS ALIVE ☺

___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Leon Adriaans 'Boek'

Leon Adriaans ‘Boek’

Met Leon Adriaans had ik ooit een leuk gesprek over enkels.
Hij keek altijd naar damesenkels, die moesten smal zijn in verhouding tot het been, dan was de rest ook altijd goed. Zijn paarden selecteerde hij ook op kracht in de benen.
Ik kwam hem vaak tegen in het moerasgebied Het Bossche Broek, als ik richting Sterrenbos fietste, waar hij dan net vandaan kwam. Meestal maakten we een kort praatje over het landschap, het schilderen of muziek. In zijn atelier klonk altijd zigeunermuziek uit een gammel bandrecordertje met cassettes. Het atelier was volgepakt, in vitrines schitterden zijn omvangrijke boekwerken met handgeschreven tekst en beeld. Beschilderde voederzakken hingen tot aan het plafond, en de doorkijksculpturen stonden als Afrikaanse spirit ladders van de Dogon gegroepeerd in een hoek. Alle stukjes muur waren benut en volgehangen met werk in wording.

Enkele jaren geleden behoorde dit schilderij van Leon Adriaans kortstondig tot onze collectie. Het hing naast het werk van JCJ Vanderheyden, de twee waren vrienden tijdens hun leven, het grootste deel van onze muren werd in beslag genomen door boeken, het schilderij klopte.

Wat eraan vooraf ging.
Ik had een succesvolle tentoonstelling afgesloten in een galerie. Na afloop bleek, dat de galeriehouder niet aan zijn betalingsverplichting kon voldoen. Er was in de voorgaande maanden een grote betalingsachterstand ontstaan die resulteerde in een lange reeks gedupeerden, waaronder 15 aan de galerie verbonden kunstenaars.
Zo snel mogelijk haalden we de resterende schilderijen op. Op de tafel lag een ingepakt schilderij, dat diezelfde dag door een klant opgehaald zou worden. Mijn man zei meenemen, het moet maar bij ons opgehaald worden. Het werk was echter al betaald en ik besloot om het te laten liggen. Een dilemma, wat zou u doen?
Ter plekke opperden wij de mogelijkheid om ons in kunstwerken uit te laten betalen. Ik rekende de galeriehouder voor, dat hij met elke ruil zijn provisie van 50 % op de schuld af kon strepen, dus telkens zijn schuld kon halveren.
Als onderpand namen we het werk van Adriaans mee.
De galeriehouder begreep de rekensom niet, zoals hij wel meer niet begreep.
Hij was het niet eens met onze actie en stuurde de weduwe van de schilder op ons af.
Woedend was ze, na lang praten konden we het bij haar kopen voor het volle pond.
Dat zat er niet aan, we moesten de winter nog door zonder het inkomen waar we op gerekend hadden. Het schilderij werd opgehaald.

____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Marthe Wéry tentoonstelling BPS22 Charleroi BE

Marthe Wéry tentoonstelling BPS22 Charleroi BE

Fantastische foto, de opening in BPS22, eind februari dit jaar.
Door de kleurstelling en de mode worden we 70 jaar terug gezet in de tijd.
Het geluid van klikklak-hakken op harde ondergronden in museumzalen of galerieruimtes… Ze verstoren en galmen na, weerkaatsend tegen muren.
Koningin Mathilde op de foto blijft mooi stil staan, houden zo.
Want licht en schaduw horen geluidloos te zijn.
De suppoost is wel blij met de hakken.
Ze maken de benen mooier, de enkels dunner, de spanning in de kuit aanlokkelijker.

Hoogleraar in de schilderkunst Marthe Wéry (1930-2005) droeg comfortabele schoenen en kleding.
Bewegingsvrijheid is essentieel voor de kunsten.
Haar werk wandelde in 1975 het Stedelijk Museum binnen om deel te nemen aan de tentoonstelling over fundamentele schilderkunst.
Haar kleuren strekken zich loom en verzadigd uit in de ruimte.
Ze spelen met licht en schaduw, weerkaatsen klanken en zingen.
Vele lagen acrylverf worden transparant over elkaar gezet, soms met kwasten, soms sterk verdund gegoten. De pigmentdelen kiezen hun eigenzinnige wegen op het doek, soms gestuurd door de doeken iets op te tillen.
Ze liet zich inspireren door de Russische constructivisten met hun eenvoudige vormen en primaire kleuren.
Vele monochrome schilders zouden volgen. Slechts zelden bezitten ze de zinderende kwaliteiten van Marthe Wéry.

_________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Het Overschilderschilderij, laag 121 Anke Roder, concept Daan den Houter

Het Overschilderschilderij, laag 121 Anke Roder, concept Daan den Houter

‘Rodertje’, schampert mijn man, ‘hoe haal je het in je hoofd… energie steken in een schilderij dat in no time weer liefdeloos overgekalkt wordt door de volgende schilder?’
Welnu, eenmaal als een prinses op de erwt mijn verfhuid leggen op de vele gekleurde lagen van mijn voorgangers…
De schilderkunstige uitdaging om op een oppervlak te werken als een rauhfaser behang uit de jaren 70…
Eenmaal deelnemen aan een kortste tentoonstelling in een kleinste galerie…

Daan den Houter en Anique Weve sleepten het overschilderschilderij via Harlingen naar Zandeweer. Ze hadden oesters gestoken aan de kust en konden hier op krachten komen met gebakken scharreleieren van Truus de kip.
De gezochte boef Beagle Boy van Arie van Geest (laag 120) grijnsde me bemoedigend tegemoet.
Allesbehalve liefdeloos schilderde ik alle donkere delen licht in, een goede schuilplaats onder de verf.
Lichte verf benadrukt het reliëf, ik besloot tot een donker schilderij, ‘Stardust, Citylight’, ook omdat het in de avond in Rotterdam gepresenteerd zou worden.
Het concept van dit werk van Daan den Houter startte 15 jaar geleden in mei 2002 en inmiddels weegt het schilderij met 121 olieverflagen 10 kilo en wordt vervoerd in een houten koffer die over enkele jaren ook uit zal moeten dijen.
Behalve als zich een koper meldt natuurlijk, gecharmeerd van een concept dat tegen de marktwerking van beeldende kunst ingaat.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Remco Dikken 'The trumpet Man' 2016

Remco Dikken ‘The trumpet Man’ 2016

In de verte trompetgeschal!
Ritmisch naderen de voetstappen van marcherende gardisten in de maat van het tromgeroffel.
Een doedelzak, paarden, de cavalerie, in de lucht een Zeppelin, het ontploffende lawaai van een bommenwerper, de pirouettes van een ballerina.
De spelende mens duikt, springt, danst, zweeft, valt.
Hij ontketent oorlogen, in vorige eeuwen en toekomstige.
Spreekt zichzelf moed in ‘just do it’, erkent zijn mislukkingen en reflecteert ‘daar sta je dan’.
Het gezag buigt, de humor redt. Altijd.
De stoet verschuift in stille kleuren op het papier, allemaal familie.
In de coulissen van het theater ontstaan de karakters uit een surrealistisch universum van frottage.
De wereld van Remco Dikken passeert vanuit de loopgraven in een zachtmoedige revolutie.

ik draai een kleine mooie revolutie af
ik ben niet langer van land
ik ben weer water
ik draag schuimende koppen op mijn hoofd
ik draag schietende schimmen in mijn hoofd
op mijn rug rust een zeemeermin
op mijn rug rust de wind
de wind en de zeemeermin zingen
de schuimende koppen ruisen
de schietende schimmen vallen
ik draai een kleine mooie ritselende revolutie af
en ik val en ik ruis en ik zing

Lucebert
uit: Verzamelde gedichten, De Bezige Bij 2004

_________________________________________________________________________________________________________________________________________

Jean Brusselmans, tentoonstelling 'De Zee- salut d'honneur Jan Hoet' 2015 Mu.ZEE Oostende BE

Jean Brusselmans, tentoonstelling ‘De Zee- salut d’honneur Jan Hoet’ 2015 Mu.ZEE Oostende BE

De zeewind raast hier over de vlaktes, schapenwolken waaien zuidwaarts.
Bij die bolle wolken, die als gebeeldhouwde objecten voor het lege blauw staan denk ik vaak aan de wolken van Jean Brusselmans.
Ik lees, dat hij de natuur beschouwde als een wonderlijk mathematisch monument. Hij herleidde zijn onderwerpen tot geometrische vormen.
Schilderde bepaalde motieven in herhalingen. ‘Peindre comme on pense. Dessiner naïf.’
Hij was inderdaad een meester in zijn vlakbeheersing.
Hier zien we twee versies van De Storm, geschilderd in 1938.
De grote lijnen en vormen staan hetzelfde in het vlak. De zon vormt een gele driehoek die achter de wolken, opgebouwd uit ronde vormen, verdwijnt. De horizon loopt vrijwel exact in het midden om het vlak in twee rechthoeken te verdelen.
Als we de verschillen zoeken in het rechter schilderij, dan zijn die afgezien van de wat rommelige schilderstijl miniem: het donkergrijze golfje rechtsonder en het middengedeelte van het schilderij, waarbij de achterste branding en de watervlakte meer als schapen en bultruggen aanwezig zijn.

Geologie

Diepe zeeën omringen het eiland
diepe blauwe zeeën omringen het eiland
gij weet niet
of het eiland van de sterren is daarboven
gij weet niet
of het eiland aan de aardas is
diepe zeeën
diepe blauwe zeeën
dat het lood zinkt
dat het lood zoekt
dat het zinkend zoekt
en zinkt zoekend
zoekend zijn eigen zoeken
en al maar door
zinkt
en al maar door
zoekt
diepe zeeën
blauwe zeeën
diepe blauwe zeeën
diepblauwe zeeën
zinken
zoeken
naar de omgekeerde sterren
tweemaal blauw
en tweemaal bodemloos
Wanneer vindt het blauwe lood
in de blauwe zee
de groene wier
en de koraalrif
Een dier dat door het leven jaagt naar een gedachte vrede
– een wanen in duizend duizendjarige sellen –
gelijk een dier dat jaagt en aan zijn blinde vingers vindt
alleen het herhalen van het gedane doen
gelijk een dier zo
zo zinkt het lood
des zeemans
Moest dit zinken langs uw ogen zijgen gij kende niet
een groter leegheid

Paul van Ostaijen ( 1896-1928)

________________________________________________________________________________________________________________________________

Tim Ayres 'Poem'

Tim Ayres ‘Poem’

Zijdezacht zijn ze, de spalters waarmee Tim Ayres zijn vloeibare lagen verf aanbrengt.
De tonen worden over elkaar gezet, telkens een nuance verder op een denkbeeldig palet gemengd.
Rechtop staat het doek, dus de zwaartekracht huilt geluidloos.
Na vele lagen, als de ondergrond spreekt, is het tijd voor de schrifttekens.
Gesjabloneerde folie met uitsparingen in het juiste formaat wordt aangebracht, er volgt een laatste geschilderde laag om de letters in het vlak te plaatsen.

-And all that poetry shit means nothing now to me-

We zien op zijn site bij ‘this happened’ het ontstaan van dit werk.
Het woord ‘now’ impliceert dat poëzie wel ooit van betekenis was.
Misschien in dit werk uit de ‘poem’ serie uit 2015, waar de poëzie in lichte letters prominent en solitair in een bescheiden hoek op een stralende koele rood-rose achtergrond staat.
Hetzelfde woord geplaatst op een andere kleur heeft echter een andere uitwerking.
Op krijtachtige iriserende poederkleuren staat ‘poem’ in mist gehuld en fluistert.
Is de achtergrond ultramarijn blauw, dan oogt de verlegen plaatsing in de hoek toch vertrouwenwekkend en zelfverzekerd.
De kleurklanken vermengen zich met de tekstflarden die uit het onderbewustzijn tevoorschijn komen.
De zeggingskracht van de dichter transformeert tot beeldtaal.
De zwaartekracht wordt opgeheven door de kracht van de verbeelding.

but gravity was nothing
you and me were not
wise and we were
not allowed to be
aviators
-Tim Ayres-

_____________________________________________________________________________________________________________________________________

Hinke Schreuders - work on paper 2017

Hinke Schreuders – work on paper 2017

In mijn atelier hangt boven de kachel op de schouw een antieke merklap.
Geborduurd met rode wol op licht linnen staan allerlei verschillende sterren.
Hier en daar hebben de draden losgelaten, er is met diverse soorten rood gewerkt en tal van steeksoorten vormen het geheel van een vallende sterren verzameling.

Hinke Schreuders borduurt.
Na kinderscènes en zelfportretten in kruissteek, dichtregels en tekstfragmenten volgde de vrouw getooid in elegantie van de jaren 50 en een enkel landschap.
Soms zoomt de camera in op het portret
Verleden jaar ontstond de serie ‘story of o’, die verwijst naar ‘Histoire d’O’ van Pauline Réage (pseudoniem van Anne Declos), de eerste pornografische roman die door een vrouw werd geschreven. In eerste instantie schreef ze de roman als liefdesbrief aan haar geliefde. De toon is fijnzinnig en registrerend. Veel tijd van de vrouwelijke hoofdpersoon verglijdt in stilte en afwachting.
Tekstfragmenten zoals ‘alone, motionless’ of ‘all soft and silent / she waited’ staan geborduurd op wit damasten en linnen bedtextiel. De traagheid van het borduren vult de tijd van het wachten.
De variëteit en complexiteit van de steektechnieken nam toe.
De draden meanderen kantachtig over de voorstelling en vormen fijnberagde weefsels.
Vrouwen worden geïsoleerd in een donkere omgeving gezet en gaan tinkelen en glanzen onder de draden en glaskralen.
Oplichtende toverfeetjes en prinsessen worden in gereedheid gebracht, verwachtingsvol en aarzelend.
Met rode zijdedraad lokken subtiele accenten op nagels, lippen en mond of hoog gehakte schoenen.
De stoffen van de jurken lossen op en vormen nieuwe patronen in de getekende ruimte.
Er gaat een filmische loomheid uit van de beelden, het vergeelde kwetsbare papier moet zorgvuldig en weloverwogen, uiterst voorzichtig en tijdrovend bewerkt worden.

