Schrijven

Lauren Simonutti (1968-2012) The eye is the centre / magnify me 2011

Lauren Simonutti (1968-2012) The eye is the centre / magnify me 2011

Alle teksten:
————- The eye is the centre / magnify me ————- copyright Anke Roder

_DSC4145
_______________________________________________________________________________________________________________________________________

Click full size screen :

0001(2)

0002(1)

0003(1)
_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

fullsizeoutput_1997

In deze publicatie is een serie van 29 verhalen over kunst gebundeld, uitgave De Ketelfactory Schiedam

De inleiding tot de tentoonstelling: De foto van Masao Yamamoto

Masao Yamamoto #954, Nakazora 2002, gelatine zilverdruk, collectie Otto L. Schaap

Masao Yamamoto #954, Nakazora 2002, gelatine zilverdruk, collectie Otto L. Schaap

Het vogeltje #

Met Otto Schaap, de bruikleengever van het vogeltje van Yamamoto, heb ik veel naar kunst gekeken. Ik herinner me dat we jaren geleden samen in het Rijksmuseum waren en naar een bijzonder mooie Netsuke verzameling keken. Otto vertelde me, hoe ook zijn moeder diep geraakt was door de schoonheid van deze kleine Japanse gordelknopen. De fijn gesneden figuurtjes, die passen in een gesloten hand, verbeelden niet zelden een aspect uit het leven van de drager.
Dergelijke kunstwerken herinneren ons aan waar kunst ontstond. Er waren geen grootse inhoudelijke concepten nodig. Ze stonden dicht bij de mens, zijn innerlijke beleveniswereld en zijn omgeving, en leiden ons naar de bescheiden plaats die hij inneemt in een wereld, die zelf een stip in een universum is.

Het geheugen werkt willekeurig, vervormt of verdicht en slaat gaten als kraters. Soms werkt het geheugen als een huis, waarin elke ruimte dient als opslagplaats voor bepaalde tijdsperiodes of gebeurtenissen. Er zijn kamers gevuld met herinneringen uit een andere tijd en kamers die nog onontgonnen gebieden zijn. Kunst kan deze ruimtes openen, grenzen verleggen of opheffen.
Hersenen verwerken taal en muziek in hetzelfde gebied. In zinsconstructies en woordcombinaties en zeker ook in poëzie ervaren we ritme. Centraal ligt de Amygdala als een parel in een schelp. Het is de plaats waar indrukken uit de buitenwereld gekoppeld worden aan zintuiglijke ervaringen en een grote diversiteit aan emoties.

In een tijd dat de nachten grotendeels doorwaakt verliepen, ben ik begonnen met het schrijven over kunst. Na enkele uren slaap werd ik wakker doordat zich tekstflarden aandienden vanuit eenzelfde ontspannen onderbewustzijn als dat van waaruit ik schilder. Ik schreef omgeven door stille duisternis tot de eerste vogels zich in de ochtend kenbaar maakten, sliep enkele uren en vervolgde de dagen in het atelier.
Ik heb me wel eens afgevraagd of het schrijven eenzelfde hersengebied bewoont als het schilderen. Een verbindende factor leek ritme: het geluid van het tikken van de letters in een geluidloze omgeving was ritmisch, ook taal zelf ervaar ik als ritmisch. De bewegingen die tijdens het schilderen ontstaan, lijken voort te komen uit een meditatieve, dansende staat van zijn, een repeterende handeling van verf die naar het liggende oppervlak van het houtpaneel gebracht wordt.

Bij de keuze van kunstenaars voor de rubriek ‘Kunst van de dag’ was er een restrictie: bij voorkeur moest het beschreven kunstwerk te zien zijn in een actuele tentoonstelling. Dat lukte niet altijd, omdat ik in mijn keus ook graag naar het grotere geheel keek. In 2015 noteerde ik enkele inhoudelijke motieven: vrijheid, intuïtie, schoonheid, landschap, poëzie, kleur, licht, ruimte en muren. Abstractie, figuratie, man, vrouw, fotografie, sculptuur, schilder- en tekenkunst, alles wilde ik aan bod laten komen. Uit de tweeënzestig beschreven kunstwerken selecteerden we voor de tentoonstelling The Eye is the Centre / Magnify Me iets minder dan de helft, waarbij daar waar mogelijk de beschreven kunstwerken ook in de tentoonstelling getoond worden. Ik hoop dat de werken ook u als kijker op een verwante wijze betoveren en een blik bieden op de diversiteit van de werken en het karakter van hun makers.

________________________________________________________________________________________________________________________________________

0001

0002

0003

P1010557

Ruimte Column Anke Roder

Het is niet de slaapwandelaar, die met uitgestrekte armen de donkere ruimte betreedt, maar de nachtblinde, die zich door zijn tastzin een beeld van de ruimte probeert te vormen.

P1010821

De slaapkamer
In de herfst van 1888 schreef Van Gogh aan Gauguin ‘…want ik weet vaak niet wat ik doe, omdat ik bijna werk als een slaapwandelaar.’ De meegezonden schets van het schilderij van zijn slaapkamer werd in deze brief nauwkeurig toegelicht. De heldere kleuren moesten rust of slaap verbeelden. De forse boerenmeubels in de kleine kamer, werden in een vereenvoudigde stijl met grotere penseeltoetsen geschilderd, de schaduwen en slagschaduwen zijn weggelaten om de helderheid in de vlakverdeling van Japanse prenten in herinnering te roepen. Van Gogh had zijn ogen overbelast in het verblindende zonlicht van de mediterrane zomer. De gedwongen rust in de binnenruimte resulteerde in enkele schilderijen van deze beroemd geworden slaapkamer.

bookarchitecture04

De lange nacht
Frank Halmans (1963) verzamelt de dingen die spreken. Ze hebben in een ander leven hun functie bewezen en dragen een doorleefd karakter. Ze verwijzen vaak naar een tijd, waarin de dingen voor het eerst werden gezien, naar een context waarin ze ooit nieuw waren. De tijdsspanne van zijn eigen leven vormt de verbindende schakel tussen alle voorwerpen.
Zo zijn de vroegste logeerbedden in een leven veelbetekenend. De nieuwe geur, de andere geluiden in een onbekende ruimte. Is het het hout dat kraakt in het holst van de nacht of is het het onbekende dat zich uitvergroot kenbaar maakt. Het grote bed verleent een veilige basis aan de kinderbedden uit de jaren zestig.
In het daglicht vult de ruimte zich met de mechanische klanken van gebouwen als stofzuigers en kruimeldieven. Het oude stof wordt nieuw stof dat neerdaalt in een helverlichte architectuur en zo een eeuwigdurende kringloop van ruimtetijd verbeeldt.
De gebouwen, samengesteld uit oude boeken, dragen titels die de verhalen aanreiken. De eerste in deze serie, getiteld ‘De lange nacht’, roept de vele mogelijkheden op, om de tijd van slapeloosheid op te vullen.
Met lezen bijvoorbeeld, het openslaan van een boek, het omslaan van het lege schutblad en het betreden van de illusoire ruimte. In zijn collages evolueren deze eerste blanco pagina’s naar steeds complexere ruimtes, waarop de tijd haar vlekken legt, de randen verkleurt, en het zonlicht de schaduwen tevoorschijn roept.

014.reflectie

Werkkamers
In de serie werkkamers van Florette Dijkstra (1963) zien we ruimtes waarin werelden ontstonden. De kamers zijn verlaten, stof daalt neer op oppervlaktes die ooit onontbeerlijk waren: de tafel, de stoel, het boekenkastje, de ateliervloer. Er werd geschreven, gedacht, geschilderd en geconstrueerd. Er klonk muziek, gelach, voetstappen, er werd geleefd.
De tekeningen zijn momentopnames van leegte, de bewoners zijn de afwezigen die door de traagheid van het tekenen opgeroepen worden. Ongeveer op eenzelfde wijze als een schrijver wandelend zoekt in de ruimtes van zijn geest, kunnen we de tekeningen lezen. De lege vlekken kunnen we zelf invullen, het duister kunnen we aarzelend betreden.
In de laatste kamer van Vincent van Gogh verdwijnen alle attributen en meubelstukken in de arcering. We ontwaren misschien nog de tafelpoten, daarboven een tafelblad weerkaatsend gericht naar het licht. In de piezoprint met het negatiefbeeld zien we het licht gespiegeld en opgaand in een nachtelijk zwart. Net als de dingen die verdwenen, is ook het lichaam opgelost in ruimte en tijd.
Altijd zal er een verleden zijn, de dingen die voorbij gaan, ze vullen een ruimte die niet meer tastbaar is. Het zijn de verhalen, die in de dingen opgeslagen liggen, waardoor wij ze betekenis kunnen toekennen.

Gepubliceerd artmagazine Palet 392

____________________________________________________________________________________________________________________________________________

Roes Column Anke Roder

Pollock zoop, Heesen zuipt, Klashorst snoof en spoot internationaal.
Net als Nietzsche schoof Cocteau opium, Picasso probeerde van alles wat.
Van Gogh dronk zijn glaasjes 70 % absint en Alice sprong:
‘Break on through to the other side’.

De reis
Wie beschikt over een roesachtige natuur, kan zich beter verre houden van allerlei bedwelmende middelen. Gedrieën reisden mijn vriendinnen en ik met een bus richting Spanje. De spacecake smaakte opperbest, ja lekker, nog maar een plak en daar kwamen de ravijnen, de bergen die kraters werden, de hemels die openden en de bus die vervaarlijk met steeds grotere vaart rakelings langs diepe afgronden raasde.
Het kwam goed, de zon ging op, papier en verf werden uitgepakt, de reis kon beginnen.
P1010649

De gouden sleutel
Er zit een gat in de grond. Op handen en knieën gesteund zou dit bekeken, gekeurd, gewikt en gewogen worden. Het meisje Alice echter twijfelt geen seconde. Ze springt en wordt beloond voor haar dappere daad. Het avontuur opent haar deuren, de gouden sleutel ligt op een tafel met drie glazen poten en de hap die zij van haar cake neemt transformeert haar naar nieuwe afmetingen en perspectieven.

alice in wonderland polystyrene plaster flax flock 190x55x25cm collectie DELA Eindhoven
In het beeld ‘Alice in Wonderland’ van Yvonne Mostard zien we manshoge golvende haarlokken getooid met een zwarte strik. Het beeld is een ruimtelijke wandsculptuur, die net boven de grond zweeft. Het volume oogt vanzelfsprekend en monumentaal, de lijnen van de strengen vlas volgen een lichaam dat aan ons oog onttrokken is. Het haar golft over denkbeeldige schouders, heupen, knieën en voeten en brengt de maatverhouding van de studie ‘Vitruviusman’ van Leonardo da Vinci in gedachten.
Doordat de ruimte van Alice open is, kan de kijker deze zelf invullen, het beeld opent een deur naar de verbeelding.
Voordat Alice als reuzin gehoor geeft aan het bevel ‘Drink mij’ zal zij het beeld met verrukking tussen twee vingers oppakken en het behoedzaam in haar lokken schuiven als een haarpin met een zwart strikje.
Bernard-Heesen

Omgeven door sirenen
Glas is zacht en kneedbaar en houdt met weerbaarheid stand in de hitte van de oranje vlammen. Vele handen en monden van sirenen staan klaar om het glas aan de blaaspijpen met hun jonge adem leven in te blazen. De wereld uit oude boeken en herinneringen doemt op uit de rook in de machinekamers van het schip ‘De Oude Horn’.
Barok en kleurrijk wordt de ene na de andere onderwatervorm sierlijk kronkelend over de reusachtig grote bokaal ‘Jeneverglas’ gelegd. Het glas blijft staan, ondanks het gewicht, de overdaad en de licht hellende grote vorm op de smallere poot. Wankele zeebenen krijgt het pas aan wal.
De Fluwelen Zeemuis met de lange staart van glas in alle kleuren van de regenboog raakt alle objecten aan. Ze worden duizendbloemenvazen, die nooit hun kleuren zullen verliezen.
Als de oersterke Odysseus in persona, losgerukt van zijn scheepsmast, verplaatst Bernard Heesen de zware, hete glasobjecten, terwijl de naakte armen hem vanuit de koelte de gesmolten kleuren aanreiken. Elk object dat uit de vuurzee komt zal een verrassing zijn, een eeuwige voortdurende transformatie van klein naar groot.