______________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Piet Mondriaan

Piet Mondriaan

Het zaaltje in het Gemeentemuseum den Haag met de Mondriaans.
Ik was alleen en stond in het ochtendlicht, dat gedempt werd door lichte doeken voor de ramen.
Rood, blauw en geel stonden tussen zwarte lijnen op geborstelde tinten wit.
Elke kleur rood was anders, net als de andere primaire kleuren.
Door de subtiele verschillen in kleurwaardes en door de relatie die de werken met elkaar aangingen gebeurde er iets wonderlijks.
De dwingende composities losten op en de kleuren leken te bewegen.
Het was beslist sensueel te noemen.

Vandaag opent in kunsthal KAdE in Amersfoort de tentoonstelling ‘De kleuren van De Stijl’, te zien tot 3 september.
De tentoonstelling legt de nadruk op kleurtheorie.
Diverse visies op kleur van de leden van De Stijl worden hier getoond.
Verder te zien: het gerestaureerde rood van Barnett Newman, het I.K.B. blauw van Yves Klein, het wit van Robert Ryman, maar ook de boeiende kleurtheorie van Josef Albers, die weer uitging van de rechtstreekse interactie tussen de kleuren. Hij heeft meer dan 1000 schilderijen gemaakt om zijn theorie te onderzoeken. Ook hedendaagse kunstenaars ontbreken niet, Olafur Eliasson toont een lichtinstallatie met het regenboogspectrum, we laten ons verrassen door Fransje Killaars, Katja Mater, Jan van der Ploeg e.a.
Catalogus met teksten van Robbert Roos, Marjory Degen en Nynke Besemer

Ook in Amersfoort: het vernieuwde Mondriaanhuis, heropend sinds maart dit jaar.

Aristoteles (4 eeuw v. Chr.) over kleur:
De oorzaken van de eindeloze variëteit aan kleuren: licht en schaduw, intensiteit, menging, glansverschillen, schuren, verbranden, de materie; geen enkele kleur wordt zuiver gezien.
Ook licht wordt door kleuren gekleurd.
Alle kleuren zijn mengsels uit drie componenten: licht, een medium waar het licht doorheen schijnt en een onderliggende kleur.
Kleuren van doorzichtig materiaal.

________________________________________________________________________________________________________________________________________

Masao Yamamoto - collectie Otto Schaap

Masao Yamamoto – collectie Otto Schaap

Vandaag een interview met kunstverzamelaar Otto Schaap.
Deze kleine foto van Masao Yamamoto hangt op een prominente plek in zijn huis, centraal in het blikveld vanaf de rustbank.

Otto, waardoor werd je geraakt in deze foto toen je hem kocht?
O.: Door de eenvoud en tegelijkertijd de enorme uitstraling.

Heeft deze foto ook een symbolische waarde voor je?
O.: Dat weet ik eigenlijk niet, daar heb ik niet over nagedacht.

Bij mij kwam dit werk in relatie tot Bevrijdingsdag in me op. Vrijheid wordt beschermd door de open hand.
O.: Verdomd ja, dat heb je goed gezien, haha.

Kun je een lijn in je verzameling aanwijzen?
O.: Kunstenaars zien er vaak een lijn in, maar ik niet. Ik doe maar wat, ik verzamel intuïtief wat ik mooi en interessant vind.

Met welk werk begon je verzameling?
O.: Dat weet ik nog goed! Dat was een tekening van een oude vrouw van William Kuik (Dirkje Kuik). Het was een mooie zomerdag in 1972. Bob Meijer (directeur van het KattenKabinet) haalde me met zijn toenmalige vriendin op en we reden in een open Bolide richting Brouwersgracht. Bij galerie Petit bezochten we de opening van William Kuik. Ik kocht de tekening die Kuik had gemaakt naar aanleiding van zijn boek ‘De held van het potspel’.

Heeft Bevrijdingsdag nog een speciale betekenis voor je?
O.: Eigenlijk meer de Dodenherdenking. Ik ga altijd naar de Apollolaan, (de Dam is me te massaal), daar ging ik al met mijn ouders naartoe en ook nu nog zie je er oude mensen (veelal oorlogsslachtoffers) met hun kinderen en kleinkinderen.

Wil je me iets vertellen over de oorlog hoe jij die als kind ervaren hebt?
O.: De inval van de Duitsers staat me heel duidelijk bij. Ik werd als 6-jarig jongetje ’s morgens wakker door de schietende vliegtuigen. Mijn ouders kwamen ons vertellen dat de oorlog was uitgebroken, waarop mijn broer en ik een vreugdedans op bed deden onder het uitroepen van ‘ha oorlog!’. Spoedig vonden wij het minder leuk. We moesten als Joodse kinderen van de gemengde scholen af en de Duitsers begonnen met razzia’s.
In de oorlog in 1942 circuleerden meerdere beschermde lijsten voor Joden om uitstel van deportatie te krijgen. De Diamantlijst bijvoorbeeld gold als zeer safe (een plek op deze lijst kostte een kapitaal), maar werd als eerste opgeheven, er waren geen overlevenden. Voor de Barneveldlijst, bedoeld voor kunstenaars en academici (zo’n 600 namen), hoefde niet betaald te worden. Deze lijst werd pas twee jaar later in 1944 opgeheven. Mijn vader die in het Joodse ziekenhuis het NIZ als internist werkte, verwierf met zijn gezin op voorspraak van zijn voormalige hoogleraar Interne Geneeskunde een plek op de Barneveldlijst.
Op een gegeven moment moesten wij vluchten omdat de Duitsers ontdekt hadden, dat wij bij de voormalige huishoudster van mijn grootmoeder spullen in bewaring hadden gegeven. Door verraad hebben ze ons toch weten te arresteren. Mijn moeder, mijn broer en ik werden in afwachting van verder transport naar de Hollandsche Schouwburg gestuurd, terwijl mijn vader werd opgesloten in de strafgevangenis op de Amstelveense weg. Ik was toen 9 jaar. We verbleven daar een dag of 10 in een enorme smeerboel temidden van chaos en hysterie, mensen die uit het raam sprongen en te pletter vielen.
Na een verblijf in kamp Vught werd mijn vader afzonderlijk van ons naar Westerbork gestuurd en onderweg mishandeld. Bij aankomst kwam hij in het ziekenhuis terecht. Daar rekte hij zijn verblijf. Het vreemde was dat zieken eerst opgekalefaterd werden om ze vervolgens veelal op een dodentransport naar het oosten te zetten.
In Westerbork belandde ik met mijn broer in het weeshuis. Mijn ouders werkten beiden in het ziekenhuis en konden geen toezicht op ons houden. Af en toe was er onderwijs. We speelden vaak buiten, landjepik bijvoorbeeld. Het weeshuis werd Joods orthodox geleid, dus we dansten de Hora (een Israëlische dans) en kregen godsdienstonderwijs.
Ook in Theresienstadt moesten mijn ouders in het ziekenhuis werken en werden mijn broer en ik wederom in een ‘Jugendheim’ gehuisvest. Onze ouders zagen we zo eens in de twee weken in het weekend. Ik werd bij een Deense kachelsmid tewerkgesteld waar ik het snel gezien had en wegbleef om door het kamp te zwerven. Mijn vader was furieus toen hij daarachter kwam, omdat hij bang was voor strafmaatregelen, maar de Duitsers interesseerde dit helemaal niet.
In februari 1945 kregen we toestemming om met een transport mee te gaan naar Zwitserland, waar we in quarantaine moesten. Uiteindelijk werden mijn ouders in een hotel in Clarens aan het meer van Genève gehuisvest en wij kinderen in het Beatrix Lyceum in Glion.
Met een ansichtkaart van een rood-wit-blauwe vlag van Luxemburg (NL was niet te koop) feliciteerde mijn vader me met de bevrijding. Niet veel later werd de atoombom op Hiroshima gegooid. Niemand begreep op dat moment wat dat was.
Door het oog van de naald zijn we gekropen.
We zijn er goed van af gekomen, temeer omdat we strafgeval waren.
Er zijn, zoals men weet, veel meer schrijnender verhalen uit WO II dan dit, die tragischer zijn afgelopen…

© Copyright 2017: Anke Roder

_________________________________________________________________________________________________________________________________________

Der Teufel im Glas, Duits 17e eeuws, collectie Kunsthistorisches Museum Wien

Der Teufel im Glas, Duits 17e eeuws, collectie Kunsthistorisches Museum Wien

Een kleine chronologie van angst.
Het donker, geluid (onverwacht), de dood, geluid (hard), het kwaad in alle gedaantes.
Deze duivel in kristalvormig glas uit de vroege 17e eeuw symboliseert volgens de omschrijving het uitgedrevene kwaad. Dit object zou de bezitter tijdens zijn leven rijkdom, geluk, macht en wijsheid brengen. Echter wel op duivelse voorwaarden, na zijn dood behoort de overledene de duivel toe. De enige manier om daaraan te ontsnappen is de verkoop van het object voor een lagere prijs. De laatste eigenaar brandt dan in de eeuwige hel.
Deze duivel is in ijzer gegoten en zit veilig opgesloten in het glas.
Wat ik echter mis zijn de hoorntjes en de staart. De duivel lijkt eerder op een dansende faun uit het Hellenisme of op een dronken sater, de volgeling van Dionysos.
Dit soort objecten gold in de Barok als bezienswaardigheid in keizerlijke verzamelingen en werden niet zelden geflankeerd door dieprode koralen en zeldzame schelpen.
Misschien werd de kleine sater-duivel als een talisman ook af en toe meegedragen in een borstrok of jaszak, om de eigenaar te behoeden voor dronkenschap, want het object is klein, 6,6 cm hoog en 3,5 cm breed.

Zowel de tekening van Dürer, als deze duivel in het glas werden verleden jaar geëxposeerd in het kunsthistorisch museum in Wenen, in een door Edmund de Waal samengestelde tentoonstelling over angst ‘During the Night’.

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________

Albrecht Dürer 'Traumgesicht' 1525, collectie Kunsthistorisches Museum Wien

Albrecht Dürer ‘Traumgesicht’ 1525, collectie Kunsthistorisches Museum Wien

Mijn dromen worden vaak bevolkt door dieren.
In drukke tijden razen de paarden in galop over heuvels en langs schuimende nachtelijke branding.
Dolfijnen trekken me onder water vliegensvlug door een gekleurde wereld en de kat die met rechte rug op me zat en me aankeek met een zeer leuk menselijk gezicht zal ik ook nooit vergeten.
Een tijd geleden droeg ik op gestrekte armen een klein wit biggetje op een rood fluwelen kussen door een donkere tunnel.
Het dier gaf zo veel licht, dat ik de weg door de duisternis met vertrouwen kon vervolgen.

Albrecht Dürer beschreef zijn tekening in de zomer van 1525 als een nachtmerrie.
Een neerstortende zondvloed verwoest het land op enige afstand van hem.
Water stort in vertraagde beelden van bergen in een niets ontziend natuurgeweld. Eenmaal dichterbij is het een razende orkaan van water.
Hij schrikt wakker, bevend van top tot teen, de droom blijft hem bij.
De volgende ochtend opluchting en een schietgebed.
En deze tekening! Traumgesicht.

De originele tekst op de tekening:
„Im 1525 Jor nach dem pfinxstag zwischen dem Mitwoch und pfintzdag in der nacht im schlaff hab ich dis gesicht gesehen wy fill großer wassern vom himmell fillen Und das erst traff das erthrich ungefer 4 meill fan mir mit einer solchen grausamkeitt mit einem uber großem raüschn und zersprützn und ertrenckett das gannz lant In solchem erschrack ich so gar schwerlich das ich doran erwachett edan dy andern wasser filn Und dy wasser dy do filn dy waren fast gros und der fill ettliche weit etliche neher und sy kamen so hoch herab das sy im gedancken gleich langsam filn. aber do das erst wasser das das ertrich traff schir herbey kam do fill es mit einer solchen geschwindigkeit wynt und braüsen das ich also erschrack do ich erwacht das mir all mein leichnam zitrett und lang nit recht zu mir selbs kam Aber do ich am morgn auff stund molet ich hy oben wy ichs gesehen hett. Got wende alle ding zu besten“[1] (Albert Dürer, Traumgesicht, 8. Juni 1525)

_______________________________________________________________________________________________________________________________

Christof Yvoré, Untitled 2010

Christof Yvoré, Untitled 2010

De stilte in de schilderijen van Cristof Yvoré (1967 – 2013) is niet van het aangename soort.
Veel schilders zijn gefascineerd door het licht, door kleine huiselijke onderwerpen en dat al sinds heuglijke tijd.
Juist in dit soort thema’s komt het karakter maar ook het talent van de maker ten volle aan het licht.
Waar de stillevens van Morandi de mediterrane zon nog ruimschoots toelieten, is het daglicht bij Yvoré nagenoeg verdwenen.
De luiken zijn gesloten en het spaarzame licht dat kan ontsnappen valt op sombere muren en oppervlaktes.
Logge volumes drukken hun gewicht in het centrum van het schilderij.
De bloemen in de gebeeldhouwde vazen zijn spookachtig en eveneens volumineus.
Hij schilderde zijn eigen grafbloemen, op vele doeken staan ze in loden vazen naast en achter elkaar.