Gepubliceerd artmagazine Palet 391

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Reizen Column Anke Roder

Nadat ik in 1994 mijn armen vol had laten spuiten door een zwetende GGD medewerker, stond diezelfde medewerker vliegensvlug enkele uren later gepoetst en gestreken in zijn beste tuinbroek voor mijn huisdeur om uiting te geven aan zijn romantische gevoelens. Hij overtrad natuurlijk een ethische grens, ik wees hem streng de deur en vertrok de volgende dag een aantal maanden naar India.
Je kunt dat land niet los zien van de kunst die het heeft voortgebracht. Ik ben een fervent liefhebber van de miniaturen, die grenzeloos gebruik maken van fantasie en kleur met een uiterst verfijnd gevoel voor esthetiek. Het surrealisme dat uit de beelden spreekt ligt ook in het dagelijks leven daar opgeslagen. Ik zag schemerachtige tropische eucalyptusbossen waarin grote groepen witte pauwen oplichtten in de nacht, adelaren die op grote hoogte boven diepe valleien zweefden, keurig aangeklede menselijke rompjes met de bedelnap in de mond geklemd, zingende en dansende zigeuners, de heilige koeien en beschilderde olifanten en natuurlijk de schrijnende armoede in de binnenlanden en steden, maar altijd aangekleed met waardigheid in de fraaiste kleuren en materialen.
De immense kleurenrijkdom die door de stand van de zon nog eens extra gloedvol belicht werd komt terug in het werk van al die anonieme tekenaars die vanaf de Middeleeuwen onder invloed van het Perzische Rijk tot grote bloei kwamen.

For Bernard Jacobson 1979 Howard Hodgkin born 1932 Purchased 1980 http://www.tate.org.uk/art/work/P07377

For Bernard Jacobson 1979 Howard Hodgkin born 1932 Purchased 1980 http://www.tate.org.uk/art/work/P07377

De Engelse kunstenaar Howard Hodgkin (1932-2017) bezat een grote collectie van deze prenten. Ze inspireerden hem in de composities en diepe kleuren van zijn schilderijen. Je ziet goed hoe hij naar zijn prentencollectie keek. Het beeld is omkaderd en de meest in het oog springende kleuren gloeien op en komen in zijn schilderijen in volle verleiding samen. De grote gebogen beweging van een vuurwerk of een olifantenslurf wordt gereduceerd tot buigende verfstreken. Ze barsten uit de omlijsting met een enthousiasme dat hij gevoeld moet hebben bij het verzamelen van zijn schatten.
maxresdefault
‘Le douanier’ Henri Rousseau (1844 – 1910) maakte imaginaire reizen in zijn exotische schilderijen. De vegetatie is verhoudingsgewijs van kamerplantenniveau of vooruit dan een Franse potagerie, overal zie je een hoge horizon en daarboven de blauwe lucht. Wie de echte tropen heeft ervaren weet dat de lucht zwaar is, vochtig en dik, dat de planten het overnemen en reusachtige hoogtes opzoeken, dat grote bladeren de wortels voor zonlicht beschermen en dat het duister onheilspellend en geheimzinnig kan zijn.
Anything-that-happens-Mountain-65-x-50-cm-2017-653x450
Sigrid van Woudenberg (1967) daarentegen kent de jungle, waar ze opgroeide. Schaduwrijk en subtropisch zijn haar tekeningen
De essentie van het reizen kun je zien in deze tekening. We bevinden ons langdurig zittend in eenzelfde houding, verplaatsen ons op weg naar de onbekende ervaring. Het ongemakkelijke afzien wordt vergeten du moment men voet aan nieuwe wal zet.
De bergtop is in zicht, badend in oogverblindend zonlicht. Kort zijn de schaduwen, de weg naar de hoogte bevindt zich buiten het beeld. Alles kan overal gebeuren.

Gepubliceerd artmagazine Palet 390

______________________________________________________________________________________________________________________________________

31 Teksten gepubliceerd online galeries.nl/artnet.nl

Teun Hocks

Teun Hocks

Het is de laatste dag van mei, ik denk aan Teun Hocks in zijn universum.
Hij vangt muziek, nachtuilen en dromen.
Hij beklimt ladders, schuttingen en bergen.
Hij reist door de nacht naar de maan.
Waar is het feest, waar is de kunst?

Ik zocht naar eventuele tentoonstellingen en stuitte op de verkiezing van kunstenaar van het jaar 2017.
10 achtereenvolgende jaren stond hij op de keuzelijst van de top 100 van hedendaagse kunstenaars, waarbij hij langzaam enkele plaatsjes opschoof richting nummer 46.
Dat wordt een lange weg richting eerste plaats…
De winnende spits werd in 2003 afgebeten door Corneille, dat zette wellicht de toon.
De mens schijnt behoefte te hebben aan een eerste plaats, het winnen, naast de beste kunstenaar kan men ook kiezen voor de beste galerie of het beste museum.
Volkstuincomplexen kiezen ook hun grootste pompoenen, dat lijkt me eenvoudiger dan kiezen tussen appels, peren, vijgen of Japanse wijnbesjes.

Is de weg naar een top niet vele malen boeiender dan de top zelf? Aan de top is het oppervlak beperkt, kijk je naar alle kanten neer op een diepte die altijd in het verleden ligt.
Juist in de processen van dat twijfelende schemergebied van proberen, mislukken of falen, kunnen ontdekkingen oplichten en overwinningen worden. Ze wijzen een weg die niet recht naar boven leidt maar juist naar die spannende onbekende kronkelpaadjes waarvan je niet weet wat er achter de volgende bocht ligt. De essentie van vrijheid ligt in het spel, de verleiding van het idee en het zichtbaar maken van het onbekende. Daarin ligt een geheim, namelijk het onbeschrijflijke plezier dat je aan het maken zelf kan beleven, op een manier dat het ritme, kadans en melodie worden.

Teun Hocks is de meester van die verbeelding. Al vroeg maakte hij een zelfportret, schilderend achter een doek dat op een schildersezel staat, zijn schaduw op de muur speelt echter viool. Zo ongeveer zou concentratie eruit kunnen zien. Met poëtische melancholie beziet hij het kunstenaarschap, de zin achter de dingen, de jacht op het onbekende, het meetorsen van bagage of gedachtes, de subtiele humor, de vlucht van de gedachte.

Soms denk je een meesterwerk gemaakt te hebben en blijkt het een gedrocht.
Soms ontdek je nieuwe kunst die je verrast, verleidt, optilt of uitdaagt.
Soms ontploft een galeriehouder.
Maar dat is weer een ander verhaal 😉

______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Harm Jan Boven Assemblage 2017

Harm Jan Boven Assemblage 2017

Als de Teutoonse klanken van Wagner weer uit de schuur schallen weten we hoe laat het is…daar worden de huisjes in het grote houten huis in elkaar getimmerd en gelijk een sjamanistisch ritueel begoten door goede wijn.
De vogels blijven zitten, die zijn wel wat gewend hier bovenop die gasbel.

Harm Jan Boven, mijn prieelvogel, jager, kasteelheer en constant gardener.
De wintermaanden zijn in duisternis verzonken.
Weinig opwekkend zijn de uitzichten op eindeloze lege vlaktes, kleivelden overlopend in grijze luchten.
De kleur ligt opgeborgen in al die zaden, de bomen slapen.
Het hout dat niet in rook opgaat wordt vertimmerd, beschilderd en verlijmd tot brugwachtershuisjes en schuil- en verblijfplaatsen voor passerende mensen en dieren. Felle kleuren verdrijven de somberheid, smeedijzeren spijkers en scherven komen uit oude grond.
Hier op deze eeuwenoude plek slechts eenmalig de glinsterende droom: het is nacht, flitsend en felgekleurd rent een kleine kabouter, groot als een uit de kluiten gewassen eekhoorn, werkelijk met rode puntmuts, tussen de bloembedden op en neer, om een immense schat vol glinsterende diamanten te verslepen naar een ondergronds gangenstelsel ter hoogte van de oude rozen. Niet veel later vonden we de ene oude waterput na de andere verzonken in de bodem. Met wateraders hield men rekening in de andere tijd. In die putten veel oude scherven, de grootste toont een fragment van een zeer groot bord, een man met cape en fibula, lang haar en glimlach in paarse lijnen en gele oker.
De diamanten liggen in de vroege uren op het land. Met de langere dagen verdampt de zwaarte, na enkele weken is de aarde getooid met groene sluiers, niet veel later zullen de bloemen openspringen en zingt de nachtegaal.

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Anna Atkins 'Photographs of British Algue' 1843, coll. Rijksmuseum

Anna Atkins ‘Photographs of British Algue’ 1843, coll. Rijksmuseum

Laat die hittegolven maar doorrollen.
Nog even geduld en dan op naar het klimatologisch beheerste Rijksmuseum om de nieuwste schat te bewonderen, het boek ‘Photographs of British Algue, cyanotype impressions’ uit 1843 van de botanica Anna Atkins dat het museum onlangs kon verwerven voor de collectie. Het is een van de 12 mooiste exemplaren ter wereld, 307 Cyanografieën van zeewieren, ingebonden in stevige band tussen bijzonder mooie gemarmerde schutbladen.

De vorige eigenaar van het boek was de New Yorkse kunstenares Michele Oka Doner, die in haar werk op tal van manieren gebruik maakt van natuurlijke structuren en vormen. Er is een omvangrijk werk ‘A Walk on the Beach’ dat ze in de jaren 90 voor de hal van Miami International Airport vervaardigde van een zeegroene vloer waarop honderden verschillende microscopische witte cellen drijven. Het lijkt een hommage aan Atkins. Omdat ze veelal in opdracht werkte in talrijke disciplines en schoonheid als haar drijfveer beschouwt, bleef ze relatief onbekend bij het grote publiek.