ZENO X Gallery in Antwerpen beheert het nalatenschap en toont zijn werk met regelmaat.
Op dit moment is zijn werk voor het eerst in Azië te zien bij M WOODS, Beijing China

________________________________________________________________________________________________________________________________________

Christie van der Haak , installatie Wolfsonian Museum Miami

Christie van der Haak , installatie Wolfsonian Museum Miami

La Grande Dame Christie!
De rode loper wordt ontrold.
Aan haar de eer om deze als eerste te betreden.

Twee jaar geleden, ik had zojuist mijn laatste kunst van de dag stukje weggetikt, ontving ik via Jane Huldman (Stroom den Haag) een uitnodiging om nogmaals te schrijven, ditmaal voor Christie van der Haak: Sproken/Fairy Tales.
Later in dat jaar zou de Piet Ouborg Prijs 2015 toegekend worden aan Christie, daaraan was o.m. een omvangrijke publicatie verbonden en een presentatie in het Gemeentemuseum Den Haag.
Na het bezoek aan Christie en haar man Philip Peters, hoog in een gebouw omgeven door schoonheid en historie, schreef ik een sprookje over een spiegelpaleis dat op een berg staat en zijn schaduwen richting verleden en toekomst werpt.
In het paleis kwamen alle aspecten van haar kunstenaarschap samen. Hoe haar weelderige stoffen ontstonden uit de gelaagde schilderijen, en hoe deze weefsels zich voegden naar ruimtes en meubels.

Haar roem strekt zich nu uit tot ver over de grenzen.
Zie het Wolfsonian Museum in Miami. De Miami Herald schreef :’You don’t even have to enter the museum to be captivated.’
Als een flonkerende kristal staat het gebouw zonovergoten en stralend en weerkaatst de kleuren in alle richtingen.
Het lokt het publiek via haar gestoffeerde lobby naar de tentoonstelling over Dutch Design.
Het sprookje is werkelijkheid geworden.

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

P1010560

Anke Roder - Indigo Landscape 2015

Anke Roder – Indigo Landscape 2015 – Park collectie Rotterdam

Na elke grote storm is de hele Noordelijke kustlijn getransformeerd.
Er is een nieuw landschap ontstaan met bergen zeewier, plastic, schoenen, rubberen handschoenen, stevig visserstouw in grote kluwens met oplichtende kleuren en stukken hout. Twee winters geleden lag de hele kust bezaaid met Russische donsjassen.
De balken van losgeslagen dijkversteviging en de stukken hout waarvoor we naar de zee komen, zijn verweerd en bijna fossiel geworden, uitgewerkt en op een mooie manier geërodeerd. Het karakter van het blok hout bepaalt vaak de aard van het geschilderde landschap.
Het werk ‘Indigo Landscape’ is geschilderd op een dik blok zeer zwaar eikenhout, aan de achterzijde onregelmatig en olieachtig donkerbruin, aan de voorzijde de complementaire kleur van de nacht.
Het hout heeft de reis door het water gemaakt, na het droogproces in het atelier en de twee maanden droogtijd van het olieverfgedeelte werd het deze maand verscheept naar Maastricht en onlangs weer getransporteerd naar Rotterdam, waar het nu deel uitmaakt van de Park Collectie. Het schilderij verkeert in aangenaam gezelschap van Ronald Zuurmond, Olphaert den Otter en Han Klinkhamer.

________________________________________________________________________________________________________________________________

Flammarion

De Hemelkijker

Lang werd gedacht, dat dit een anonieme gravure uit de zestiende eeuw betrof.
De houtgravure werd voor het eerst gepubliceerd door Camille Flammarion in zijn boek ‘l’atmosphère : météorologie populaire’ in 1888 en sindsdien aan hem toegeschreven.
Het betreft een illustratie van een Byzantijnse legende, waarin drie monniken op zoek gingen naar een aards paradijs, waar hemel en aarde elkaar raken. Ze vinden uiteindelijk de knielende heilige Macarius Romanus in een lieflijk landschap bij de poorten van het paradijs ( bron NRC).
De legende over deze Macarius werd al in 323 v. Chr. verteld, daarin zoekt de heilige naar de onsterfelijkheidsbron. In een joodse versie wil hij het paradijs veroveren.
In de teksten van de astronoom Flammarion belicht hij in lyrische beschrijvingen de schoonheid van de aarde, met haar nevelige bergen, spiegelende meren, magnifieke zonsop- en ondergangen, overkoepeld door een prachtige blauwe hemel, ‘die het oneindige toont in uw diepten: uw bestaan en schoonheid zijn slechts te danken aan dat lichte maar toch machtige fluïdum dat zich uitstrekt over de aardbol. Zonder dat zou niets van die vergezichten en niets van al die subtiele schakeringen bestaan.’ (bron Skepsis).

Deze prent van de Hemelkijker hangt al jaren in mijn atelier.
Het lichaam van de figuur bevindt zich tussen dag en nacht. De aarde is begroeid met bloemen en een boom, we zien dorpjes in de verte overgaand in een landschap dat bergachtig is maar ook gelezen kan worden als een oneindige golvende zee.
Macarius steekt zijn hoofd vanuit de nachtelijke duisternis met flonkerende sterren dwars door de atmosferische dampkring en daar is de ware magie alleen voor hem zichtbaar. Een verlicht heelal zonder begin of eind, planeten, wolken, nieuwe zonnen en een wiel dat de tijdloosheid of eeuwigheid verbeeldt.
Achter de zichtbare werkelijkheid zien we een oneindig coulissen-landschap van meteorologische fenomenen, ijsschotsen, regen, wolkenpartijen, zonsondergangen en maanopkomst, en het dubbele wiel dat door alle windrichtingen aangedreven en tegelijkertijd om de eigen as draait.

Alle elementen en dimensies komen samen, tijd lijkt stil te staan zoals ook elk kunstwerk een momentopname is.
De horizon, het punt waar op grote afstand de hemel en aarde elkaar raken, zal altijd en vanuit elk gezichtspunt op afstand blijven. In een leeg en vlak landschap strekt die horizon zich naar alle kanten in een cirkel uit, waarvan jij, draaiend om je eigen as het middelpunt en eerste dimensie bent. Net als in het dubbele wiel, is de tweede dimensie de draaiende aarde met de middenas.
In de derde dimensie, het heelal, zijn ontelbare sterrenstelsels en universa, stervende planeten, nieuwe sterren, een kolkende, cirkelende, exploderende en voortdurende beweging met zwarte gaten, die materie laat verdwijnen naar onbekende gebieden.
De factor tijd is hierbij buiten beschouwing gelaten, omdat tijd begrenst.
Voor mij verbeeldt deze prent grenzeloosheid en oneindigheid, het mysterie van de horizon.

Gepubliceerd oktober 2016 blog ‘Nothing But Good Art’

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________

Anke Roder- collage afbeelding cover tijdschrift Speling

Anke Roder- In de Tuin collage, cover tijdschrift Speling winter

Het noordelijke land ligt wijds en leeg verzonken in stilte. De akkers zijn omgeploegd, overal glanzen de vlaktes met golvende zeeklei. De vorst kan zijn werk doen. Ademwolken vermengen de warme met de koude lucht. We hakken het hout en stoken de vuren nog wat verder op.

Bij de kust verzamelden zich duizenden trekvogels in ondiep water. Ze stegen en daalden en schreven meanderende lijnen op het lege blauw.
Het oriëntatievermogen van vogels is opzienbarend. Doelgericht verplaatsen ze zich op grote hoogte richting licht en warmte. Naar het schijnt richten ze zich tijdens hun vlucht op de sterren en de zonnestand om hun navigatie te bepalen en raken ook zij hoog in de lucht gedesoriënteerd als de zon verdwenen is achter dichte mistflarden.
De vogels in onze wintertuin hebben daar geen last van. Die tikken om beurten aan de poort van het insectenhotel in de hoop op een knapperig hapje eiwitten. Ze vervolgen hun weg langs de oude boombast en storten zich op de zaden uit het voorbije seizoen.

Onder de vlonder van het druivenpaleis hebben de egels tussen de bladeren hun dromen in gereedheid gebracht. De bomen slapen en tekenen net als de vogels in de voorgaande maand hun lijnen tegen de achtergrond van voorbijschuivende luchten.
De dagen lijken te verglijden in schemerachtigheid.
De collage ‘In de Tuin’ op het omslag toont de wintertuin. Een winterbloeier, het zou een vroege krokus kunnen zijn, buigt zich richting zongebleekt papier. De grijsblauwe kleur toont de ruimte van korte dagen.
We bevinden ons in de laatste maand van een jaar dat afloopt.
Onze omgeving zal grijs, krakend helder of oogverblindend wit kleuren.

Gepubliceerd tijdschrift Speling Winter 2016

_____________________________________________________________________________________________________________________________________

Anke Roder - Funghi collage, cover Tijdschrift Speling Herfst

Anke Roder – Funghi collage, cover tijdschrift Speling herfst

Er komt traagheid over het land.
De uitzinnige bloei ligt achter ons, net als de kleurenexplosie van de voorbije maanden. Tussen mosgroene wolken worden de warme tinten van het volgende seizoen gemengd. De vruchten hangen zwaar aan de diep doorbuigende takken, de oogst van oude soorten is rijk dit jaar.
Zo staat er een kronkelige appelboom voor ons raam, die in tientallen jaren door de zeewind een grillige groeivorm ontwikkelde met mooie tegenbewegingen voor het volmaakte evenwicht. De ruwe bast is bekleed met okergele en lichtgroene korstmossen. Ondanks enkele ziektes en kankerachtige vergroeiingen, die bij oude rassen veel voorkomen, staat deze boom elk jaar in volle bloei, zijn de bladeren gezond en de vruchten smakelijk.

De hier en daar bewaarde boomstronken van bomen die de herfststormen niet overleefden, zijn druk bewoond door tal van insecten. In deze vochtige biotoop wandelen paddenstoelen in colonne over de bast. Ook daar waar de wortels van de boom nog diep in de grond liggen, ontstaan groepen met diverse soorten fungi.
De monumentale vormen van de collage ‘Funghi’ op het omslag introduceren de herfst in stemmige ingetogen kleuren.
Langzaam zal de kleur uit de tuin verdwijnen en plaats maken voor een grafisch spel van silhouetten, dat zich aftekent tegen het lage licht van de najaarszon.

Gepubliceerd tijdschrift Speling Herfst 2016

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Anke Roder - Vlinderbloem collage, cover tijdschrift Speling zomer

Anke Roder – Vlinderbloem collage, cover tijdschrift Speling zomer

De lente kwam laat en plotseling. Pas half mei durfde de bloesem los te barsten, met gevaar voor eigen leven, want nog altijd lagen de Ijsheiligen op de loer. Maar toch, ineens was er oogverblindend licht, de temperaturen stegen opzienbarend en overal ontwaakten insecten op zoek naar nectar.
De oude perenboom in onze tuin was gehuld in witte betovering, de geur bij zonsopkomst was bedwelmend, enkele dagen later volgde zacht roze en aarzelend de kronkelige appelboom. De klimrozen aan hun voeten veerden op en zochten met groene bladeren de weg langs de stam richting hoogte. Over enkele weken zouden de eerste kleine vruchtaanzetten verschijnen en de eerste rozen bloeien.

De vlinderbloem staat op het omslag. Het is meer een abstracte afgeleide dan een concrete afbeelding. De titel is associatief gekozen, de bloemvorm lijkt op een vlinder en in de tuin viel het me op, dat de bloemen waar vlinders op afkomen vaak ook op vlinders lijken. Ze hebben transparante verderlichte bloembladeren in delicate kleuren. Een Engelse kunstenaar, Cedric Morris, kweekte een speciaal soort papavertjes in de subtiele pastelkleuren van parelmoer. In een tuin schilder je eigenlijk met de kleuren van de natuur.

Achter in onze tuin hebben we net als verleden jaar een groot stuk grond om laten ploegen, vervolgens fijn aangeharkt en ingezaaid met zaden van een vlinder- en bijenmengsel dat gedurende het hele seizoen in telkens wisselende kleuren en hoogtes bloeit. Het is er altijd enorm druk met fladderende vlindersoorten, nachtelijke motjes in prachtige fluwelige texturen en kleuren, gonzende hommels en bijen en talrijke insecten in de meest wonderlijke kleuren en schilddecoraties.

De fruitbomen die om het veld staan, buigen zich vriendelijk en zwaar beladen over de zomermaanden. Van de oogst maken we sap, stroop en koken volgens een bijzonder leuk terugkerend ritueel ‘Membrillo !’, een kweepeerpasta volgens aangepast Spaans recept. Deze ingedikte stevige vruchtenkoek heeft een betoverend aroma en smaakt met name zeer bijzonder in combinatie met de eveneens Spaanse kaassoort Manchego. Zo duren de zomermaanden nog voort in de loop van het volgende seizoen.

Gepubliceerd tijdschrift Speling Zomer 2016
________________________________________________________________________________________________________________________________________

Anke Roder - Schermbloem collage, cover tijdschrift Speling

Anke Roder – Schermbloem collage, cover tijdschrift Speling lente

Het jaar begint in onze tuin met de bloei van de Helleborus. Wonderbaarlijk, hoe zulke tere klokken bestand zijn tegen het gure winterklimaat. Ze hebben natuurlijk vele eeuwen geoefend in de Alpen en daardoor eigenschappen ontwikkeld, waardoor ze warmer zijn dan hun omgeving. Het is mogelijk om zelf nieuwe verrassingssoorten te kweken, eenvoudigweg door ze tijdens de bloei handmatig te bestuiven, enkele van deze bloemhoofden in een papieren zakje te binden en zo de zaadjes in de loop van de meimaand op te vangen. Deze zaden kunnen in de winter geplant worden en in de daaropvolgende lente kunnen de kleine plantjes uitgeplant worden. Het resultaat is uiteindelijk opzienbarend. Er ontstaan bloemen met geheel nieuwe kleurschakeringen.