Ook bij Anna Atkins vraagt men zich af, is het kunst, is het wetenschap, is het alleen maar mooi?
Haar uitgangspunt was van wetenschappelijke aard. Haar vader John George Children was scheikundige, mineraloog en zoöloog. Hij werkte als bibliothecaris bij de afdeling Antiquiteiten in het British Museum en later als conservator op de afdeling Zoölogie. Haar eerste handgeschilderde illustraties betroffen 200 schelpen bij zijn artikelen. Ze kon studeren (uitzonderlijk voor een vrouw in die tijd) en stond in contact met de wetenschappelijke elite. Onmiddellijk na de uitvinding van dit blauwe Photogram door de wiskundige en astronoom Sir John Herschel, een vriend van de familie, gebruikte ze de techniek als illustratie bij een zojuist verschenen handboek over zeewieren. Met bedienden verzamelde ze de wieren langs de kustlijn, ze werden gedroogd, in mooie composities op geprepareerd papier gelegd, door de zon beschenen, ontwikkeld in het water en maagdelijk wit bleven de nabeelden uit de zee op het blauwe papier liggen. Ruim 10 jaar werkte ze aan deze algenserie en schonk de boeken aan bevriende botanici. Naast de wieren maakte ze ook zonnedrukken van planten, mossen en varens (gebundeld in twee edities British & Foreign Ferns).

Stel u eens voor, deze kamer in het museum in de kleuren van al die tinten cyaanblauw, daarop al die verschillende witte zeebloemen uitwaaierend richting plafond als dwarrelende sneeuwvlokken van Bentley, die een halve eeuw later een soortgelijke verrukking gevoeld moet hebben toen hij ontdekte dat geen enkele sneeuwvlok leek op de andere. Zijn onderzoek was veelomvattender omdat hij in elke winter alle sneeuwvlokken in zijn leefgebied tot zijn beschikking had.
Atkins kon slechts vastleggen wat de oceanen gaven, de zeewieren die door stormen of ouderdom los kwamen van de zeebodem en bij de vloedlijnen te vinden waren. En ze koos voor de soorten die binnen het formaat van het papier pasten om een harmonische compositie te bewerkstelligen. Dit deed ze met een grote fijngevoeligheid die elke vraag over schoonheid dan wel wetenschap overbodig maakt.
Het prikkelt de mooie gebieden in de geest en verbindt ons met de ware magie, die zich afspeelt daar in die peilloze diepte, in de koraaltuinen vol felgekleurde metershoge zacht deinende zeebloemen.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Maria Kokkonen Hunting Flower 1, mixed media on paper 2016

Maria Kokkonen Hunting Flower 1, mixed media on paper 2016

De Cacaofabriek!
Ooit opgericht als kunstenaarsinitiatief in 1984 in de leegstaande fabriek aan de Helmondse Zuid-Willemsvaart, in een tijd dat de kraakbeweging zich ontfermde over veel industriële leegstand in steden. De panden waren met hun ongepolijste charme ideaal als werk- en expositieruimte voor kunstenaars. Martin van de Laar en Cees Gunsing werkten er vele jaren consciëntieus en geheel belangeloos in dienst van vele passerende vaak jonge exposanten die ook geregeld ontdekt werden. In 2000 toonde ik daar de schilderijen die ik tijdens een Noorse werk- en studiereis gemaakt had.
In 2008 werd het pand door uitslaande vlammen grotendeels verwoest, maar sommige gebouwen weigeren zich te conformeren aan natuurwetten. Na een grondige renovatie en herbouw is het nu een eigentijdse culturele broedplaats met tal van bedrijven, een chocolatier bracht de geur terug, de expositieruimte werd in ere hersteld.
Vandaag opent ‘Matter of Time’, een groep jonge kunstenaars zocht elkaar op en geeft visies op tijd, herinnering en verleden.

De Finse Maria Kokkonen (1990) behaalde twee jaar geleden haar BFA in Rotterdam, exposeerde internationaal en leeft momenteel in London. In de recente tekeningenserie ‘Hunting Flowers’, die ze ook in Helmond exposeert, zien we een kamer met een raam.
Lichtval wordt gefilterd, gordijnen worden wimpers, er heerst slapeloosheid, nachtblauw wordt okergeel, beddengoed, kussenvormen, huidplooien, aanraken, omdraaien, niet goed liggen, door de ruimte lopen, of toch maar blijven liggen. Waaiende potloodgradaties op ongebleekt katoen.
Explicieter in ‘Haptic Memory’ zien we knievormen, de navel, grote streken waterverf die versmeltende lichamen verbinden. De verfijnde tekenhand doet in de verte denken aan Hans Bellmer en ook William Blake klinkt door in de fragmenten van stofplooien en naakte lichamen.

Finse meisjes zeggen zelden gedag
maar zijn niet verlegen of arrogant
je hebt alleen een beitel nodig om dichtbij te komen
ze bestellen bier voor zichzelf
reizen de hele wereld af
terwijl hun mannen thuis wachten
als ze boos zijn sturen ze je een rotte zalm

Overwinteren doen ze op een bank onder de sneeuw
als het lente wordt laten ze zich vollopen
om de laag beschaving van hun huid te krabben
ze hangen rond in bushokjes
en soms naakt in een meer

In de nachtbus zetten ze hun tanden in de rubberen stoelleuning
als ze niet in slaap gevallen zijn

Kira Wuck ‘Finse Meisjes’ uitg. Podium 2012

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Christiaan Kuitwaard

Christiaan Kuitwaard

Met mijn onstuitbare behoefte aan uitzicht en horizon zit ik gebeiteld in Groningen.
De grote boomkap is weer begonnen.
Buurmannen zagen zich een weg door stammen op erfgrenzen, de gemeente zaagt de aanplant van enkele jaren geleden weer weg, oude bosjes bij de dijk verdwijnen omdat de grond niet deugt, en de bomen die we in onze tuin plantten worden jaarlijks door Groningse stormen geknakt of ontworteld.
‘Boom’n heuren hier nait in ‘t laand.’

In Friesland op weg naar het atelier van Christiaan Kuitwaard staan zeker wel wat bomen langs de weg. Het licht valt er mooi langs in lange banen bij een lage winterzon. Het grafische aspect is aantrekkelijk, verglijdende schaduwen, donkere silhouetten, een wisselwerking tussen strak omlijnd en vervagend.
Kuitwaard is een tekenaar, het tonale onderzoek op het doek loopt in verschillende projecten parallel aan zijn tekeningen. Van het kleurenspectrum resteren zwart, wit en de toevoeging van een enkele okerachtige of blauwgrijze tint. De onderwerpen zijn stillevens, de schaduwstudies White Box Paintings (gebundeld door 99 Uitgevers/Publishers), bomen en natuurstructuren, maar ook een reeks dichtersportretten. Zelf zegt hij dat hij schildert met gebalde vuist, maar in de concentratie van het tekenen het echte plezier ervaart.

Schaduwen worden waargenomen als kleurloos. Ze spelen de hoofdrol in zijn schilderijen. Contouren worden met brede droge kwasten vervaagd of met smalle penselen scherp en donker geaccentueerd.
De bioloog en astrofysicus M. Minnaert beschreef in het boek ‘De natuurkunde van ‘t vrije veld’ de vele verschijningsvormen van licht en schaduw.
Hoe het oog in staat is, het spaarzame licht in een donker bos te registeren. Hij schreef over de onscherpte van halfschaduwen, die bij het naderen van een oppervlak scherper worden en dan kernschaduw genoemd worden. Hij merkte op, dat tijdens zonsverduisteringen de ellipsvormige lichtvlekken sikkelvormig werden. Hij ontdekte verdubbelde schaduwen in de wintertijd, nabeelden op het netvlies en kleurveranderingen van de nabeelden. Ik zie ook in het werk van Kuitwaard een soortgelijk onderzoek. Niet natuurbeleving is het onderwerp, maar de mathematische registratie van tonale veranderingen in de schaduwwereld, veroorzaakt door het licht.
In het mooie interview dat Gijsbert van der Wal gedurende enkele jaren met Kuitwaard opnam, kwam een prachtige metafoor tevoorschijn van het atelier als schedel, met de ramen als ogen die een uitsnede van de wereld tonen. Het is te lezen in de catalogus uitgegeven door Museum Belvédère. Daarvan is ook een speciale editie leverbaar met bijbehorende zeefdruk.

Deze boom als een trots hertengewei is te zien bij de verkooptentoonstelling in galerie de Vis, Harlingen. Tot 9 juli ‘Stilte en Licht’.

___________________________________________________________________________________________________________________________________

Sander Reijgers red & green courtesy Galerie Helder

Sander Reijgers red & green courtesy Galerie Helder

Nadat de dorpsstyliste de wijde omtrek van grasgroene muren had voorzien, vertrok ze met de brandweerman om zich met ziel en zaligheid over te geven aan de vuurrode kleur van de passie. Het dorp zou geen dorp zijn, als het zich niet boog over de achtergeblevenen. Er werd getroost, geluisterd, gekookt, bijgeschonken, bezwerend toegesproken (‘Nee, de auto in brand steken is geen goed idee!’) en harten onder de riem gestoken. De kinderen sloegen zich zoals gewoonlijk weer kranig en veerkrachtig erdoorheen.

Het mooiste groen dat ik ooit gebruikte was ‘Hookers Green’ een aquarelverf van Schmincke Horadam. ‘Hookers Green’ komt ook in andere verfsoorten voor, maar juist de transparantie bij aquarel verleent het die kleursensatie van licht dat door bladeren valt. De naamgever was de Engelse auteur, botanist, illustrator èn directeur van de Royal Botanic Kew Gardens, William Jackson Hooker. Hij verzamelde en droogde zo’n miljoen verschillende plantensoorten uit diverse delen van de wereld met een specialisme in mossen en varens voor een omvangrijk herbarium. Daar maakte hij ook illustraties bij, aangezien de planten hun kleuren kwijtraakten tijdens het droogproces. De kleur groen die hij daarvoor benodigde was niet voorhanden dus ziedaar, de geboorte van Hookers Green!

De mosachtige schilderijen van Sander Reijgers zag ik voor het eerst op een beurs, niet deze werken, maar de latere oppervlaktes van geborstelde verftorentjes. De uiterst kwetsbare ophogingen van ontelbare verflagen die snel en voorzichtig vlindervlug over het oppervlak gestreken en gerold worden, vormen verleidelijke tintelende reliëfstructuren. Het worden verftapijten waarop men in kan zoomen en architectonische constructies kan ontwaren of uit kan zoomen om een verhaal over kleur te ervaren. De opgebouwde kleuren blijven zichtbaar, zowel in het werk zelf als in de zijkanten en vormen allemaal samen de nieuwe kleuren, die gemengd tot grijs zouden versmelten maar nu in helderheid en ruimte door het oog en het licht worden gemengd.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________

Jessica Backhaus 'Finding Peace' 2014

Jessica Backhaus ‘Finding Peace’ 2014

De Berlijnse fotografe Jessica Backhaus leerde ik kennen via Instagram.
Ik viel voor de schilderachtige blik in haar fotografie, en zij verloor haar hart aan een klein maanschilderij dat ik gepost had.
Inmiddels hangt het schilderij aan haar muur in Berlijn en arriveerde hier onlangs deze wolkenfoto ’Finding Peace’, uit de serie ‘Six Degrees of Freedom’.
Het is een foto van een behang met grafische wolken dat door de tijd verkleurd is. Het behang is wat vuil geworden, elders in de ruimte werd een plafond of belendende muur gewit. De witte verfspatten waaieren alle kanten op waardoor de regen niet valt maar stijgt, de zwaartekracht wordt omgekeerd. Rechtsonder in de foto zie je een fractie van een spiegeling waardoor de fotografe aanwezig is in het beeld, links in de foto bevindt zich een vage cirkelachtige open vorm, een oog, pupil, lens en zoeker.
Een van mijn favoriete bezigheden als kind was naast het beklimmen van hoge bomen en het leegplukken van andermans tuinen ook het kijken naar wolken, de voorbijschuivende toneeldecors van de hemel. Al het denkbare kwam voorbij en transformeerde tot nieuwe vormen en verhalen. Het was een leer van voortdurende verandering.