Maart betekent de aankondiging van een nieuwe lente. We kijken het groen uit de grond. De vogelgeluiden zwellen aan, gevolgd door de strijd om de beschikbare damesvogels.
Het werken in de tuin is van belang voor het ontstaan van de collages.
De diversiteit van de plantenwereld begint al bij de zaadjes, minuscuul klein en los over de aarde gestrooid, zwaarder van aard en liefst dieper in het duister geplant, of vederlicht voorzien van een transparant vlies dat door de wind ver verspreid kan worden.
De collage op het omslag heet ‘Schermbloem’. Dat is een algemene naam van een plantenfamilie van wel 3.500 soorten. Deze schermbloem is afgeleid van de meest in het oog springende kenmerken, een sterke steel en bloei met een scherm vol zaadjes.
De meest indrukwekkende is misschien wel de Engelwortel, soms ook Aartsengelwortel genoemd, ook in onze tuin aanwezig. Ze zijn dol op natte voeten, de Groninger klei is dusdanig geschikt, dat ze in het volgende seizoen met indrukwekkende afmetingen zullen oprijzen tussen de lagere soorten.

Gepubliceerd tijdschrift Speling Lente 2016

_________________________________________________________________________________________________________________________________________

P1010555

Boek Christie van der Haak 'Sproken /Fairy Tales' uitg. Stroon Den Haag en Jap Sam Books

Boek Christie van der Haak ‘Sproken /Fairy Tales’ uitg. Stroom Den Haag en Jap Sam Books

WELKOM IN HET SPIEGELPALEIS

‘It seemed to her that certain parts of the earth must produce happiness like a plant indigenous to that soil and unable to flourish anywhere else.’
Gustave Flaubert –Madame Bovary

Op de sneeuwwitte berg staat het spiegelpaleis.
Het werpt zijn lange schaduwen vooruit richting toekomst, naar boven om te weerkaatsen op glorieuze wolkenpartijen en naar achteren, op de donkere bossen daar in de diepte, met paden geplaveid door schilderijen, de kijkende Madonna’s, de zingende vogels, het begin van een blijmoedig, warm en tintelend feest.
Als we het paleis betreden, langs heraldische banieren geluidloos over hoogpolig tapijt door de gangen lopen, de handen langs de wandbekleding strijken, een vluchtige blik in de ruimtes werpen, klinken ritmes in de verte.

Herinneringen voeren ons naar de eerste kamers.
Ik groeide op in een omgeving van stoffen in het Zwarte Woud.
Mijn vader ontwierp garens, weefsels en interieurstoffen en zette op telkens andere locaties nieuwe afdelingen op met de nieuwste weefmachines.
Ik herinner me de gedrapeerde stoffen in zijn werkkamer, de immense klossen met harige draden in felle kleuren, bijeengehouden door dunne, glanzende, zijden draden.
De stalenkaarten met de mooie kleurverlopen, het diep gekleurde fluweel in brede contrasterende banen, de linnen-zijdemengsels in de meer ingetogen en delicate stoffen voor de Italiaanse mode-industrie.
Ons huis was volledig gestoffeerd met zijn ontwerpen, transparantie afgewisseld met dekkende grafische patronen in bijenraat ritmes, open weefsels voor de ramen.
De bank was bekleed met een donkerblauw wollen stof, waardoorheen paarse en donkergroene lijntjes geweven waren, de tapijten waren handgeknoopt met afwisselende laag- en hoogpolige grafische ritmes.
Wij speelden met de lange gekleurde draden en de zelfverzonnen weefsels op kleine houten weefgetouwen.

In het paleis betreden we de wereld van Christie van der Haak met een blik der herkenning. Echo’s klinken in de motieven en kleuren. Duizelingwekkende patronen vermenigvuldigen zich caleidoscopisch naar alle kanten. De regenboog spiegelt tot kleurencirkel, het prisma werpt een spectrum op een nieuwe Haute Couture van de schilderkunst.
Diep verborgen in het midden liggen de ruimtes waar het inmiddels aanzwellende geluid ontstaat. De opgestelde weefmachines ratelen en stansen hun pulserende ritmische ordening. Ketting en inslag liggen beurtelings onder of boven, spoeldraden ontrollen hun kleuren en structuren als ze opgetild worden. De volgende kettingdraad weeft het spiegelbeeld. Dit is de plaats waar het wonder zich in lange banen ontplooit, ontrolt en in golvende meters ontvouwt.
Aan het roer staat Christie van der Haak tussen oorverdovende imposante machines en zingt haar Opera op de maten van de gedicteerde aangestuurde machinale ritmes. Ze mengt gekleurde draden en zingt, stuurt haar patronen bij en zingt verder op het ritme van een nieuwe cadans.

Haar stoffen betoveren de ruimte, het geluid wordt gedempt, men fluistert, want de omgeving is uitbundig. Hier zijn grote decorstukken in gereedheid gebracht, veelomvattend, verrijkend, weldadig, bedoeld om de geest te openen.
De divan wentelt zich wellustig onder de patronenpracht. De gestoffeerde stoel blijft leeg, want te mooi. De grote kussens verlokken en verleiden met namen als ‘Onyx’, de zwarte stof die schittert en oplicht onder invallend strijklicht, ‘Vuuropaal’ of ‘Tourmalijn’ die hun vlammende kristalkleuren op telkens nieuwe wijze weten te kiezen.
Sterrenmos wordt stof, boombast wordt lijn, ontelbare insecten verlenen hun kleuren aan elke vierkante oprijzende oppervlaktemeter in afwachting van de eerste aanraking.

In transparante glasspiegeling danst de Octopus als Cameleon over gekleurde regenbogen. In de zee van glas buigen we ons over tafels gedekt met Damast, waarop duizend florale borden zich aaneen rijgen tot lemniscaat in zalen zonder begin of eind.
Gasten arriveren, de gebroeders Grimm nemen plaats onder vurige hemeltongen, ogen worden fruit, rozenranken omlijsten de diepe rijkdom en uniciteit van het leven. Monsieur Lheureux wijst Madame Bovary op de nieuwste aller stoffen, zie hier, deze exquise Jacquard. Ook de verleiding neemt haar plaats in. Huysmans selecteert zijn romanbeelden, Baudelaire, bedwelmd visionair, schrijft het tweede couplet van zijn uitnodiging tot de reis :
Gleaming furniture,
Polished by the years,
Will ornament our bedroom;
The rarest flowers
Mingling their fragrance
With the faint scent of amber,
The ornate ceilings,
The limpid mirrors,
The oriental splendor,
All would whisper there
Secretly to the soul
In its soft, native language.
There all is order and beauty,
Luxury, peace, and pleasure.

Aan het hoofd van de tafel neemt de koningin haar plaats in.
Het feest kan beginnen.
Welkom in het spiegelpaleis van Christie van der Haak.

Gepubliceerd in boek Christie van der Haak ‘Sproken/Fairy Tales’ 2016

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Anke Roder 'Wad in de lente' cover tijdschrift Atelier 2015

Anke Roder ‘Wad in de lente’ cover tijdschrift Atelier 2015

Is de lucht blauw en hoe schilder je die ?

Lucht is natuurlijk niet blauw maar transparant en heeft de kleur van het moment van de dag. Een zonsopgang kan lichtrose of geel zijn, bij bewolkt weer ervaren we de hemel als grijs, de kleur van nevel is ondefinieerbaar en geef je weer door de mistigheid van het landschap. De zonsondergang is soms rood, soms oranje en duurt lang of slechts enkele minuten en gaat dan over tot de avondblauwe nachtkleuren. Sommige zomernachten lijken groenblauw, een winternacht is echt diepblauw en ijzig donker.
De onbewolkte dagen hebben al naar gelang het seizoen verschillende tinten blauw.
Het blauw van de hemel kun je op veel verschillende manieren schilderen. Een onderschildering bepaalt het soort blauw. Ook de keuze voor een pigment bepaalt de variëteit in blauwvariaties. Ik werk zelf met encaustiek, een zeer oude schildertechniek, waarbij pure gezuiverde bijenwas au bain marie gesmolten wordt en op kleur gebracht met pigmenten. Met deze verf kun je de transparantie van de lucht mooi benaderen. Niet alle pigmenten zijn geschikt om in de warme gesmolten bijenwas te gebruiken. Sommige Oxyde kleuren kunnen door een chemische verbinding veranderen als je ze verwarmt.
De geschilderde lagen werken allemaal door en zo ontstaat een blauw dat leeft omdat het niet overal hetzelfde is. Als contrast tot de lucht schilder ik het landschap met olieverf. Olieverf is pasteus en heeft een materie waarmee je de bewegingen in het landschap goed kan weergeven.
De tegenstelling tussen die twee materiaalsoorten bewerkstelligen een ervaring van ruimtelijkheid. De blik kan ver weg kijken in de lucht, maar ook de olieverfstreken volgen als de lijnen in een landschap.

Gepubliceerd in tijdschrift Atelier ter aanvulling bij een artikel van Pieter Keune

______________________________________________________________________________________________________________________________________________

31 teksten over kunst online gepubliceerd voor ‘kunst van de dag’ Artnet.nu/galeries.nl maand mei 2015. Alle teksten: copyright Anke Roder

Albert Zwaan Dijkhuis 2015

Albert Zwaan Dijkhuis 2015

Rokjesdag ligt alweer ver achter ons.
De wereld heeft weer kleur gekregen.
Dit Dijkhuis heeft zin in de zomer, de rivier stroomt buiten ons zonnige zicht.

Bij Albert Zwaan is er alle dagen kleur en verf in grote zomerse helderheid en opgewektheid.
De werking van de verf zelf wordt onderzocht, en daarbij gepenseeld, getrokken, opgestuwd, gehavend, geborsteld, geschraapt en weer opgebouwd.
Het werkveld is eclectisch met aandacht voor de samenhang, die je ook in zijn tekeningen duidelijk ziet.
Sommige doeken zijn schraler van opzet met grafische vlakken die de afbeelding niet meer nodig lijken te hebben.
Geen enkele kleur ontbreekt in dit dagelijkse complementaire spel.
In essentie liggen onder de afgebeelde stadslandschappen en geïsoleerde huizen met hun ritme van vlakken en lijnen in de ruimte, onze herinneringen aan al die steden die we bezochten.
Als het voorjaar bij zonsopkomst de gekleurde muren verlicht en het niet de muur is, die je ziet, maar de grote kleur in de gedempte omgeving van de schaduwen.
Of de langgerekte zomeravond, die met onwaarschijnlijke kleuren de volgende mooie dag aankondigt, vanuit rood de silhouetten langzaam in het blauw opneemt.

______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Katrien den Blauwer collage

Katrien de Blauwer collage

Al vroeg waren de nachten een natuurlijke habitat.
Het duister was eng, zeker in de donkere uithoeken van de kamer en onder het bed.
Met een grote sprong kon je ontkomen aan de zwarte afgrond en zo’n stekkerlampje in zacht rose kleur hielp ook niet echt.
De fantasie was te groot en de monsters daaraan evenredig.
Uitkomst bood een kleine zwart-wit televisie in mijn kamer, waarop ik op de zachtste stand films bekeek.
Hoorde ik iets, dan ging het beeld op zwart, was het stil, dan keek ik verder.
Onuitwisbaar bleef de film Blow-Up van Michelangelo Antonioni, die ik zag toen ik een jaar of 9 was.
Te jong, roepen alle ouders in koor, mijn eigen ouders voorop, als ze er weet van hadden gehad.
En toch denk ik niet, dat me iets ontging, of dat de beelden het begrip te boven gingen.
Toen ik deze film, gebaseerd op een novelle van Julio Cortázar, later terug zag, bleek ik me elke scène te herinneren.

Dat Katrien de Blauwer de filmbeelden van Antonioni als invloed in haar werk benoemt is herkenbaar.
We zien intermenselijke relaties, waarbij emoties als drijvende kracht uit alle beelden spreken.
Soms zijn de momenten oncomfortabel, de blik steels, terloops, verholen en vaak afgewend van pijn, verdriet, verlies, lust, leven en dood.
Uitdrukking van wat we zijn en wat we voelen ligt in de kleine gebaren, de stille gezichtsuitdrukking, naakte huid versus bedekkende kleding, de fragmenten van hoe we bemind worden.

De samengevoegde beelden zijn uit een zwart-witte tijd en liggen op vergeeld of vergrijsd houtachtig papier.
Anonimiteit en herinnering, intimiteit en ervaring, vluchtige ontmoetingen, het verborgene, dat alleen voor het gevoelige oog zichtbaar zal blijken te zijn.
Net als de fotograaf in de film van Antonioni gebruikt de Blauwer de stills om haar aandacht te richten op het werkelijke zien van ogenschijnlijk onopvallende maar veelbetekenende details.

____________________________________________________________________________________________________________________________________________

Els Timmerman 'Onder de brug'

Els Timmerman ‘Onder de brug’

Els was vele jaren geleden mijn docente tekenen op de kunstacademie in Den Bosch.
Meer nog dan de lessen in tekenen -een poot heb je, of heb je niet- staan mij de lessen in kunstenaarschap bij.
Dat ging heel terloops over mentaliteit, houding, de vragen die je moet leren stellen, op welke manier kun je het lege vlak bedwingen, wat is ruimtelijkheid en hoe leer je ontdekken wat bij jou hoort.
Dat alles ging gepaard met een tomeloze energie.
Als een dompteur in de arena zweepte ze de klas op tot het verleggen van visuele grenzen.
Deze lessen lagen uiteraard ook in het verlengde van haar eigen werk, dat genadeloos bedwingt, overspoelt en in monumentale beweging de banen van water en spiegeling laat zien.