In de serie ‘Six Degrees of Freedom’ onderzoekt Jessica Backhaus haar geheugen op een poëtische gelaagde wijze.
Het opgroeien in diverse Duitse steden, uitzichten die ze gezien zou kunnen hebben, kindersnoep, speelplaatsen of zwembaden die er nu verlaten bij liggen in de kleuren van reclamevormgeving uit de jaren 70. De afwezigheid van haar vader die toneelspeler was, legt ze vast in de beelden van lege theaters waar hij optrad, in coulissen en toneelattributen. Sporen van de mens zijn achteloos, de blik op uitzichten is indirect, de beelden worden gezien in het heden maar zoeken het beeld uit het verleden en worden de toekomstige nieuwe herinneringen.
De hele serie gaat over het menselijk vermogen om te kunnen bewegen in tijd en ruimte, in elke denkbare richting.

______________________________________________________________________________________________________________________________________________

Ron van der Ende 'Hatched Job' 2016 basreliëf in salvaged wood

Ron van der Ende ‘Hatched Job’ 2016 basreliëf in salvaged wood

Op het platteland hakken we hout.
Niet alleen in de winter maar het hele jaar rond.
We hebben stapels die vers zijn en twee jaar onaangeraakt blijven, stapels met oud stookklaar hout en we hebben onze voorkeuren.
Fruitbomenhout bijvoorbeeld brandt langzaam en rustig met blauwe dansende vlammen, berkenhout geeft veel hitte, is ideaal voor de aanmaak, populierenhout daarentegen gaat in laaiende rook op waar je bij staat.
Langzame groei is goed, compact en stevig, een solide basis voor lange branduren.
En ja, dat kun je doorvoeren naar kunstenaarschap, het gestage doorwerken jaar in jaar uit, het opbouwen van een oeuvre met een lange adem, en hoe dat in contrast staat tot de waan van de dag, de hype, gekoppeld aan de verslavende behoefte om te willen scoren. Zo buitelden de halleluja klanken over Wolfson in het Stedelijk over elkaar heen, en was er verbijstering over de solo van Klibansky in de Fundatie. Het eerbetoon aan Jan Roeland week daarentegen uit naar Rotterdam, er was geen plaats in het Stedelijk, in de stad waar hij zo’n 50 jaar geleefd en gewerkt had.

Ron van der Ende is uit fruitbomenhout gesneden, geworteld in Rotterdam.
Zijn werk werd twee jaar geleden in een mooi overzicht in de Kunsthal getoond en was dit jaar weer te zien op Art Rotterdam. De eerste keer dat ik zijn werk zag herinner ik me ook nog goed. We exposeerden gelijktijdig op de toen nog groots en breed opgezette Kunstrai, in een tijd dat de galeries nog door één deur konden.
Ik liep de hoek om en BAM, aan de grond genageld, daar hingen de houten boten waar het allemaal begon, nog in bescheiden formaten en zonder perspectivische vertekening, maar de basis was daar. Het kleurgevoel, het materiaal, het ambacht en het plezier.
Al die recycle gekleurde blokjes hout, vastgespijkerd met nageltjes, muziek op de achtergrond. Elk bas-reliëf vordert gestaag en schilderkunstig, want zorgvuldig worden de aangename kleuren gecomponeerd. Naadloos en volmaakt worden de vlakjes berekend, uitgetekend, verlijmd en gefixeerd. Door optische illusie kijken we naar een ruimtelijk omvangrijk object, maar de werken zijn vrijwel tweedimensionale wandobjecten. We zien kleuren uit een andere tijd gecombineerd met de opgewekte energie van het maakproces, de ritmisch oplichtende spijkertjes en het briljante idee dat er BAM ineens was.

_________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Diana Scherer 'Harvest'

Diana Scherer ‘Harvest’

Nooit meer kan ik tuinbonen verplanten zonder aan Diana Scherer te denken.
In de kweekbakken stond een patroon in de bodem gestanst, dat de ontkiemde zaden met lange witte wortels enthousiast volgden. In slechts twee weken tijd hadden ze de hele ondergrondse kweekruimte tot een virtuoos samenspel van witte in elkaar gevlochten lijnen getransformeerd. Aarde werd terzijde geduwd, de groeikracht was immens en van een betoverende ritmische natuurlijkheid. Op diverse plaatsen namen de wortels het over en vormden door ineengestrengelde uiteinden en herhaling van de route dikke witte verbindingen met de wortels van de volgende plant.
Het schijnt, dat planten van eenzelfde familie elkaar bijstaan in lastige tijden. Wordt het te nat, te droog, komen er ziektes of insectenplagen bij een van de leden, dan sturen de omringende planten hun wortels om de benodigde bouwstoffen of vochtregulatie aan te leveren.
Zet je meerdere verschillende plantensoorten bij elkaar, dan is er sprake van aarzelende opname in de groep. Sommige planten gedogen elkaar, andere overwoekeren. Ze kunnen een schadelijke uitwerking hebben of elkaar juist versterken. Het zijn eigenlijk net mensen.

De wortelweefsels van Diana Scherer herinneren aan de Koptische weefsels uit de late oudheid. Deze zijn juist dankzij kurkdroge aarde bewaard gebleven.
Zeker de weefsels uit de Arabische periode tonen in hun abstractie en decoratieve ornamentiek een zekere verwantschap. Ik zou ze wel eens gecombineerd met haar werk in een tentoonstelling willen zien.
In haar laatste onderzoek richt zij zich in samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen op mogelijkheden om duurzaam textiel uit haar gekweekte plantenwortels te vervaardigen.
En de toekomstige stof dan gekleurd met Amarant, Saffraan of Indigo… oh, doe mij zo’n jurkje!

___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Alexandra Roozen 'Around the Bend'

Alexandra Roozen ‘Around the Bend’

Alexandra Roozen betreedt de witte ruimte.
Gewapend met de boormachine, verlengd met een grafietstift gaat zij de strijd aan met het witte vlak, de klare lijn en de zilveren aluminium plaat.
De trillingen van de lijnen en vlekken zijn onvoorspelbaar en daardoor verrassend in regelmaat en ritme.
De oerknal, zo ongeveer zou hij eruit kunnen zien.
Vanuit de exploderende kern wegschietend in alle richtingen, naar het volgende vel papier tot in oneindigheid. Een leven zou je kunnen vullen met het voortzetten van deze serie ‘To Bend’. Ergens zou het perspectief af kunnen buigen, zoals de sterrenstelsels die vanuit spiraalstelsels hun verdwijnende beweging bijstellen naar elliptisch.

De Griekse filosoof en astronoom Anaxagoras (5e eeuw v. Chr.) zocht overal naar zuiver natuurlijke, mechanische oorzaken. Hij wees al op de oorspronkelijke toestand van het universum, de oerchaos, en de pogingen van de geest om orde te willen scheppen in de chaos.
Hij gaat uit van de ‘alles is alles’ theorie, beginnend bij een kiem waarin alle kwaliteiten aanwezig zijn. Stoffen en deeltjes konden transformeren en van inhoud of compositie veranderen.
Hij verbindt dit ook aan kleurloosheid: ‘Toen alle dingen nog ongescheiden bij elkaar waren was er geen kleur in zichtbaar. Dat werd namelijk verhinderd door de menging van alle dingen, van vochtig en droog, van warm en koud en van stralend en donker en omdat er veel aarde in aanwezig was en zaden in eindeloze massa die in niets op elkaar leken.’
In grijs komen alle kleuren samen, de grijzen zijn naar alle waarschijnlijkheid ontelbaar. Ze worden anders waargenomen door kleurenblinden dan door kleurgevoeligen. Voor die laatste groep schijnt door elke grijze kleur de weerkaatsing van een omgevingskleur, een complementaire vermenging met een achtergrond of een versterkt contrast naarmate de achtergrond licht of donker is.
Alexandra Roozen heeft voor haar geschreven ruimtebrieven geen kleur nodig. Sterrenstof van grafietslijpsel en inkt volstaat om ons mee te voeren in haar beheerste grenzeloosheid.

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Harm Hajonides 'Wij zijn omvangrijk'

Harm Hajonides ‘Wij zijn omvangrijk’

WIJ ZIJN OMVANGRIJK
Vanaf het moment dat het beeldbericht in mijn mailbox verscheen, liet deze gedachte me niet meer los. De woorden kwamen me zeldzaam troostrijk voor. Alsof er wel degelijk een diepere zingeving bestond die uit kon stijgen boven het feit dat elk leven afstevent op een dood. Het afgeplakte woord verbergt ZIN en ZON op een zonnig geel vlak, het kader is begrensd en valt binnen de beschikbare ruimte. De betekenis van de woorden reikt echter verder dan de ruimte, wordt imaginair en grenzeloos en verbindt ons met een uitdijend universum.
Bij het werk van Harm Hajonides denk ik ook aan de mythe van Sisyphus. De repeterende handelingen op de ateliermuur: een ordening van gedachte-papier-kleur-woord gevolgd door componeren-afbreken, scheuren-knippen-plakken-afbreken, Rorschach-afbreken, absurditeit-afbreken. Het moment van voltooiing wordt vastgelegd, en de rotsblok valt weer naar beneden om opnieuw te beginnen.
In het verhaal ‘Het Raadsel’ vraagt Albert Camus zich af ‘Waar is de absurditeit van de wereld? Is het deze schittering of de herinnering aan haar afwezigheid? Hoe heb ik met mijn geheugen zo vol zonlicht op de zinloosheid kunnen wedden?’

In de tentoonstelling ‘IK WAS JE’ (PARK Tilburg, gastcurator Chantal Breukers) wordt een aspect van zingeving belicht: hoe geven wij invulling aan constructies van geborgenheid, in jong zijn, in onze dromen, ons lichaam, onze huizen, tussen onze spullen en in onze woorden.

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Elspeth Diederix 'Diamond Yellow Lilytulip'

Elspeth Diederix ‘Diamond Yellow Lilytulip’

‘And above all watch with glittering eyes the whole world around you because the greatest secrets are always hidden in the most unlikely places.
Those who don’t believe in magic will never find it.’
Roald Dahl

Ook Elspeth Diederix kent een vroege jeugd in een ander continent. Ze werd als dochter van een geoloog geboren in Nairobi, Kenia en groeide op in Colombia.
Het land kent tropische bossen, felgekleurde huizen, bonte markten, exotische vogels, bloemen die op vogels lijken, nachtblauwe vlinders en plasticzakjes in alle kleuren van de regenboog.
In haar vroegere foto’s werden krachtige kleuraccenten geënsceneerd. Rose papiertjes op witte berkenstammen, wegwaaiende plastic zakken, met kleurig plastic of groene bolletjes bedekte gezichten en felle doeken in de natuurlijke ruimte. Het waren heldere kleurtoevoegingen als in een schilderij, alle elementen werden zorgvuldig tot een compositorisch evenwicht gerangschikt met plastic flesjes als kleurtoetsen.
Voor deze werken dienden reizen vaak als katalysator: het nieuwe kijken, de eerste blik op het onbekende, het onvoorspelbare, de grote charme van het onverwachte, een zekere dromerige gewichtloosheid der dingen.

Ook in haar nieuwste serie ‘The Studio Garden’ wordt de werkelijkheid gemanipuleerd maar lijkt de blik meer naar binnen gericht. We volgen het seizoen in haar tuin, het eerste groen, de voorzichtige winterbloeiers, miraculeuze tulpen, samengestelde bloemen en beschilderde bloemblaadjes. Hier op de foto staat een gele tulp als een harlekijn van Picasso tegen de grijze achtergrond. We zien verfijning in de toevoeging, kleine penseeltoetsjes kleurden het ruitjespatroon. Het benadrukt de vorm van de tulp, voegt sprankeling toe en verbindt de andere twee rode accenten in het vlak. Net als bij de bloemstillevens uit de Gouden Eeuw, waar bloeivormen gecombineerd werden die onmogelijk in hetzelfde seizoen konden bloeien, schept ook Elspeth Diederix in haar foto’s een nieuwe natuurlijke schoonheid door de samenvoeging van bloemen, verf en belichting.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Sigrid van Woudenberg 'Living / Light' 2016

Sigrid van Woudenberg ‘Living / Light’ 2016

Lang geleden betrok ik een bovenetage met extra zolderverdieping.
Het hoekhuis stond in een volkswijk en had een obscure voorgeschiedenis.
Mijn eerste nachten werden in beslag genomen door een stoet onbekende mensen die ik uitgeleide moest doen, door ze naar de voordeur te begeleiden. Sommigen vertrokken geruisloos, anderen hadden zachte dwang nodig, overredingskracht of een handdruk.
De mannen, vrouwen en enkele kinderen hadden een transparant voorkomen dat herinnerde aan de volumes van de zwaartekracht in een andere tijd.
Dit proces herhaalde zich gedurende enkele nachten in vrijwel identieke tijdrovende afscheidsrituelen. Elke keer sloot ik de deur na de laatst vertrekkende, om in mijn slaap uitgeput enkele uren te slapen.

Soms worden deuren naar een onderbewustzijn geopend. Daar in die donkere onderbelichte ruimtes liggen de eerste herinneringen, vergezeld door beelden en een rijk palet aan geuren.
In de tekeningen van Sigrid van Woudenberg heerst tropische vegetatie over de nietige mens. Haar vroege jeugd in de nabijheid van de jungle van Suriname is fragmentarisch gedocumenteerd. Kleine groepjes mensen verworden tot schimmen terwijl planten gedetailleerd en duister de ruimte in beslag nemen. De vochtige broeierigheid en ondoordringbaarheid staat op monumentale tekeningen. Het is altijd schemertijd onder de hoge bomen, het kraakt ondefinieerbaar, het gevaar heeft duizend ogen en ademwortels. Regen valt warm, zwaar, loodrecht en dagenlang. Winti en vooroudergeesten bevolken aarde, water, bos en lucht. Slangen zijn de aardegeesten, ze waken over opzwepende rituele dansen en de witte klei, die het lichaam licht maakt en zo de mogelijkheid biedt om niet uit de toon te vallen bij goden of geesten.
Andere delen van de wereld vertellen andere verhalen van droogte, weidsheid en sensualiteit, ommuurde paradijzen met muziek en bloeiende oleanders, ook hier wordt gedanst, in deze oudste zandkleurige steden ter wereld. En boven die steden in vruchtbare valleien zweven visioenen en profetieën, een niet te keren apocalyptisch onheil. Voordat de duisternis valt en de lichten doven is de verdrijving uit het paradijs een werkelijkheid geworden.

‘The many great gardens of the world, of literature and poetry, of painting and music, of religion and architecture, all make the point as clear as possible:
The soul cannot thrive in the absence of a garden. If you don’t want paradise, you are not human; and if you are not human, you don’t have a soul.’
– Sir Thomas More ‘Utopia’ 1516

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Sigrid Calon 'Composition with two dots' Risoprint

Sigrid Calon ‘Composition with two dots’ Risoprint

Toen alle kleinkinderen voorzien waren van jeukende rompertjes, wollen jurkjes en broekpakjes stortte mijn goedlachse Brabantse oma Holland zich in de jaren 70 op een nieuw continent, Afrika! Dozen vol breide ze voor de missie en enig gevoel voor stijl kon haar niet ontzegd worden, ze hield wel degelijk rekening met de kleuren van de wol, die de kinderen mooi zouden staan onder de felle Afrikaanse zon.
Dat klimaat vroeg om opgewekte en stralende kleuren, primair rood, geel en blauw, secundair groen, oranje, rose en paars, afgewisseld in streepjespatronen, opgeluisterd door siersteken en gekleurde knoopjes. Eindeloze variaties waren mogelijk door de samenvoegingen van twee gekleurde draden.

In het werk van Sigrid Calon staan machinale wetmatigheden in dienst van haar ontwerpen. Vanuit borduurrasters en gelimiteerde kleurcombinaties ontstond haar beeldtaal die begon met bewerkelijke en verleidelijke houtdrukken (de hoogteverschillen! de volle drukinkt!) en evolueerden naar lichtere Risoprints, een stenciltechniek. Haar kleurgevoel is persoonlijk, de gebruikelijke basisdrukkleuren magenta en cyaan werden vervangen door sprankelende tussenkleuren. Alle 120 composities zijn gebundeld in een (uitverkocht) gelauwerd boek, maar wel als losse prints nog leverbaar.
De ontwerpen worden inmiddels ook uitgevoerd in ruimtelijke geometrische installaties. Muurbedekkend in een geweven wollen Jacquard, als vloerdessin of als boekomslag en kaarten.
De werken hebben ritme, kleur en soul. Ze verbinden design met de regelmaat en verrassingen in natuurpatronen. Lokkende bloemen, exploderende palmbomen, knipperlichtende reclames in nachtelijke steden, een glas vol kauwgomballen…
De fashiondesigner Paul Smith zei het al: you can find inspiration in everything-
(and if you can’t, look again).

___________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Udona Boerema

Udona Boerema

Udona Boerema, wat een klinkende naam om te onthouden.
Ze is afkomstig uit de streek waar ik tegenwoordig woon, het noorden van het land, waar de horizon laag is, de wolken als bergen oprijzen en alle verticale elementen in het landschap als silhouetten in het uitgeklede decor staan.
Ze is de beheerste zenmeester van het ruwe linnen.
Vezelig geweven behoudt het onder de transparante schilderslaag overal tactiliteit.
De natuurlijke kleuren herinneren aan het vlas dat op de velden in de wind waaide.
Het hele maakproces van het linnen ligt erin opgeslagen, het zwingelen, hekelen, roten en andere vergeten woorden.
Regen, dauw en zon zijn nodig om de vlasvezels in enkele weken in optimale conditie te brengen.
De gele zon, bruine klei, licht en schaduw in druppels verf staan in vloeiende vormen zò en niet anders op het linnen.
Water en transparantie zijn wonderlijke componenten om de compacte oude massa van een bergmassief te schilderen.
Het lijkt dan ook meer over beweging en beheersing te gaan, het meesterschap na de eindeloze herhaling van eenzelfde motief.
Udona Boerema exposeerde onlangs bij Gray Contemporary in Houston Texas.
In het najaar zal het werk weer in Nederland getoond worden.

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Stefaan Vermuyten 'Bruine mannetje'

Stefaan Vermuyten ‘Bruine mannetje’

– Ik vind uw schilderijen van de hoogste ladder! Wat zeg ik? Van de bovenste trap!
– Dank u. Nu maar hopen dat de verkoop in de stijgende lift gaat zitten.
Stefaan Vermuyten

We wonen in de rimboe.
Ruim een jaar geleden besloot ik schoorvoetend dat het eens tijd werd voor social media. Nadat ik een winter lang verzamelingen beeldmateriaal had gehamsterd op Pinterest, volgde in de lente Facebook om het actuele speelveld der kunsten beter te kunnen volgen. Recentelijk kwam daar nog Instagram bij, het is minder log, internationaler in reacties en ruimhartiger, want de zuinige FB duimpjes hebben ze achterwege gelaten.
Beeld en schrijven van Stefaan Vermuyten leerde ik pas kennen via FB.
Zijn stijl lijkt eclectisch, alsof elk idee dat zich aandient omgezet wordt in een bijpassende schilderwijze, soms duister en lithografisch, soms helder in enkele rake verfstreken. En altijd met een ontspannen schildershand die nooit dicht plamuurt en de ondergrond ademruimte geeft. Omdat de schilderijen en tekeningen vaak intieme formaten hebben ten opzichte van hand en materiaal behouden ze monumentaliteit en kracht. Je voelt dat de werken in verbinding staan met schilders uit andere eeuwen en windstreken als Goya, Daumier en Monticelli, of resoneren met Fautrier en Auerbach.
In zijn eigen land staan ze hun mannetje naast Walter Swennen, ze laveren met meer poëzie en souplesse dan Marc Maet en delen de liefde voor comic strip met Jo de Smedt.
Zijn milde humor weerlegt platitudes, fileert fijntjes de waan van de dag. Vaak geeft hij een extra zwengel aan associaties om met iets originelers op de proppen te komen.
Taal en beeld vormen een kolderieke kruisbestuiving van subtiele spot.
Juist in dat feilloze oog voor absurditeit schuilt een van de geheimen van het leven.
Op Facebook is zijn werk dagelijks te volgen. Maar beter nog even afreizen naar Galerie EL.

___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Dirk Zoete, tentoonstelling SMAK Gent

Dirk Zoete, tentoonstelling SMAK Gent

Op het podium staat een trampoline.
Oskar Schlemmer is 32 en speelt. Springt hoger en hoger in sierlijke bogen en achterwaartse salto’s, amuseert zich kostelijk in zijn vlucht door de tijd.
Zijn Triadisches Ballet op muziek van Paul Hindemith werd in de jaren 20 van de vorige eeuw opgevoerd, geheel in de lijn van het gedachtegoed van het Bauhaus.
Enkele jaren daarvoor verspreidde zich het nieuws razendsnel rondom de spraakmakende uitvoering van het met schandalen omgeven ballet Parade voor de Ballets Russes van Diaghilev. Een droomsamenwerking tussen Satie, Cocteau en Picasso.
Ongeveer in datzelfde tijdsbestek schilderde Malevich zijn eerste suprematische schilderijen. Ten tijde van het Triadische Ballet werden zijn kleurrijke boeren op houten panelen op het podium gehesen.
Een paar jaar later op een andere plek in de wereld: Alexander Calder, de kleerkast met de ziel van een nachtegaal, knutselt 4 jaar lang en de circuspiste beweegt.
30 jaar later de maskers en tekeningen van Saul Steinberg gefilmd door Inge Morath.

We springen in deze jonge eeuw: luid gejuich voor Dirk Zoete in het SMAK! BOEM PAUKESLAG!
Nog tot 4 juni in Gent te zien ‘To be determined. According to the situation.