De tekening wordt vaak als intiem ervaren, bestemd voor de meer ervaren kijker, een ingewijde in de verfijnde kunst.
Het papier is de ruimte en die ruimte laat je intact middels de lijn.
Het lineaire tekenen laat gedachtes zien, is het voortraject van het zoeken naar definitieve beelden.
In het werk ‘Onder de Brug’, zien we de sublimatie van een leven lang kijken naar water.
De essentie is beweging, ritme en spiegeling.
Het oppervlak toont de omgeving in vertekende vorm.
Water beweegt, is onvoorspelbaar en ongrijpbaar.
We zien stadslichten maar ook weerspiegeling van wolken, regen en windritme.
Een geschreven ode aan de natuurelementen.

_________________________________________________________________________________________________________________________________________

Hillebrand van Kampen 'Interieur'

Hillebrand van Kampen ‘Interieur’

De kleuren zijn verbleekt en stonden op het punt te verdwijnen.
Zo heb ik zijn werk ooit leren kennen bij galerie Onrust.
De verf reliëfs waren mysterieus, gelaagd en uitzonderlijk licht ondanks de verfmassa.
Pas later begreep ik de opbouw, dat voor de doeken gevonden borduurwerken van bloemstillevens als basis dienden en dat die bloemmotieven ook weer het onderwerp werden.

De nieuwe serie ‘Dutch interieurs’ van Hillebrand van Kampen werd begin dit jaar getoond in Wenen.
De Hollandse helderheid en de speelse vlakverdeling doen me steeds denken aan Bart van der Leck, een kunstenaar waar ik als kind stapeldol op was en waarvan ik de ansichtkaarten op mijn muren prikte.
Ook bij deze interieurs is net als bij eerdere schilderijen hergebruikt borduurwerk het uitgangspunt.
Nooit meer Horror Vacui, geen maagdelijk witte doeken die je aangapen, maar juist het tegenovergestelde, overvolle geborduurde taferelen, waarbij elke centimeter reeds werd aangeraakt in de ontelbare uren van het verleden.
De aandacht, waarmee elke kruissteek werd geteld, de gekleurde draden door de voorstelling werden getrokken, de rafeltjes en knoopjes die zich aan de achterzijde bevonden, dit alles gaat over energie. Deze energie blijft voelbaar onder de geborstelde en gemodelleerde lagen acryl- en olieverf, die in hun openheid verbinding blijven houden met de ondergrond.
Met dezelfde aandacht als het handwerk wordt de verf laag na laag tot tapijthoogte geschilderd. Er ontstaat een wonderlijke verschuiving van motieven met nieuw geplaatste perspectieven.
De sensualiteit van het verfoppervlak refereert aan huid en daarmee weer aan het prille begin van de realistische onverhulde naakten die van Kampen in de vorige eeuw schilderde.

______________________________________________________________________________________________________________________________________________

Harm Jan Boven 'Boom bij volle maan' 2010

Harm Jan Boven ‘Boom bij volle maan’ 2010

Toen we net naar Zandeweer waren verhuisd, dachten we dat we in Siberië waren beland.
Torenhoge sneeuw, eindeloze vlaktes, een bevroren zee, opkruiend ijs met ijsschotsen waarbij Caspar David Friedrich een gat in de blauwe lucht zou springen en de bevolking, alleraardigst maar niet te verstaan.
In zo’n wakkere volle maans winternacht ging ik mee op expeditie om de spullen te dragen, statieven door de sneeuw te slepen, reservecamera’s om mijn nek gebonden, vijf paar handschoenen, een beer op mijn hoofd en de bontjas tot de enkels.
In de snowboots kwam al snel sneeuw terecht, de sneeuw werd kniehoog, het bos werd duister, de fotograaf riep : “Mijn ballen vriezen eraf !” en schoot.
We waren net op tijd, dit is de foto, bomen verlicht door de volle maan.
De foto lijkt zwart wit en slechts de lucht heeft een vervreemdende kleur nachtblauw.

In zijn fotografie is het tovermoment van het opdoemende beeld in de doka nog altijd voelbaar.
Nooit worden de beelden bewerkt, het moment van de sluitertijd valt samen met het zien.
Bij elkaar tonen deze beelden het onbegrensde landschap in een vluchtige roes.
De horizon vervloeit, lichtbanen schieten voorbij, vuurvliegjes bij nacht worden sterrengeflonker.
Het schemert en waait met vrijheid en ruimte en vertelt van de vluchtigheid van het bestaan.

_________________________________________________________________________________________________________________________________________

Pieter Paul Pothoven

Pieter Paul Pothoven

Sinds jaar en dag schaf ik mijn pigmenten aan via het fantastische bedrijf Kremer Pigmente.
Jaarlijks brengen ze een catalogus uit waarin de nieuw ontdekte pigment kleuren
geïntroduceerd worden in de meest enthousiaste bewoordingen en poëtische beschrijvingen.
Ze diepen eeuwenoude chemische recepturen op, beschikken soms over kleine hoeveelheden zeldzame historische pigmenten, vertellen over de herkomst, samenstelling en het gebruik per kleur.
Men kan lezen, dat voor 1 gram echt Purpur 10.000 slakken, althans, enkel de klieren van zeeslakken, gebruikt worden.
Het is dan ook het duurste pigment in de catalogus, 2.050,- per gram !
Menig kardinaal liep in zo’n paars van Purpur doordrenkt moordgewaad in de processie.

Vele eeuwen was ook blauw een van de kostbaarste kleuren.
Het blijkt ook in vrijwel alle landen de favoriete kleur van de bevolking te zijn.
Ik werk regelmatig met het blauwe pigment Lapis Lazuli.
Deze fijngemalen halfedelsteen heeft een onbeschrijflijke werking en is op geen enkele andere manier door mengen van op het oog verwante kleuren te benaderen.
Dit natuurlijke blauw is poederachtig en gedempt en lijkt een zweem van violet, goud en onpeilbare diepte in zich te hebben.
De pigmentdeeltjes weerkaatsen het licht op een totaal andere wijze dan bijvoorbeeld ultramarijn, dat gemaakt wordt middels chemische formules.

Als men de lichtinstallatie van Pieter Paul Pothoven bekijkt, is ook te begrijpen waarom.
Men ziet een dwarsdoorsnede van flinterdunne delen Lapis Lazuli, afkomstig uit de Serr-i-Sang mijnen in Afghanistan. Dit gebied werd gekozen in navolging van de geoloog Karl Bückl, die in 1936 het boek ‘Minerallagerstätten von Ostafghanistan’ publiceerde.
De schijfjes zijn gouddooraderd in de blauwschakeringen, gespikkeld door Pyrietkristallen en gemonteerd op glas.
Ze behouden dezelfde volgorde als de steen waaruit ze werden gesneden.
De diepte van bergachtig gesteente gloeit je tegemoet.
Elke paar millimeter steeds weer anders.

______________________________________________________________________________________________________________________________

Paul Klee 'handpuppets'

Paul Klee ‘handpuppets’

Deze handpoppen maakte Paul Klee als speelgoed voor zijn zoon Felix.
De eerste uit 1916, hier links afgebeeld is Mijnheer Dood, dicht daarnaast staat een zelfportret als soldaat uit de Eerste Wereldoorlog en rechts een pop die hij negen jaar later maakte toen Felix al studeerde aan het Bauhaus in Weimar, waar zijn vader Paul les gaf.
Van de 50 poppen die Paul Klee maakte, hebben 30 exemplaren de tijd doorstaan.
Ze werden gemaakt met runderbotten, elektrische onderdelen, oude uitgeschilderde kwasten, hout en textiel afkomstig van afgedankte kleding.

Toen ik in de jaren 90 de serie ‘United Enemies & Old Friends’ van Thomas Schütte zag herkende ik onmiddellijk de poppen van Klee.
De kleine beelden maakte hij van iets andere samenvoegingen van materialen : hars, geprint papier, gekleurde modelleerklei, hout, en plastic.
En de figuren werden per twee aan elkaar gebonden met tape en onder een glazen stolp gezet.
Om het Droste-effect compleet te maken staat nu in Amsterdam de sculptuur ‘United Enemies’ uit 2011. Het beeld is gemaakt naar aanleiding van de toenmalige serie modellen. Nu in het gewichtige materiaal brons en in een kloek formaat, zoals het beelden in de openbare ruimte betaamt. De vrienden van weleer zijn vijanden geworden.

Het idee achter de beeldententoonstelling ArtZuid in Amsterdam, samengesteld door Rudi Fuchs en zijn vroegere museummedewerker Maarten Bertheux, is mooi.
Een vroeg 19e_ eeuws landschap van Pieter Rudolph Kleyn, waarop grote bomen met duidelijk begrensde schaduwen in het landschap oprezen, dicteerde de standplaats van de sculpturen in het stadsgroen.
De tentoonstelling is voor Fuchs een hulde aan de ‘mooiste en oudste discipline die de kunst kent, de sculptuur’.
Naar mijn idee ontstonden de prehistorische Venusbeeldjes ten tijde van de eerste grotschilderingen, maar dat terzijde.
De tentoonstelling kwam tot stand dankzij de generositeit van bevriende kunstenaars, die zonder financieel gewin hun beelden ter beschikking stelden.
Wat mij afgelopen weekend trof in een artikel over de tentoonstelling en het verkrijgen van de beelden was de laatste zin : ‘Als het via hun galeries had moeten gebeuren, was het nooit gelukt’.
Dit lijkt mij nogal ongenuanceerd.
De meeste van deze kunstenaars danken hun naam en faam ook aan de inzet van hun galeriehouders.

___________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Eric de Nie, installatie in Castellum Aquae

Eric de Nie, installatie in Castellum Aquae

Het ging nog niet zo ver, dat we op schijfjes citroen moesten kauwen om de kleur geel te gaan schilderen, maar verder stonden de lessen in kleurenleer wel aardig in het teken van het gedachtengoed van Johannes Itten, de grote Bauhaus Goeroe.
Onze docent Wolfgang Ebert begon elke les met het ritueel uitvouwen van een groot zwart fluwelen kleed.
Daarop werden door de studenten de kleuropdrachten gelegd, ‘het roodste rood’, ‘het blauwste blauw’, de kleuren die we de avond tevoren op vierkante kartonnetjes in elkaar flansten bij gezellig kaarslicht.
Van die kleuren klopte bij daglicht niet veel, maar al met al was het uitzonderlijk leuk om de grote verscheidenheid aan kleurtonen op dat kleed te zien dansen.

Kleur en muziek horen in de schilderijen en tekeningen van Eric de Nie bij elkaar.
Minimal music, minimal art, de cadans van het maken, lijnen stromen naar links, naar rechts, van boven naar beneden, colour dropping, action painting, het ritme gaat in je hoofd zitten en het maken volgt het ritme.

Op deze foto zie je weer hoe mooi het doorleefde grijs van de achtergrond werkt.
Schitterende ruimte, Castellum Aquae, een verbouwd waterreservoir in Bloemendaal.
Slechts twee dagen per tentoonstelling opengesteld. De schilderijen worden op een natuurlijke manier in de omgeving opgenomen en de achtergrond voegt zich complementair naar de monochrome kleuren.
Het nieuwe werk van Eric de Nie zag ik recentelijk in La Kaserna, Bad Nieuweschans, ook weer zo’n mooie Museale ruimte, een voormalige marechausseekazerne.
Tussen de werken uit eerdere jaren hingen uiterst verstilde nieuwe werken op papier, transparante aquarelverfstreken die in gevoelige brede banden op het witte papier lagen.
De muziek werd een lang aangehouden heldere toon die in de ruimte vibreerde.

____________________________________________________________________________________________________________________________________________

Jantien Jongsma 'De slag in Harlingen' 2010

Jantien Jongsma ‘De slag in Harlingen’ 100 x 140 cm 2010

In vogelvlucht zwerven we door de straten in dorpen en steden waar het echte leven zich afspeelde.
Eeuw na eeuw ontstaan levens en verdwijnen weer na een duizelingwekkende tocht langs hoogtepunten, dieptepunten, de ijkpunten op een merklap.
Niet vergeten, alles benoemen, rondwandelen, verdwalen.
Het dronken schip legt aan in Harlingen.
’s Nachts trekken we in groepen door de straten.
In de verte klinkt muziek.
Verder met het feest, ronddraaien tot we omvallen.
Het stratenplan ligt er sinds de Middeleeuwen.
Rond de kern vertakken de straten zich in alle windrichtingen.
Geschiedenissen lijken uniek, maar ze zullen zich herhalen, als elke eerste en laatste adem.
Sommige stambomen vallen om, andere zullen dieper wortelen en verder vertakken.

Aan het formaat van deze tekening zie je, dat je het werk van Jantien Jongsma in het echt moet bekijken.
De autobiografische reis is dan tot in detail te bestuderen.
Het zijn fascinerende en authentieke wandelingen.
Harlingen ( hier uit 2010) komt twee jaar later weer in zicht, kleurrijker, rustiger overzichtelijker, weer een jaar later, liefde in de lucht.
In het heden aanbeland is de blik gericht op de omgeving, de natuur, vogels, het bos, de waterkant en kunnen de vormen zich groter over het papier buigen, is er zelfs een hele tekening aan de Houtsnip of de Karekiet gewijd.
De wind is gaan liggen en de toverlantaarn opgeborgen.
Het paradijs bevindt zich buiten de bebouwde kom.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Gabrielle van de Laak

Gabrielle van de Laak

In een van de huizen waar ik als kind woonde, hadden mijn ouders hun glasverzameling op glazen plankjes voor een groot glas en lood raam gezet.
De zachte kleuren in grijs, blauw, lichtpaars en wit van de rechte stukken van het raam vermengden zich met de kleuren van de glazen objecten die ervoor stonden.
Romeins glas in geoxideerd licht turquoise, diep ultramarijn blauwe vaasjes, grotere kleuren groen en antiek gegraveerd kristal in transparante lichte tinten smolten in het zonlicht samen tot een flonkerende vervloeiende aquarel, die de tegenoverliggende muur beschilderde.

Als schilder begrijp je onmiddellijk, waarom Gabriëlle van de Laak gegrepen is door het glas.
Glas is een van de beste materialen om kleur op een zo helder mogelijke manier te beleven.
Het zal nooit verbleken of anderszins van kleur veranderen, het schittert, blinkt en spiegelt dat het een lieve lust is en mengt ondertussen zijn eigen schaduwkleuren.
Door het wonderlijke glasblazen ontstaan vloeiende vormen.
Rondom de luchtbel verhardt het materiaal en zal altijd mooie gebogen lijnen met de juiste spanning hebben.
Haar collectie glasobjecten groeit gestaag, een hele Wunderkammer vol.
Een snoepwinkel vol Toverballen.
Het zijn stoere beelden in allerlei kleuren en afmetingen.
Ze staan stevig op de metalen pootjes van ijzer of hangen als constructivistische lamp aan het plafond.
Door de openingen van de metalen Meccano constructie wordt het gekleurde glas geblazen en zwelt op tot uitpuilende vormen als een kikker in wilde paringsdrift.

In het Universiteitsmuseum van Utrecht zag ik ooit de collectie verpletterend delicate glasmodellen van zeedieren van vader en zoon Blaschka.
In heel Europa waren ze beroemd door hun vergevorderd vakmanschap.
De natuurgetrouwe modellen zijn zo verfijnd, ze werden vast door bijzonder kleine rietjes geblazen of rechtstreeks in het vuur gemodelleerd.
Ze lieten zich inspireren door de wetenschappelijke illustraties van Haeckel en deze prikkelden ook Gabriëlle van de Laak weer in haar organische glasvormen.

________________________________________________________________________________________________________________________________________

JCJ van der Heyden , exhibition view museum Boijmans van Beuningen Rotterdam

JCJ Vanderheyden , exhibition view museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam

Voor een grijze ateliermuur is wel wat te zeggen.
Grijs verbindt alle kleuren en laat de lichte kleuren in schilderijen geweldig oplichten, maar toont als achtergrond ook vele malen beter de ruimtelijkheid van een sculptuur.
De schilderwand in het atelier van JCJ Vanderheyden was van een koele neutrale toon, een grijs dat volledig in evenwicht was. Op zo’n muur is zelfs de zon welkom, want je wordt niet verblind door reflectie.

De bezoeken aan Jacques en zijn vrouw Hansje waren altijd feest.
Grappen, grollen, de knieën zaten op slot, maar de geest was lenig en sprankelde alle kanten op, tijdens fantastische maaltijden in een snoeperig huisje met een snorrende kachel. Overal kunst uit verre windstreken en uitzicht op de meest fantastische binnentuin die je je maar kan wensen.
Ze hadden een ingenieus irrigatiesysteem voor de bewatering van de planten verzonnen, de Vijgenboom was altijd zwaar beladen met vruchten, de Japanse Wijnbes kronkelde in gebogen ranken door de hele tuin. De door de schilder Leon Adriaans beschilderde vogelhuisjes waren bewoond en de aanwezigheid van een reusachtige Amethyst zorgde voor serene mystiek.
Het was een ommuurde idylle, onder de rook van de waterspuwers van de Sint Jan.

Deze twee horizonnen zijn geschilderd met resolute blik.
De scheidingslijn is strak, er zijn geen geschilderde nuances die het zichtbare raakvlak aan de horizon verbinden.
In het linker werk zien we de weerkaatsing van zonlicht aan de zijkant en kijken we naar een landschap, in het rechter werk zien we het uitzicht vanuit een vliegtuigraam met grotere afstand en met een groter kleurcontrast.
We bevinden ons op grote hoogte boven een wolkendek.
Het is een landschap dat we nooit aan kunnen raken.
De gewichtloze ruimte strekt zich uit in eeuwigheid.
Tijd verdampt en lost op.

___________________________________________________________________________________________________________________________________

Miek Zwamborn, schilderij G.B. Tholen voor lambrisering Gemeentemuseum Den Haag

Miek Zwamborn, schilderij Tholen voor lambrisering

In dit Herman de Vries jaar, met bladen van gedroogde verzameling, langzaam verpulverend in de tijd, een kunstenaar met verwante blik.
Het determineren van de omgeving middels gevonden voorwerpen die de plaats bepalen.
De omgeving leren zien door haar aan te raken, niet slechts met het oog of de geest, maar soms ook letterlijk, door een steen op te rapen, een blad mee te nemen en de herinneringen en beelden samen te voegen in woord en installatie.

Wie wil weten hoe een kunstenaar kijkt, denkt en grote verbanden herkent zou haar boeken kunnen lezen. De passage uit ‘De Duimsprong’ over de klank en de tonen van watervallen, de zingende natuur, is prachtig. Het deed me denken aan een tam ratje dat ooit op mijn schouder werd gezet, over mijn rug naar de andere schouder liep en vervolgens rustig bleef zitten en het zo naar zijn zin had, dat het daadwerkelijk met heldere hoge fluittonen begon te zingen.

Inmiddels ben ik niet meer objectief en herlees haar boeken.
Je wordt meegenomen in de fascinatie, de obsessie, het dagelijkse ritme van handelen, kijken, onderzoeken, overdenken, heroverwegen en rangschikken.
De ordening der dingen en gedachtes vanuit verschillende perspectieven met logica als grip op het leven.
En dat alles in zulke mooie zinnen dat het de ware kunst is, om elke pagina met traagheid en zo langzaam mogelijk te lezen.
Ook uit ‘De Duimsprong’ :
‘Het gaat om een panorama dat vanuit de lucht gezien voortdurend verandert. Wij ervaren in de lucht een vloeiende vooruitgang, in een continue optische reis staan we open voor veranderende perspectieven, wij zijn de pijlers van het onvatbare, weg met de verstarde blik en het statische gezichtspunt, wij onthullen de vrijheid in de ruimte, de dynamiek van het zweven.’

Momenteel verblijft Miek Zwamborn als eerste deelnemer in het Gemeentemuseum in Den Haag in het kader van het nieuwe writer-in-residence programma. Onder de titel ‘Getemde Hemel’ werkt zij aan gedichten en notities op basis van kunstwerken uit het depot van het museum. Vanuit haar fascinatie voor oerlandschappen en bijzondere weeromstandigheden ging zij in het museum op zoek naar ‘opgesloten natuur’.
Tot 21 juni 2015 is haar work-in progress te zien in combinatie met de tentoonstelling van de geselecteerde kunstwerken.
Op de foto zien we het horizon schilderij ‘Zuiderzee’ van G.B. Tholen, dat staand voor de lambrisering van het museum ineens de horizon verlengde.
Op de slotdag, het begin van de zomer, wordt de definitieve versie van de bibliofiele uitgave ‘Getemde Hemel’ gepresenteerd.

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Werkman

Werkman

Ook Werkman had dolgraag een reis richting Polynesië gemaakt.
De verhalen over de mooie vrouwen in dat verre paradijs stuwden zijn fantasie tot grote hoogte. Het werd hem echter van alle kanten afgeraden, hij bleef in Groningen en drukte de prentencyclus ‘Vrouweneiland’ over een imaginair paradijs.

Dit jaar is het Werkmanjaar, en Werkman betekent vroeg op en hup op reis richting Groningen.
Te beginnen in Drachten, waar momenteel drie generaties Werkman te zien zijn.
Zoon Tap was geen beste schilder, maar zijn houten beelden zijn verrassend.
Van kleinzoon Arne hoort men muziek en zijn in het auditorium enkele uitvoeringen gepland. Hier hangt de complete kalender uit 1944 en zo’n 70 andere werken.

De tentoonstelling in het Groninger Museum is omvangrijk en indrukwekkend.
De beroemde druksels, experimenteel drukwerk, bijzondere publicaties voor de Blauwe Schuit, maar ook het speelgoeddrukpersje en de handgemaakte beschilderde speelgoed soldaatjes en de latere drukpers zijn er te zien.
De Chassidische Legenden, een serie van twintig druksels, en misschien wel zijn beroemdste werk, wordt hier op spectaculaire wijze getoond. De onderste rij toont de perfecte prent, daarboven hangt telkens de mislukte versie. Je ziet hoe intuïtief hij met de inktrollers te werk ging en hoe enorm arbeidsintensief dit procedé was.

Deze legenden dienden ook als uitgangspunt voor de liederencyclus ‘Onder de weg en over de locht’ van Ellen Dijkhuizen (muziek), Jan Siebo Uffen (tekst) en Jaap van den Hoofdakker (beeldanimaties).
Ellen is al enkele jaren mijn pianodocente. Soms kwam ik op de les en hingen er waslijnen met vele rijen beschreven muziekpapier boven de vleugels. Soms speelde ze enkele thema’s alsof ze wilde proeven hoe een luisteraar ze zou kunnen horen. Ze heeft jaren aan deze productie gewerkt. Vleugel, cello en klarinet begeleiden de zangstem, een spreekstem verbindt de geprojecteerde en uitvergrote druksels die op de achtergrond in subtiele animaties verbonden zijn.
Een zeer fraai boek met alle prenten, de poëziecyclus en met een cd van de integrale uitvoering is uitgegeven door Philip Elchers en te bestellen via haar site.
De volgende uitvoering is op 13 juni gepland in Wehe-den-Hoorn. In het najaar volgen nog enkele uitvoeringen.
Mooier kun je Werkman niet beleven !

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Matisse, Gobelin naar schilderij, Stedelijk museum Amsterdam

Matisse

De collages van Matisse heb ik vele malen gezien, vaak in het buitenland en onlangs weer in het Stedelijk Museum.
De energie van kleur, vorm en grote vitaliteit, maar ook de subtiliteit van de handgemengde kleur op de beschilderde papieren in de grote formaten zijn tijdloos en sensueel.
Het plezierige proces van maken blijft overal voelbaar in de geknipte randen van de papieren waar hier en daar de lijntekeningen van de achterzijde doorheen schemeren.
Kleine gaatjes van spelden kom je ook overal tegen, daar waar er met de papieren geschoven werd tot de op dat moment perfecte compositie.

Matisse maakte deze werken in de laatste jaren van zijn leven vanwege immobiliteit met behulp van zijn assistente. Het zijn leuke foto’s, die je kan vinden. Hij lijkt vele malen groter dan het fragiele meisje dat met de papieren schuift.
Reusachtig is ook de schaar, het tafereel heeft iets sprookjesachtigs, deze al bij leven zittende legende, Blauwbaard met een prinses in een van de vele kamers.

Matisse, zelf afkomstig uit een familie van wevers, was een fervent verzamelaar van stoffen en van volkskunst. Uit Tahiti nam hij de Tifaifai mee, kleurrijke quilts die gemaakt werden door de vrouwen van het eiland, die er hun paradijselijke omgeving, de reusachtig bloeiende tropische planten, fruit en diermotieven in verwerkten.
Ditzelfde paradijs werd door Matisse in al zijn werken met zuivere en heldere kleuren verbeeld.

Deze prachtige Gobelin, die nu ook in het Stedelijk hangt, werd ontworpen naar aanleiding van een eerder schilderij.
Het ontwerp werd grafischer, de vlakverdeling duidelijker, de kleuren zachter, want de wol neemt nu eenmaal lastiger de toegevoegde verfstoffen op. Het was een tijdrovend proces, anderhalf jaar om precies te zijn, voordat alle 21 gebruikte kleuren een kleed werden.

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Ksenia Galiaeva

Ksenia Galiaeva

Ik weet niet wat het is, dat me telkens weer weet te ontroeren in de autobiografische foto’s van Ksenia Galiaeva. Misschien het verstrijken van de tijd, getoond in filmische beelden waarin haar ouders, vrienden en zijzelf vaak figureren.

Het doet me denken aan mijn vroege Midden-Europese jeugd, de bezoeken aan grootouders in het Fichtelgebirge, vlak bij de Tsjechische grens, de geit in de tuin onder de appelboom, de houten ladder om de appels te plukken, de dauwdruppels op de vers geplukte sla, de lange preken uit de grote boeken van mijn grootvader, voorafgaand aan elke maaltijd, die steevast eindigden in juichende gezangen vol lof op de heer en dankzeggingen voor de rijke gaven des levens.
Mijn tantes, zojuist gearriveerd uit Nederland, smoorden hun ingehouden lach in het tafellinnen.
Onder de stoelen bouwden we onze eigen gelukkige kastelen.

Het beeldarchief van Ksenia Galiaeva omvat inmiddels al een tijdsspanne van bijna twee decennia.
Kleine gelukkige scènes bij de Dacha, een Russisch zomerhuis aan een meer, waar vrienden een duik nemen, de tekkel volwaardig bij het gezin hoort, maar ook het kleine grijze ratje met de naam Mouse ( inmiddels doodgebeten door de tekkel) liefdevol figureerde. De tijd lijkt te vertragen.
De dingen glanzen, zonlicht reflecteert, de kleuren zijn van een aangename volle diepte.
Pretentieloos ook in de presentaties die ik zag, kleine formaten fotopapier uitwaaierend over twee muren en samenkomend in een hoek en vaak vergezeld van mooie publicaties in kleine oplages.
De eerste kocht ik inmiddels alweer lang geleden.
In al die jaren is ze haar onderwerpen en zichzelf trouw gebleven.
Weemoed bleef een constante. De Russische ziel is steeds voelbaar.
Tsjechov, Pasternak, Pushkin, Nabokov, Brodski of Paustovski zijn nooit ver weg en worden zichtbaar gemaakt.
De herinneringen zijn in de dingen zelf aanwezig.