DADA IS ALIVE ☺

___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Leon Adriaans 'Boek'

Leon Adriaans ‘Boek’

Met Leon Adriaans had ik ooit een leuk gesprek over enkels.
Hij keek altijd naar damesenkels, die moesten smal zijn in verhouding tot het been, dan was de rest ook altijd goed. Zijn paarden selecteerde hij ook op kracht in de benen.
Ik kwam hem vaak tegen in het moerasgebied Het Bossche Broek, als ik richting Sterrenbos fietste, waar hij dan net vandaan kwam. Meestal maakten we een kort praatje over het landschap, het schilderen of muziek. In zijn atelier klonk altijd zigeunermuziek uit een gammel bandrecordertje met cassettes. Het atelier was volgepakt, in vitrines schitterden zijn omvangrijke boekwerken met handgeschreven tekst en beeld. Beschilderde voederzakken hingen tot aan het plafond, en de doorkijksculpturen stonden als Afrikaanse spirit ladders van de Dogon gegroepeerd in een hoek. Alle stukjes muur waren benut en volgehangen met werk in wording.

Enkele jaren geleden behoorde dit schilderij van Leon Adriaans kortstondig tot onze collectie. Het hing naast het werk van JCJ Vanderheyden, de twee waren vrienden tijdens hun leven, het grootste deel van onze muren werd in beslag genomen door boeken, het schilderij klopte.

Wat eraan vooraf ging.
Ik had een succesvolle tentoonstelling afgesloten in een galerie. Na afloop bleek, dat de galeriehouder niet aan zijn betalingsverplichting kon voldoen. Er was in de voorgaande maanden een grote betalingsachterstand ontstaan die resulteerde in een lange reeks gedupeerden, waaronder 15 aan de galerie verbonden kunstenaars.
Zo snel mogelijk haalden we de resterende schilderijen op. Op de tafel lag een ingepakt schilderij, dat diezelfde dag door een klant opgehaald zou worden. Mijn man zei meenemen, het moet maar bij ons opgehaald worden. Het werk was echter al betaald en ik besloot om het te laten liggen. Een dilemma, wat zou u doen?
Ter plekke opperden wij de mogelijkheid om ons in kunstwerken uit te laten betalen. Ik rekende de galeriehouder voor, dat hij met elke ruil zijn provisie van 50 % op de schuld af kon strepen, dus telkens zijn schuld kon halveren.
Als onderpand namen we het werk van Adriaans mee.
De galeriehouder begreep de rekensom niet, zoals hij wel meer niet begreep.
Hij was het niet eens met onze actie en stuurde de weduwe van de schilder op ons af.
Woedend was ze, na lang praten konden we het bij haar kopen voor het volle pond.
Dat zat er niet aan, we moesten de winter nog door zonder het inkomen waar we op gerekend hadden. Het schilderij werd opgehaald.

____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Marthe Wéry tentoonstelling BPS22 Charleroi BE

Marthe Wéry tentoonstelling BPS22 Charleroi BE

Fantastische foto, de opening in BPS22, eind februari dit jaar.
Door de kleurstelling en de mode worden we 70 jaar terug gezet in de tijd.
Het geluid van klikklak-hakken op harde ondergronden in museumzalen of galerieruimtes… Ze verstoren en galmen na, weerkaatsend tegen muren.
Koningin Mathilde op de foto blijft mooi stil staan, houden zo.
Want licht en schaduw horen geluidloos te zijn.
De suppoost is wel blij met de hakken.
Ze maken de benen mooier, de enkels dunner, de spanning in de kuit aanlokkelijker.

Hoogleraar in de schilderkunst Marthe Wéry (1930-2005) droeg comfortabele schoenen en kleding.
Bewegingsvrijheid is essentieel voor de kunsten.
Haar werk wandelde in 1975 het Stedelijk Museum binnen om deel te nemen aan de tentoonstelling over fundamentele schilderkunst.
Haar kleuren strekken zich loom en verzadigd uit in de ruimte.
Ze spelen met licht en schaduw, weerkaatsen klanken en zingen.
Vele lagen acrylverf worden transparant over elkaar gezet, soms met kwasten, soms sterk verdund gegoten. De pigmentdelen kiezen hun eigenzinnige wegen op het doek, soms gestuurd door de doeken iets op te tillen.
Ze liet zich inspireren door de Russische constructivisten met hun eenvoudige vormen en primaire kleuren.
Vele monochrome schilders zouden volgen. Slechts zelden bezitten ze de zinderende kwaliteiten van Marthe Wéry.

_________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Het Overschilderschilderij, laag 121 Anke Roder, concept Daan den Houter

Het Overschilderschilderij, laag 121 Anke Roder, concept Daan den Houter

‘Rodertje’, schampert mijn man, ‘hoe haal je het in je hoofd… energie steken in een schilderij dat in no time weer liefdeloos overgekalkt wordt door de volgende schilder?’
Welnu, eenmaal als een prinses op de erwt mijn verfhuid leggen op de vele gekleurde lagen van mijn voorgangers…
De schilderkunstige uitdaging om op een oppervlak te werken als een rauhfaser behang uit de jaren 70…
Eenmaal deelnemen aan een kortste tentoonstelling in een kleinste galerie…

Daan den Houter en Anique Weve sleepten het overschilderschilderij via Harlingen naar Zandeweer. Ze hadden oesters gestoken aan de kust en konden hier op krachten komen met gebakken scharreleieren van Truus de kip.
De gezochte boef Beagle Boy van Arie van Geest (laag 120) grijnsde me bemoedigend tegemoet.
Allesbehalve liefdeloos schilderde ik alle donkere delen licht in, een goede schuilplaats onder de verf.
Lichte verf benadrukt het reliëf, ik besloot tot een donker schilderij, ‘Stardust, Citylight’, ook omdat het in de avond in Rotterdam gepresenteerd zou worden.
Het concept van dit werk van Daan den Houter startte 15 jaar geleden in mei 2002 en inmiddels weegt het schilderij met 121 olieverflagen 10 kilo en wordt vervoerd in een houten koffer die over enkele jaren ook uit zal moeten dijen.
Behalve als zich een koper meldt natuurlijk, gecharmeerd van een concept dat tegen de marktwerking van beeldende kunst ingaat.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Remco Dikken 'The trumpet Man' 2016

Remco Dikken ‘The trumpet Man’ 2016

In de verte trompetgeschal!
Ritmisch naderen de voetstappen van marcherende gardisten in de maat van het tromgeroffel.
Een doedelzak, paarden, de cavalerie, in de lucht een Zeppelin, het ontploffende lawaai van een bommenwerper, de pirouettes van een ballerina.
De spelende mens duikt, springt, danst, zweeft, valt.
Hij ontketent oorlogen, in vorige eeuwen en toekomstige.
Spreekt zichzelf moed in ‘just do it’, erkent zijn mislukkingen en reflecteert ‘daar sta je dan’.
Het gezag buigt, de humor redt. Altijd.
De stoet verschuift in stille kleuren op het papier, allemaal familie.
In de coulissen van het theater ontstaan de karakters uit een surrealistisch universum van frottage.
De wereld van Remco Dikken passeert vanuit de loopgraven in een zachtmoedige revolutie.

ik draai een kleine mooie revolutie af
ik ben niet langer van land
ik ben weer water
ik draag schuimende koppen op mijn hoofd
ik draag schietende schimmen in mijn hoofd
op mijn rug rust een zeemeermin
op mijn rug rust de wind
de wind en de zeemeermin zingen
de schuimende koppen ruisen
de schietende schimmen vallen
ik draai een kleine mooie ritselende revolutie af
en ik val en ik ruis en ik zing

Lucebert
uit: Verzamelde gedichten, De Bezige Bij 2004

_________________________________________________________________________________________________________________________________________

Jean Brusselmans, tentoonstelling 'De Zee- salut d'honneur Jan Hoet' 2015 Mu.ZEE Oostende BE

Jean Brusselmans, tentoonstelling ‘De Zee- salut d’honneur Jan Hoet’ 2015 Mu.ZEE Oostende BE

De zeewind raast hier over de vlaktes, schapenwolken waaien zuidwaarts.
Bij die bolle wolken, die als gebeeldhouwde objecten voor het lege blauw staan denk ik vaak aan de wolken van Jean Brusselmans.
Ik lees, dat hij de natuur beschouwde als een wonderlijk mathematisch monument. Hij herleidde zijn onderwerpen tot geometrische vormen.
Schilderde bepaalde motieven in herhalingen. ‘Peindre comme on pense. Dessiner naïf.’
Hij was inderdaad een meester in zijn vlakbeheersing.
Hier zien we twee versies van De Storm, geschilderd in 1938.
De grote lijnen en vormen staan hetzelfde in het vlak. De zon vormt een gele driehoek die achter de wolken, opgebouwd uit ronde vormen, verdwijnt. De horizon loopt vrijwel exact in het midden om het vlak in twee rechthoeken te verdelen.
Als we de verschillen zoeken in het rechter schilderij, dan zijn die afgezien van de wat rommelige schilderstijl miniem: het donkergrijze golfje rechtsonder en het middengedeelte van het schilderij, waarbij de achterste branding en de watervlakte meer als schapen en bultruggen aanwezig zijn.

Geologie

Diepe zeeën omringen het eiland
diepe blauwe zeeën omringen het eiland
gij weet niet
of het eiland van de sterren is daarboven
gij weet niet
of het eiland aan de aardas is
diepe zeeën
diepe blauwe zeeën
dat het lood zinkt
dat het lood zoekt
dat het zinkend zoekt
en zinkt zoekend
zoekend zijn eigen zoeken
en al maar door
zinkt
en al maar door
zoekt
diepe zeeën
blauwe zeeën
diepe blauwe zeeën
diepblauwe zeeën
zinken
zoeken
naar de omgekeerde sterren
tweemaal blauw
en tweemaal bodemloos
Wanneer vindt het blauwe lood
in de blauwe zee
de groene wier
en de koraalrif
Een dier dat door het leven jaagt naar een gedachte vrede
– een wanen in duizend duizendjarige sellen –
gelijk een dier dat jaagt en aan zijn blinde vingers vindt
alleen het herhalen van het gedane doen
gelijk een dier zo
zo zinkt het lood
des zeemans
Moest dit zinken langs uw ogen zijgen gij kende niet
een groter leegheid

Paul van Ostaijen ( 1896-1928)

________________________________________________________________________________________________________________________________

Tim Ayres 'Poem'

Tim Ayres ‘Poem’

Zijdezacht zijn ze, de spalters waarmee Tim Ayres zijn vloeibare lagen verf aanbrengt.
De tonen worden over elkaar gezet, telkens een nuance verder op een denkbeeldig palet gemengd.
Rechtop staat het doek, dus de zwaartekracht huilt geluidloos.
Na vele lagen, als de ondergrond spreekt, is het tijd voor de schrifttekens.
Gesjabloneerde folie met uitsparingen in het juiste formaat wordt aangebracht, er volgt een laatste geschilderde laag om de letters in het vlak te plaatsen.