____________________________________________________________________________________________________________________________________________

Kristof Kintera  'A prayer for loss of arrogance' 2013

Kristof Kintera ‘A prayer for loss of arrogance’ 2013

De vos, het grootste roofdier in onze contreien, die doorgaans toch als sluw en ongrijpbaar wordt gezien, is hier neergezet als een licht overgewichtig mens, die wankel en op dunne pootjes balanceert op een slappe Skippybal.
De Adidas broek hangt onder de dikke buik en is opgestroopt.
De armpjes lijken enorm onhandig in een motoriek zonder logica, met het ene handje slap naar beneden hangend.
Met zo’n groen kwetsbaar kerstballen jasje kun je maar beter niet omvallen.
De gezichtsuitdrukking is tevreden, de neus in de lucht gestoken.
Het tafereel oogt aandoenlijk, genant en bijzonder menselijk.
Herkenbaar ook als je je wel eens naar een sportschool begeeft en daar om je heen kijkt of pardoes oog in oog staat met je spiegelbeeld.

Kintera wijst ons op verfijnde en humoristische wijze op ecologische en maatschappijkritische kwesties. De smeltende ijskappen, de vervuiling van de aarde, de macht van multinationals of het verslavende consumptiegedrag van de mensheid.
Deze beelden zijn ontstaan uit de laatste oerbossen van Europa. De vos, de raaf, de waakzame hond en ‘Shiva Samurai’, de grote lichtengel der wrake, kijken toe en gaan ons voor in een eigen Fluwelen Revolutie.

Het beeld ‘A Prayer For Loss of Arrogance’ staat momenteel in de Kunsthal in Rotterdam. Het inleidende filmpje op zijn site is meer dan uitnodigend, om onder luid tromgeroffel alsnog naar Rotterdam te vertrekken.
De grote solotentoonstelling ‘Your Light Is My Life’ toont werk uit de afgelopen 15 jaren en is nog tot 7 juni te bezoeken.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________

Paul Bogaers

Paul Bogaers

Wat ik mij afvraag bij het kijken naar de gemonteerde Lambda prints van Paul Bogaers is, of de opkomende gedachten universeel zijn.
Zie ik wat de ander ziet?
Zoemt er een groot verhaal door de menselijke geest?
Zijn wij onze verhalen, die zich vermengen met de verhalen die we hoorden en zagen?
Zien we onze dromen, verlangens, verborgen wensen en vrees terug in deze samengevoegde afbeeldingen?
Zijn het beelden die ons in de slaap bezoeken vanuit een ver onderbewustzijn, of beelden die tot ons komen vanuit andere energieën, vele malen grootser en omvangrijker dan wij vermoeden.

Dat de menselijke geest tot meer in staat is, is bekend.
Slechts een klein percentage van onze hersencapaciteit schijnt te worden benut.
De actieve gedeeltes worden omgeven door stille gebieden.
De slaap nodigt uit tot het betreden en ontginnen van onbekende domeinen.
Als een hedendaagse surrealist toont Paul Bogaers de ruimten van die wereld die we vermoeden, soms kunnen voelen, maar ternauwernood, of slechts aarzelend, kunnen benoemen.
Het mysterie blijft in elk beeld behouden.
Keer op keer kun je anders kijken, ineens ook onderlinge verbanden ontdekken en uit de herinnering van je verleden treden naar de toekomst van het onbekende.

Het boek ‘Upset Down’ is verkrijgbaar via 99 Uitgevers/Publishers
Hierin is een groot beeldarchief van samengevoegde foto’s gebundeld dat men zowel via de voorzijde als omgedraaid via de achterzijde kan bekijken.

_____________________________________________________________________________________________________________________________________

Kim van Norren

Kim van Norren

Woorden op beelden, waarom niet, het voegt een extra dimensie toe en je hoeft op de tentoonstelling niet meer op het titelkaartje naast het werk te kijken.
Nieuw is het niet, denk aan Ed Ruscha of Tim Ayres, maar actueel is het zeer zeker wel.
Wie een beetje thuis is op het beeldenforum Pinterest, ziet daar met grote regelmaat teksten, al dan niet geassocieerd met beelden en vele grafische verzamelingen voorbij komen.

In het schilderij ‘Please don’t leave me’ denken we onherroepelijk aan Bas Jan Ader, die ook bij de titel van het werk wordt vermeld.
Dus toch, ook hier heb je de kleine witte kaartjes nodig, om uit te leggen, bronmateriaal te vermelden, de gedachte te verbinden met de oorsprong.
Maar hoe is de context van waaruit de tragische woorden ontstonden te rijmen met de welhaast opgewekte ritmische ordening van kleuren en vlakken ?
Dezelfde woorden die een totaal andere uitwerking bewerkstelligen, en die vanuit je associatie naar het verleden weer in het frisse heden worden gebracht.

Met elk schilderij worden de demonen bedwongen.
De vaak beladen teksten, geplaatst in een aanstekelijk ritmische omgeving, worden gerelativeerd en gekalmeerd en gaan op in het grafische spel van lijnen en vlakken.
De muziekklanken van de tekstfragmenten worden kleurklanken en vice versa.
Citaten van o.m. kunstenaars, muzikanten en dichters vullen de doeken met universele Europese woorden, die men al dan niet kan lezen en zien als prachtige poëzie.

__________________________________________________________________________________________________________________________________

Thierry de Cordier 'Alpensee (Zeeberg)' 2011

Thierry de Cordier ‘Alpensee (Zeeberg)’ 2011

Een bezoek aan het Museum Dr. Guislain in Gent is een beklemmende ervaring.
De inmiddels lege bedden van patiënten staan naast vitrines waarin parafernalia van de geesteszieken worden getoond. Ze tonen de geschiedenis van de psychiatrie in gruwelverhalen, de martelmethodes waarmee men vroeger de dwalende mens trachtte te kalmeren.
Het tentoonstellingsprogramma sluit daar altijd op bijzondere wijze bij aan.
Momenteel zijn er naast de eigen collectie met veel outsiderkunst vier verschillende tentoonstellingen gehuisvest.

Het werk van Thierry de Cordier hangt bij ‘Donkere kamers’ over melancholie en depressie. Bij de oude Grieken werd zwaarmoedigheid toegeschreven aan een teveel van zwarte gal en zo ontstond het mooie woord Melancholia. De beroemde prent van Albrecht Dürer hangt overigens ook op deze tentoonstelling.
Op een zwarte muur hangt dit ‘Alpensee/Zeeberg’ schilderij.
Het is een huiveringwekkende stormende zee, deze torenhoge zwarte bergtop met de schuimresten van een oorverdovend woedende orkaan. Alles en iedereen wordt verzwolgen. Deze zee is het zeemansgraf van de bootvluchteling.

Uit ‘De hydrograaf‘ van Allard Schröder :
Karsch voelde zijn adem stokken. Daar, in die kleine, bedompte hut begreep hij wat de zee in werkelijkheid was : geen vlakte met einder en bruisende golven waaruit bruinvissen vrolijk opsprongen – nee, de zee was als de zon, die aan haar oppervlakte scheen te kolken alsof het één grote oceaan was en die van binnen heet en wit was, zoals in de diepten van de zee koude en duisternis heerste. Zon en zee waren dode materie, die leefde.

__________________________________________________________________________________________________________________________________

Florette Dijkstra 'Sugar Mountain' 1998

Florette Dijkstra ‘Sugar Mountain’ 1998

Alles in het werk van Florette Dijkstra ademt kunstenaarschap.
Kunst doordrenkt van leven, verleden, geschiedenis, liefde, contemplatie, herinnering, reizen, onderzoek en reflectie.
Haar oeuvre is consistent, gestaag en geconcentreerd.
Niet onder een noemer te vatten ook.
Schilderen, tekenen, schrijven ( essays, romans), lezingen, lessen en het beheren van uitgeverij De Kleine Kapaciteit, waar naast uitgaves over haar eigen werk ook het tijdschrift KUNSTWORDTTERUGKUNST wordt gepubliceerd.

In het werk ‘Sugar Mountain’ zien we een groep toeristen op een winderige uitkijkplaats staan. ‘Schöne Aussicht’ of ‘Belle Vue’ staat er soms bij zo’n fenomenaal uitzicht, hier aan onze blik onttrokken. Men is iets kwijt, er worden foto’s vastgelegd, men zoekt.
De naar beneden gerichte blik ziet slechts schaduwen als in de allegorie van de grot van Plato. Het zoete kijken op een berg met rondom niets dan ruimte en betoverend blauw. Wat rest zijn schaduwen en echo’s.

Schaduwen sieren ook de wanden van de werkkamers enkele jaren later.
Schrijvers en kunstenaars lijken op te lossen in het grafiet van het potlood.
De mensfiguur komt voort uit de schaduw, die gelijkwaardig van toon in de ruimte weerkaatst. Achter de zichtbare beelden schuilen werelden en levens. Ze doemen op, verwijlen een poos in de nabijheid van het aardse en verdwijnen weer in grote stilte.
De plekken waar kunst gemaakt wordt, waar kunst ontstaat en waar kunst getoond wordt, vormen een leporello van een kunstenaarsleven.

________________________________________________________________________________________________________________________________

Merijn Bolink,  z.t. 2012

Merijn Bolink, z.t. 2012

Het werk van Merijn Bolink is buitengewoon origineel.
De ideeënrijkdom en verwondering zijn niet van de lucht. Vakkundig gemaakt ook.
Het zet je altijd aan het denken en glimlachen en blijft opgeslagen in je herinnering.
Want wie herinnert zich niet de appel met het vloeibare sinaasappelhart ?

Onlangs zag ik weer zo een juweel, opgenomen in een erg mooie kunstverzameling. Alleen al de verpakking, een oude doos omwikkeld met geweven katoenen banden en ijzeren slotjes, waarin ooit een filmspoel (The Early Birds) bewaard werd, maakte intens hebberig.
Ernaast stond de voormalige inhoud. De zwart witte filmbeeldjes van een vliegtuig in de lucht waren verknipt, gemonteerd en getransformeerd tot het verenkleed van een staande Merel op pootjes.

Dit stuifmeelmannetje past bij deze losbarstende lente.
Het kijkt in wankele balans naar zijn eigen schaduw en tegelijkertijd rent het met blij gemoed richting zon en vrije ruimte.
Slechts vijf stuifmeeldraden zijn nodig om een mensfiguurtje in de juiste maatverhouding te maken.
De magische orde van de dingen wordt heroverwogen en in een andere context geplaatst of omgekeerd en ook dan blijkt, dat alles met alles samenhangt.
Zijn beelden, met of zonder lange slagschaduwen, zijn ontdaan van alle wetten van zwaartekracht.
De vloeibaarheid van tijd, natuur en leven is oneindig.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________

Marian Bijlenga, Fish scale 2013

Marian Bijlenga, Fish scale 2013

Mijn vader was textieldesigner. Hij nam vaak allerlei klossen met door hem ontworpen garens en stalen met geweven stoffen mee naar huis.
Deze werden door ons naar hartelust verknipt, ontrafeld en samengevoegd tot nieuwe weefsels, die door het huis slingerden.
Lange slierten punnikten we van de onregelmatige garens, gemaakt van natuurlijke materialen in combinatie met nieuw ontworpen vezels.
In de weefraampjes hingen schots en scheef onze probeersels, waarin we door de bonte kleuren kleine takjes vlochten en die tussen de echte kunst werden gezet.
Tot op heden heb ik er een zwak voor tactiel werk en stoffen aan overgehouden.

Marian Bijlenga heeft een textiele achtergrond.
Dat is zichtbaar in de ruimtelijke installaties van paardenhaar, vissenschubben, stuifmeeldraden, bladeren en textielsoorten.
Als een prieelvogel verzamelt ze de materialen en spreidt ze uit over de wanden om ons, de kijkers, te lokken, te intrigeren en te verleiden.
Door de schaduwwerking ontstaat de verbinding tussen datgene, dat op de voorgrond aanwezig is en de achtergrond. De contouren worden verzacht en het werk wordt ruimtelijk opgenomen door de tussentonen van de gekleurde schaduwen.
De ordeningen der deeltjes vormen samen het weefsel.

_______________________________________________________________________________________________________________________________________

Rogér Walschots, Geitje 2008

Rogér Walschots, Geitje 2008

Rogér Walschots kwam op bezoek want de kunst was van de muur gevallen en inmiddels weer gerepareerd. De hele familie was mee, oma, opa, vrouw en een heleboel zoontjes, allemaal in een auto.
De zoontjes stuiterden wild door de ruimte na de reis richting oneindigheid.
Ze kalmeerden bij het zien van opgravingen, schelpen, koralen en de tuin.
Alleen de natuur kreeg ze rustig.
Rogér had het schilderij enkele jaren geleden op mijn atelier, toen nog in Rotterdam, gekocht. Ik vond dat bijzonder. Hij, zo net van de academie en al kunst verzamelen op grote schaal.

Dit geitje had ooit ogen, poten en een andere huid vol details die afleiden van de grote vorm.
Nu is het een sculptuur geworden na vele meters draad, garen, touw en tijdig stoppen, want nog altijd is het een dier.
De kop is lichter, een zijde wordt door gele zon beschenen, de andere zijde is de donkere schaduwkant. Als schilder kun je de verf nooit links laten liggen natuurlijk.
Het beeld doet me ook denken aan de textiel figuren van Judith Scott.
Haar werk maakte ze met gekleurde wollen draden, er kwam geen verf aan te pas.
Net of haar overleden geest rondwaart en verder gaat op weg naar het volgende niveau.