-And all that poetry shit means nothing now to me-

We zien op zijn site bij ‘this happened’ het ontstaan van dit werk.
Het woord ‘now’ impliceert dat poëzie wel ooit van betekenis was.
Misschien in dit werk uit de ‘poem’ serie uit 2015, waar de poëzie in lichte letters prominent en solitair in een bescheiden hoek op een stralende koele rood-rose achtergrond staat.
Hetzelfde woord geplaatst op een andere kleur heeft echter een andere uitwerking.
Op krijtachtige iriserende poederkleuren staat ‘poem’ in mist gehuld en fluistert.
Is de achtergrond ultramarijn blauw, dan oogt de verlegen plaatsing in de hoek toch vertrouwenwekkend en zelfverzekerd.
De kleurklanken vermengen zich met de tekstflarden die uit het onderbewustzijn tevoorschijn komen.
De zeggingskracht van de dichter transformeert tot beeldtaal.
De zwaartekracht wordt opgeheven door de kracht van de verbeelding.

but gravity was nothing
you and me were not
wise and we were
not allowed to be
aviators
-Tim Ayres-

_____________________________________________________________________________________________________________________________________

Hinke Schreuders - work on paper 2017

Hinke Schreuders – work on paper 2017

In mijn atelier hangt boven de kachel op de schouw een antieke merklap.
Geborduurd met rode wol op licht linnen staan allerlei verschillende sterren.
Hier en daar hebben de draden losgelaten, er is met diverse soorten rood gewerkt en tal van steeksoorten vormen het geheel van een vallende sterren verzameling.

Hinke Schreuders borduurt.
Na kinderscènes en zelfportretten in kruissteek, dichtregels en tekstfragmenten volgde de vrouw getooid in elegantie van de jaren 50 en een enkel landschap.
Soms zoomt de camera in op het portret
Verleden jaar ontstond de serie ‘story of o’, die verwijst naar ‘Histoire d’O’ van Pauline Réage (pseudoniem van Anne Declos), de eerste pornografische roman die door een vrouw werd geschreven. In eerste instantie schreef ze de roman als liefdesbrief aan haar geliefde. De toon is fijnzinnig en registrerend. Veel tijd van de vrouwelijke hoofdpersoon verglijdt in stilte en afwachting.
Tekstfragmenten zoals ‘alone, motionless’ of ‘all soft and silent / she waited’ staan geborduurd op wit damasten en linnen bedtextiel. De traagheid van het borduren vult de tijd van het wachten.
De variëteit en complexiteit van de steektechnieken nam toe.
De draden meanderen kantachtig over de voorstelling en vormen fijnberagde weefsels.
Vrouwen worden geïsoleerd in een donkere omgeving gezet en gaan tinkelen en glanzen onder de draden en glaskralen.
Oplichtende toverfeetjes en prinsessen worden in gereedheid gebracht, verwachtingsvol en aarzelend.
Met rode zijdedraad lokken subtiele accenten op nagels, lippen en mond of hoog gehakte schoenen.
De stoffen van de jurken lossen op en vormen nieuwe patronen in de getekende ruimte.
Er gaat een filmische loomheid uit van de beelden, het vergeelde kwetsbare papier moet zorgvuldig en weloverwogen, uiterst voorzichtig en tijdrovend bewerkt worden.

______________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Piet Mondriaan

Piet Mondriaan

Het zaaltje in het Gemeentemuseum den Haag met de Mondriaans.
Ik was alleen en stond in het ochtendlicht, dat gedempt werd door lichte doeken voor de ramen.
Rood, blauw en geel stonden tussen zwarte lijnen op geborstelde tinten wit.
Elke kleur rood was anders, net als de andere primaire kleuren.
Door de subtiele verschillen in kleurwaardes en door de relatie die de werken met elkaar aangingen gebeurde er iets wonderlijks.
De dwingende composities losten op en de kleuren leken te bewegen.
Het was beslist sensueel te noemen.

Vandaag opent in kunsthal KAdE in Amersfoort de tentoonstelling ‘De kleuren van De Stijl’, te zien tot 3 september.
De tentoonstelling legt de nadruk op kleurtheorie.
Diverse visies op kleur van de leden van De Stijl worden hier getoond.
Verder te zien: het gerestaureerde rood van Barnett Newman, het I.K.B. blauw van Yves Klein, het wit van Robert Ryman, maar ook de boeiende kleurtheorie van Josef Albers, die weer uitging van de rechtstreekse interactie tussen de kleuren. Hij heeft meer dan 1000 schilderijen gemaakt om zijn theorie te onderzoeken. Ook hedendaagse kunstenaars ontbreken niet, Olafur Eliasson toont een lichtinstallatie met het regenboogspectrum, we laten ons verrassen door Fransje Killaars, Katja Mater, Jan van der Ploeg e.a.
Catalogus met teksten van Robbert Roos, Marjory Degen en Nynke Besemer

Ook in Amersfoort: het vernieuwde Mondriaanhuis, heropend sinds maart dit jaar.

Aristoteles (4 eeuw v. Chr.) over kleur:
De oorzaken van de eindeloze variëteit aan kleuren: licht en schaduw, intensiteit, menging, glansverschillen, schuren, verbranden, de materie; geen enkele kleur wordt zuiver gezien.
Ook licht wordt door kleuren gekleurd.
Alle kleuren zijn mengsels uit drie componenten: licht, een medium waar het licht doorheen schijnt en een onderliggende kleur.
Kleuren van doorzichtig materiaal.

________________________________________________________________________________________________________________________________________

Masao Yamamoto - collectie Otto Schaap

Masao Yamamoto – collectie Otto Schaap

Vandaag een interview met kunstverzamelaar Otto Schaap.
Deze kleine foto van Masao Yamamoto hangt op een prominente plek in zijn huis, centraal in het blikveld vanaf de rustbank.

Otto, waardoor werd je geraakt in deze foto toen je hem kocht?
O.: Door de eenvoud en tegelijkertijd de enorme uitstraling.

Heeft deze foto ook een symbolische waarde voor je?
O.: Dat weet ik eigenlijk niet, daar heb ik niet over nagedacht.

Bij mij kwam dit werk in relatie tot Bevrijdingsdag in me op. Vrijheid wordt beschermd door de open hand.
O.: Verdomd ja, dat heb je goed gezien, haha.

Kun je een lijn in je verzameling aanwijzen?
O.: Kunstenaars zien er vaak een lijn in, maar ik niet. Ik doe maar wat, ik verzamel intuïtief wat ik mooi en interessant vind.

Met welk werk begon je verzameling?
O.: Dat weet ik nog goed! Dat was een tekening van een oude vrouw van William Kuik (Dirkje Kuik). Het was een mooie zomerdag in 1972. Bob Meijer (directeur van het KattenKabinet) haalde me met zijn toenmalige vriendin op en we reden in een open Bolide richting Brouwersgracht. Bij galerie Petit bezochten we de opening van William Kuik. Ik kocht de tekening die Kuik had gemaakt naar aanleiding van zijn boek ‘De held van het potspel’.

Heeft Bevrijdingsdag nog een speciale betekenis voor je?
O.: Eigenlijk meer de Dodenherdenking. Ik ga altijd naar de Apollolaan, (de Dam is me te massaal), daar ging ik al met mijn ouders naartoe en ook nu nog zie je er oude mensen (veelal oorlogsslachtoffers) met hun kinderen en kleinkinderen.

Wil je me iets vertellen over de oorlog hoe jij die als kind ervaren hebt?
O.: De inval van de Duitsers staat me heel duidelijk bij. Ik werd als 6-jarig jongetje ’s morgens wakker door de schietende vliegtuigen. Mijn ouders kwamen ons vertellen dat de oorlog was uitgebroken, waarop mijn broer en ik een vreugdedans op bed deden onder het uitroepen van ‘ha oorlog!’. Spoedig vonden wij het minder leuk. We moesten als Joodse kinderen van de gemengde scholen af en de Duitsers begonnen met razzia’s.
In de oorlog in 1942 circuleerden meerdere beschermde lijsten voor Joden om uitstel van deportatie te krijgen. De Diamantlijst bijvoorbeeld gold als zeer safe (een plek op deze lijst kostte een kapitaal), maar werd als eerste opgeheven, er waren geen overlevenden. Voor de Barneveldlijst, bedoeld voor kunstenaars en academici (zo’n 600 namen), hoefde niet betaald te worden. Deze lijst werd pas twee jaar later in 1944 opgeheven. Mijn vader die in het Joodse ziekenhuis het NIZ als internist werkte, verwierf met zijn gezin op voorspraak van zijn voormalige hoogleraar Interne Geneeskunde een plek op de Barneveldlijst.
Op een gegeven moment moesten wij vluchten omdat de Duitsers ontdekt hadden, dat wij bij de voormalige huishoudster van mijn grootmoeder spullen in bewaring hadden gegeven. Door verraad hebben ze ons toch weten te arresteren. Mijn moeder, mijn broer en ik werden in afwachting van verder transport naar de Hollandsche Schouwburg gestuurd, terwijl mijn vader werd opgesloten in de strafgevangenis op de Amstelveense weg. Ik was toen 9 jaar. We verbleven daar een dag of 10 in een enorme smeerboel temidden van chaos en hysterie, mensen die uit het raam sprongen en te pletter vielen.
Na een verblijf in kamp Vught werd mijn vader afzonderlijk van ons naar Westerbork gestuurd en onderweg mishandeld. Bij aankomst kwam hij in het ziekenhuis terecht. Daar rekte hij zijn verblijf. Het vreemde was dat zieken eerst opgekalefaterd werden om ze vervolgens veelal op een dodentransport naar het oosten te zetten.
In Westerbork belandde ik met mijn broer in het weeshuis. Mijn ouders werkten beiden in het ziekenhuis en konden geen toezicht op ons houden. Af en toe was er onderwijs. We speelden vaak buiten, landjepik bijvoorbeeld. Het weeshuis werd Joods orthodox geleid, dus we dansten de Hora (een Israëlische dans) en kregen godsdienstonderwijs.
Ook in Theresienstadt moesten mijn ouders in het ziekenhuis werken en werden mijn broer en ik wederom in een ‘Jugendheim’ gehuisvest. Onze ouders zagen we zo eens in de twee weken in het weekend. Ik werd bij een Deense kachelsmid tewerkgesteld waar ik het snel gezien had en wegbleef om door het kamp te zwerven. Mijn vader was furieus toen hij daarachter kwam, omdat hij bang was voor strafmaatregelen, maar de Duitsers interesseerde dit helemaal niet.
In februari 1945 kregen we toestemming om met een transport mee te gaan naar Zwitserland, waar we in quarantaine moesten. Uiteindelijk werden mijn ouders in een hotel in Clarens aan het meer van Genève gehuisvest en wij kinderen in het Beatrix Lyceum in Glion.
Met een ansichtkaart van een rood-wit-blauwe vlag van Luxemburg (NL was niet te koop) feliciteerde mijn vader me met de bevrijding. Niet veel later werd de atoombom op Hiroshima gegooid. Niemand begreep op dat moment wat dat was.
Door het oog van de naald zijn we gekropen.
We zijn er goed van af gekomen, temeer omdat we strafgeval waren.
Er zijn, zoals men weet, veel meer schrijnender verhalen uit WO II dan dit, die tragischer zijn afgelopen…

© Copyright 2017: Anke Roder

_________________________________________________________________________________________________________________________________________

Der Teufel im Glas, Duits 17e eeuws, collectie Kunsthistorisches Museum Wien

Der Teufel im Glas, Duits 17e eeuws, collectie Kunsthistorisches Museum Wien

Een kleine chronologie van angst.
Het donker, geluid (onverwacht), de dood, geluid (hard), het kwaad in alle gedaantes.
Deze duivel in kristalvormig glas uit de vroege 17e eeuw symboliseert volgens de omschrijving het uitgedrevene kwaad. Dit object zou de bezitter tijdens zijn leven rijkdom, geluk, macht en wijsheid brengen. Echter wel op duivelse voorwaarden, na zijn dood behoort de overledene de duivel toe. De enige manier om daaraan te ontsnappen is de verkoop van het object voor een lagere prijs. De laatste eigenaar brandt dan in de eeuwige hel.
Deze duivel is in ijzer gegoten en zit veilig opgesloten in het glas.
Wat ik echter mis zijn de hoorntjes en de staart. De duivel lijkt eerder op een dansende faun uit het Hellenisme of op een dronken sater, de volgeling van Dionysos.
Dit soort objecten gold in de Barok als bezienswaardigheid in keizerlijke verzamelingen en werden niet zelden geflankeerd door dieprode koralen en zeldzame schelpen.
Misschien werd de kleine sater-duivel als een talisman ook af en toe meegedragen in een borstrok of jaszak, om de eigenaar te behoeden voor dronkenschap, want het object is klein, 6,6 cm hoog en 3,5 cm breed.