_____________________________________________________________________________________________________________________________________

Waya figuur, African Art Rotterdam

Waya figuur, Nigeria, African Art Rotterdam

De schandaligheden rondom het Wereldmuseum in Rotterdam zijn al enige tijd actueel nieuws. Men wilde de collectie verkwanselen, het gehele wetenschappelijke personeel werd ontslagen, een gedeelte van de bibliotheek werd aan de straat gezet, de Raad van Toezicht was niet meer in functie.
De directeur S.B. heeft onlangs zijn ontslag ingediend. Uiteraard met doorbetaling van zijn salaris tot aan zijn pensioen en zonder schaamrood op zijn kaken. Het wachten is op een nieuw bestuur dat de kostbare collectie, die nu grotendeels ingepakt in het donker staat, op waarde weet te schatten en op boeiende wijze weet te tonen aan publiek.

De galerie African Art in Rotterdam van Kathy van der Pas en Steven van de Raadt bestaat sinds eind april 25 jaar. Steven zou een ideaal conservator voor het Wereldmuseum zijn. De tentoonstellingen die ik zag zijn altijd bijzonder verfijnd, deskundig en liefdevol ingericht.
Deze lente en zomer is in de galerie de jubileumtentoonstelling ‘De Staande Mens’ te zien, met een bijzondere collectie van zo’n 100 beelden.

Dit houten beeld wordt toegeschreven aan het Waya volk in Nigeria.
Afrikaanse beelden werden veel verzameld door kunstenaars zoals Picasso, die er in zijn kubistische periode met o.m. figuurabstracties door geïnspireerd werd.
De stijlveranderingen binnen de Afrikaanse kunst waren veel minder ingrijpend dan die in bijvoorbeeld de Europese kunst.
De beelden werden binnen de eigen cultuur ook minder als kunst gezien.
Men voorzag ze van krachten waaraan in de gemeenschap behoefte was.
In dit beeld bijvoorbeeld heeft de figuur ter hoogte van het hart een holte, gevuld met materiaal dat een beschermende en genezende werking werd toegedicht.
Het is een positief beeld.
De gezichtsuitdrukking is vrolijk en open.
Het hoofddeksel beschermt tegen al te hete zon of andere krachten van boven.
De handen aan weerszijden van de buik zijn geopend voor het goede.
Het beeld is evenwichtig in verhoudingen, de lange nek en korte benen kloppen in het geheel.
De dubbele buiging van de armen vormt een versiering aan weerszijden.
De menselijke figuur, soms een voorouder, hoeft niet te voldoen aan realistische richtlijnen.
Dat maakt het ook zo mooi om naar te kijken.

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Alain Biltereyst, exhibition view van der Mieden gallery Antwerp

Alain Biltereyst, exhibition view van der Mieden gallery Brussel

We rijden door het Groningse platteland over smalle wegen naar de kust.
En om de zoveel meter zien we Alain Biltereyst in de grafische aanduidingen op staldeuren. Rood, wit, blauw, twee driehoeken, ruitvormen in primaire kleuren, heel soms groen en altijd in combinatie met wit.
Deze grafische patronen lijken archetypen uit een verre tijd, die tot op heden nog altijd verrassend hedendaags aandoen.
Bij bruggetjes staan stalen hekken, die in rustige verticalen, horizontalen en diverse schuintes hun tekeningen maken tegen de achtergrond van leegte.
Ze staan er misschien al sinds lastijden.
Het ritmische patroon omkadert en verbindt zojuist omploegde akkers.

De schilderijen van Alain Biltereyst hebben bescheiden en identieke formaten.
De rustige vlakverdeling is vanzelfsprekend.
De tactiele kwaliteiten van de verf verleiden op subtiele wijze.
Zelf zegt hij : ‘Het is mijn intentie om poëtisch werk te maken en om zo eenvoudig als mogelijk te zijn’.
Net als bij Mondriaan, waar je gegrepen wordt door de heldere dans van kleur, de schakeringen van alle gele, rode en blauwe kleuren die met elkaar lijken te communiceren, zie ik ook in de nuances van Biltereyst dit intelligente spel.
Een onderzoek dat onbegrensd is binnen de grensgebieden van de omtrek.

_______________________________________________________________________________________________________________________________________

Rembrandt van Rijn (1606-1669), Slapende jonge vrouw (Hendrickje Stoffels?)

Rembrandt van Rijn (1606-1669), Slapende jonge vrouw (Hendrickje Stoffels?)

Ja, het wàs druk, en ja, de meeste mensen keken via hun flitsende mobieltjes met gestrekte armen in de lucht in de almaar oplopende temperatuur van de mensenmassa.
Maar toch, spoedt u allen in deze laatste twee weken naar het Rijksmuseum.
De getoonde collectie is zò bijzonder, met tal van internationale particuliere bruiklenen en zo veel nieuwe schilderijen, nooit eerder gezien.
Bloedstollend ook hier en daar, met grote ter dood veroordeelde apostelen, afgebeeld met het wapen onder hun armen geklemd, dat hen niet veel later zou vermoorden. Opgeknoopte jonge vrouwen omdat het dievegges zouden zijn.
Kruisigingen in verschillende stadia in de etsplaten.
Lucretia, die na verkrachting de dolk in haar hart steekt.
Het fragment van de anatomische les van Dr. Deijman, een groot gedeelte van het grote schilderij werd door een brand verwoest, maar het gedeelte met het opengesneden lijk van de moordenaar met de vuile voeten bleef bewaard.
Twee maal trok de pest door Amsterdam.
De latere zelfportretten kijken berustend terug. Ecce Homo.

Rembrandt is een van de eerste liefdes.
Daar begon het kijken naar verf.
Liftend naar Amsterdam om keer op keer naar de tederheid van Het Joodse Bruidje te kijken. Langs de pasteuze mouwen met paletmes geboetseerd, richting gezicht, waar de huid met elke porie van het penseel aanwezig was. De krullende haren die met de houten achterkant van het penseel in de natte verf getekend werden. De rustige achtergrond en tenslotte het glacis, de laatste transparante verflaag die het reliëf in de verfdiktes verdiepte.

Dit slapende meisje ligt al ruim 360 jaren op verrassend fris en ongerept dik papier.
De losse sepialijnen tonen de vrijheid waarmee Rembrandt in zijn latere jaren kon werken.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________

Folkert de Jong

Folkert de Jong

Bij bevrijdingsdag horen barricaden die beklommen en overwonnen zijn, het uitrusten na de strijd, of een manifest voor de toekomst.

Hierbij het Manifest van Folkert de Jong !
De uitgebreide versie plus het zeer lezenswaardige interview is te lezen in Vrij Nederland of via Blendle.

1. KUNSTENAARS, VERENIG U
2. KUNST ZET ESTHETISCHE, ETHISCHE EN SOCIALE KWESTIES OP SCHERP
3. KUNST VULT DE LEEGTE
4. KUNST BEVRIJDT
5. KUNST BIEDT IJKPUNTEN VOOR DE MENS
6. KUNST IS NOODZAAK
7. KUNST GAAT VOORBIJ MISANTROPIE, IRONIE EN CYNISME
8. KUNST IS GEEN POLITIEKE PROPAGANDA
9. SCHOONHEID IS MYSTERIEUS, ZEDELOOS EN ONGRIJPBAAR
10. LEVE HET MUSEUM ALS LABORATORIUM

__________________________________________________________________________________________________________________________________________

Lieven Hendriks, Perigee Moon 2011

Lieven Hendriks, Perigee Moon 2011

De komende nacht is het volle maan. Of we hem gaan waarnemen valt te bezien.
In de aanloop ben ik altijd enkele nachten wakker rond het tijdstip dat de maan vol op de slaapzijde van het huis schijnt.

Ik viel in een documentaire over de film Interstellar.
De zwarte gaten in het heelal vond ik intrigerend en ik bleef kijken.
Ooit zat alle materie dicht op elkaar.
De dichtheid was oneindig tot de oerknal waaruit het vroege universum ontstond.
Van daaruit duren de rimpelingen in ruimte en tijd voort.
Soms verdwijnen planeten en sterren.
Er zijn sterrenstelsels die naar ons toe bewegen en verder weg gelegen stelsels die een afbuigende beweging maken.
Onlangs las ik een bericht dat de maan pas 4,47 miljard jaar geleden is ontstaan uit botsing van materie tijdens een inslag op de aarde (die alweer 13,7 miljard jaar oud is). Er is dus een lange tijd geweest van grote nachtelijke duisternis.

De volle maan van Lieven Hendriks straalt op elke muur. De uitsnede van de maanvorm werpt daarbij nog een intrigerende schaduw op de laag daaronder, die telkens zal veranderen met het licht dat er op valt.
Het is een monumentaal schilderij, de nacht is in brede streken opgezet.
De geschilderde rimpelingen in zijn monochrome doeken zorgden begin dit jaar nog voor ophef onder woedende politici in Arnhem. Dat geschreeuw is weer weggeëbd en daarmee een rimpeling in tijd en ruimte geworden.

________________________________________________________________________________________________________________________________________

Gijs Frieling, Vernacular painting 2009 ( muurschildering Cobramuseum Amstelveen)

Gijs Frieling, Vernacular painting 2009 (muurschildering Cobramuseum Amstelveen)

Ons huis is 300 jaar oud. In de gang liggen houten planken die ooit een schildering bezaten. In de afgesleten en vervaagde restanten ziet men met enige fantasie bloemornamenten in diepe verzadigde kleuren groen, rood, en okergeel.
Ooit was deze vloer volledig beschilderd Zo’n tapijtimitatie in het verlengde van de voordeur was natuurlijk veel handiger dan een echt Perzisch tapijt en werd een paar honderd jaar geleden wel vaker toegepast.

In het werk van Gijs Frieling vallen verschillende aspecten van kunstbeleving samen. Het hinkstappende oog springt van voorstelling naar kleur, van vorm naar nijverheid, van herinnering naar grote verbanden.
Zo zag ik enkele jaren geleden op een beurs een wonderschone installatie ‘Ach das Neue Freunde, ist nicht Dies’ bij de stand van Maria Chailloux. Alle muren waren beschilderd en daarop hingen door zijn moeder naar aanleiding van zijn tekeningen geborduurde schilderijtjes. Stuk voor stuk prachtig en als geheel opzienbarend. De installatie was tijdelijk, werd na de beurs weer afgebroken, de arbeidsintensieve borduurwerken zouden resteren.
Frieling decoreert momenteel in hoofdzaak de muren van panden van opdrachtgevers en tentoonstellingsruimtes. Het schilderij is driedimensionaal, je wordt omgeven door kleurrijke bloem-, plant- en dierornamenten.
Ooit, in tijden van tijdeloosheid, verfraaiden mensen hun huizen met muurschilderingen.
Ondanks de volheid ervaart men rust in de herhaling van de motieven, de zachte matheid van de caseïneverf en in de voorstelling, die het oog vriendelijk uitnodigt tot blijven kijken.

_________________________________________________________________________________________________________________________________________

Jeroen Allart, Cowboy Rob 2011

Jeroen Allart, Cowboy Rob 2011

Wij kennen geen angst.
Worden nooit meer verblind.
Rugdekking zal er altijd zijn.
De donkere muur in de kamer zou werkelijk ideaal zijn voor deze grote cowboy van Jeroen Allart.
Het houtvuur smeult en wacht.
We oefenen onze Morricone klanken.
Maar tevergeefs, de cowboy was reeds verkocht.
Daar zit je dan met je uitzicht op leegte.
Het alternatief werd ruilen, overigens een voor kunstenaars bijzonder leuke mogelijkheid om een kunstcollectie aan te leggen.
Nu siert een kleinere vogel die plek.
De vogels in allerlei soorten kleuren en formaten van Allart lijken vaak op hem. Eigenlijk vind ik al zijn schilderijen lijken op hem, ongecompliceerd, vriendelijk, herkenbaar uit duizenden. De blik gericht op aangename onderwerpen, dieren, matrozen, boten, landschappen, cowboys, gebouwen, een onbewolkte hemel, rustig weer.
De taferelen zijn onmiskenbaar Hollands van sfeer, kustlijnen zijn nooit ver, al was het maar door het heldere licht dat in al deze schilderijen te zien is.
Zwembadmeesters, toeristen, het is altijd vakantie, het humeur blijft zonnig.
Een eigen iconografie met perfect uitgevoerde zekere hand en met een uiterst verfijnd kleurgevoel.
Probeer maar eens zo een strakke lijn met een penseel met verf te trekken.
Daar is meesterschap en beheersing of de ontspanning na een dagje strand voor nodig. Met of zonder cowboy.

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Ruth van Beek, The arrangement nr. 12, 2012

Ruth van Beek, The arrangement nr. 12, 2012

Jaren geleden bezocht ik het natuurhistorisch museum in Oslo.
In een verduisterde zaal met donkere muren was een opstelling ingericht met fosforescerend gesteente en mineralen. Een grot van wonderen en grote schoonheid met oplichtende kleuren in archaïsche vormen als juwelen in een zojuist geopende schatkist.
Aan deze zaal denk ik terug als ik naar het werk van Ruth van Beek kijk.
Als men naar de afbeeldingen in oude verkleurde mineralengidsen kijkt, ziet men tevens abstracte objecten en zuivere kleur, zeker daar waar het semi-transparant gesteente betreft.
In de collages van Ruth van Beek worden nieuwe objecten gecreëerd.
Als een beeldhouwer bepaalt ze vorm en rest-vorm op het papier.
Ook het maken zelf wordt daarbij betrokken in de afbeeldingen van handen die de vormen tot stand laten komen.
Met minimale middelen een maximum aan effect, krachtig staan de vormen tegen verzadigde kleuren van de antieke achtergronden.
Ze omhullen een vermoeden dat er meer is achter de zichtbare werkelijkheid.
Soms letterlijk, als enkele dunne plantentakjes achter de bedekkende toegevoegde vorm te zien zijn. Ooit waren deze takjes een ordening van planten.
We weten niet wat we zien of waar we naar kijken, alleen dat het nieuwe beelden zijn die in verbinding staan met een nieuwe tijd.

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________