Zowel de tekening van Dürer, als deze duivel in het glas werden verleden jaar geëxposeerd in het kunsthistorisch museum in Wenen, in een door Edmund de Waal samengestelde tentoonstelling over angst ‘During the Night’.

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________

Albrecht Dürer 'Traumgesicht' 1525, collectie Kunsthistorisches Museum Wien

Albrecht Dürer ‘Traumgesicht’ 1525, collectie Kunsthistorisches Museum Wien

Mijn dromen worden vaak bevolkt door dieren.
In drukke tijden razen de paarden in galop over heuvels en langs schuimende nachtelijke branding.
Dolfijnen trekken me onder water vliegensvlug door een gekleurde wereld en de kat die met rechte rug op me zat en me aankeek met een zeer leuk menselijk gezicht zal ik ook nooit vergeten.
Een tijd geleden droeg ik op gestrekte armen een klein wit biggetje op een rood fluwelen kussen door een donkere tunnel.
Het dier gaf zo veel licht, dat ik de weg door de duisternis met vertrouwen kon vervolgen.

Albrecht Dürer beschreef zijn tekening in de zomer van 1525 als een nachtmerrie.
Een neerstortende zondvloed verwoest het land op enige afstand van hem.
Water stort in vertraagde beelden van bergen in een niets ontziend natuurgeweld. Eenmaal dichterbij is het een razende orkaan van water.
Hij schrikt wakker, bevend van top tot teen, de droom blijft hem bij.
De volgende ochtend opluchting en een schietgebed.
En deze tekening! Traumgesicht.

De originele tekst op de tekening:
„Im 1525 Jor nach dem pfinxstag zwischen dem Mitwoch und pfintzdag in der nacht im schlaff hab ich dis gesicht gesehen wy fill großer wassern vom himmell fillen Und das erst traff das erthrich ungefer 4 meill fan mir mit einer solchen grausamkeitt mit einem uber großem raüschn und zersprützn und ertrenckett das gannz lant In solchem erschrack ich so gar schwerlich das ich doran erwachett edan dy andern wasser filn Und dy wasser dy do filn dy waren fast gros und der fill ettliche weit etliche neher und sy kamen so hoch herab das sy im gedancken gleich langsam filn. aber do das erst wasser das das ertrich traff schir herbey kam do fill es mit einer solchen geschwindigkeit wynt und braüsen das ich also erschrack do ich erwacht das mir all mein leichnam zitrett und lang nit recht zu mir selbs kam Aber do ich am morgn auff stund molet ich hy oben wy ichs gesehen hett. Got wende alle ding zu besten“[1] (Albert Dürer, Traumgesicht, 8. Juni 1525)

_______________________________________________________________________________________________________________________________

Christof Yvoré, Untitled 2010

Christof Yvoré, Untitled 2010

De stilte in de schilderijen van Cristof Yvoré (1967 – 2013) is niet van het aangename soort.
Veel schilders zijn gefascineerd door het licht, door kleine huiselijke onderwerpen en dat al sinds heuglijke tijd.
Juist in dit soort thema’s komt het karakter maar ook het talent van de maker ten volle aan het licht.
Waar de stillevens van Morandi de mediterrane zon nog ruimschoots toelieten, is het daglicht bij Yvoré nagenoeg verdwenen.
De luiken zijn gesloten en het spaarzame licht dat kan ontsnappen valt op sombere muren en oppervlaktes.
Logge volumes drukken hun gewicht in het centrum van het schilderij.
De bloemen in de gebeeldhouwde vazen zijn spookachtig en eveneens volumineus.
Hij schilderde zijn eigen grafbloemen, op vele doeken staan ze in loden vazen naast en achter elkaar.

ZENO X Gallery in Antwerpen beheert het nalatenschap en toont zijn werk met regelmaat.
Op dit moment is zijn werk voor het eerst in Azië te zien bij M WOODS, Beijing China

________________________________________________________________________________________________________________________________________

Christie van der Haak , installatie Wolfsonian Museum Miami

Christie van der Haak , installatie Wolfsonian Museum Miami

La Grande Dame Christie!
De rode loper wordt ontrold.
Aan haar de eer om deze als eerste te betreden.

Twee jaar geleden, ik had zojuist mijn laatste kunst van de dag stukje weggetikt, ontving ik via Jane Huldman (Stroom den Haag) een uitnodiging om nogmaals te schrijven, ditmaal voor Christie van der Haak: Sproken/Fairy Tales.
Later in dat jaar zou de Piet Ouborg Prijs 2015 toegekend worden aan Christie, daaraan was o.m. een omvangrijke publicatie verbonden en een presentatie in het Gemeentemuseum Den Haag.
Na het bezoek aan Christie en haar man Philip Peters, hoog in een gebouw omgeven door schoonheid en historie, schreef ik een sprookje over een spiegelpaleis dat op een berg staat en zijn schaduwen richting verleden en toekomst werpt.
In het paleis kwamen alle aspecten van haar kunstenaarschap samen. Hoe haar weelderige stoffen ontstonden uit de gelaagde schilderijen, en hoe deze weefsels zich voegden naar ruimtes en meubels.

Haar roem strekt zich nu uit tot ver over de grenzen.
Zie het Wolfsonian Museum in Miami. De Miami Herald schreef :’You don’t even have to enter the museum to be captivated.’
Als een flonkerende kristal staat het gebouw zonovergoten en stralend en weerkaatst de kleuren in alle richtingen.
Het lokt het publiek via haar gestoffeerde lobby naar de tentoonstelling over Dutch Design.
Het sprookje is werkelijkheid geworden.

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

P1010560

Anke Roder - Indigo Landscape 2015

Anke Roder – Indigo Landscape 2015 – Park collectie Rotterdam

Na elke grote storm is de hele Noordelijke kustlijn getransformeerd.
Er is een nieuw landschap ontstaan met bergen zeewier, plastic, schoenen, rubberen handschoenen, stevig visserstouw in grote kluwens met oplichtende kleuren en stukken hout. Twee winters geleden lag de hele kust bezaaid met Russische donsjassen.
De balken van losgeslagen dijkversteviging en de stukken hout waarvoor we naar de zee komen, zijn verweerd en bijna fossiel geworden, uitgewerkt en op een mooie manier geërodeerd. Het karakter van het blok hout bepaalt vaak de aard van het geschilderde landschap.
Het werk ‘Indigo Landscape’ is geschilderd op een dik blok zeer zwaar eikenhout, aan de achterzijde onregelmatig en olieachtig donkerbruin, aan de voorzijde de complementaire kleur van de nacht.
Het hout heeft de reis door het water gemaakt, na het droogproces in het atelier en de twee maanden droogtijd van het olieverfgedeelte werd het deze maand verscheept naar Maastricht en onlangs weer getransporteerd naar Rotterdam, waar het nu deel uitmaakt van de Park Collectie. Het schilderij verkeert in aangenaam gezelschap van Ronald Zuurmond, Olphaert den Otter en Han Klinkhamer.

________________________________________________________________________________________________________________________________

Camille Flammarion Copy
De Hemelkijker

Lang werd gedacht, dat dit een anonieme gravure uit de zestiende eeuw betrof.
De houtgravure werd voor het eerst gepubliceerd door Camille Flammarion in zijn boek ‘l’atmosphère : météorologie populaire’ in 1888 en sindsdien aan hem toegeschreven.
Het betreft een illustratie van een Byzantijnse legende, waarin drie monniken op zoek gingen naar een aards paradijs, waar hemel en aarde elkaar raken. Ze vinden uiteindelijk de knielende heilige Macarius Romanus in een lieflijk landschap bij de poorten van het paradijs ( bron NRC).
De legende over deze Macarius werd al in 323 v. Chr. verteld, daarin zoekt de heilige naar de onsterfelijkheidsbron. In een joodse versie wil hij het paradijs veroveren.
In de teksten van de astronoom Flammarion belicht hij in lyrische beschrijvingen de schoonheid van de aarde, met haar nevelige bergen, spiegelende meren, magnifieke zonsop- en ondergangen, overkoepeld door een prachtige blauwe hemel, ‘die het oneindige toont in uw diepten: uw bestaan en schoonheid zijn slechts te danken aan dat lichte maar toch machtige fluïdum dat zich uitstrekt over de aardbol. Zonder dat zou niets van die vergezichten en niets van al die subtiele schakeringen bestaan.’ (bron Skepsis).

Deze prent van de Hemelkijker hangt al jaren in mijn atelier.
Het lichaam van de figuur bevindt zich tussen dag en nacht. De aarde is begroeid met bloemen en een boom, we zien dorpjes in de verte overgaand in een landschap dat bergachtig is maar ook gelezen kan worden als een oneindige golvende zee.
Macarius steekt zijn hoofd vanuit de nachtelijke duisternis met flonkerende sterren dwars door de atmosferische dampkring en daar is de ware magie alleen voor hem zichtbaar. Een verlicht heelal zonder begin of eind, planeten, wolken, nieuwe zonnen en een wiel dat de tijdloosheid of eeuwigheid verbeeldt.
Achter de zichtbare werkelijkheid zien we een oneindig coulissen-landschap van meteorologische fenomenen, ijsschotsen, regen, wolkenpartijen, zonsondergangen en maanopkomst, en het dubbele wiel dat door alle windrichtingen aangedreven en tegelijkertijd om de eigen as draait.

Alle elementen en dimensies komen samen, tijd lijkt stil te staan zoals ook elk kunstwerk een momentopname is.
De horizon, het punt waar op grote afstand de hemel en aarde elkaar raken, zal altijd en vanuit elk gezichtspunt op afstand blijven. In een leeg en vlak landschap strekt die horizon zich naar alle kanten in een cirkel uit, waarvan jij, draaiend om je eigen as het middelpunt en eerste dimensie bent. Net als in het dubbele wiel, is de tweede dimensie de draaiende aarde met de middenas.
In de derde dimensie, het heelal, zijn ontelbare sterrenstelsels en universa, stervende planeten, nieuwe sterren, een kolkende, cirkelende, exploderende en voortdurende beweging met zwarte gaten, die materie laat verdwijnen naar onbekende gebieden.
De factor tijd is hierbij buiten beschouwing gelaten, omdat tijd begrenst.
Voor mij verbeeldt deze prent grenzeloosheid en oneindigheid, het mysterie van de horizon.

Gepubliceerd oktober 2016 blog ‘Nothing But Good Art’

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________

Anke Roder- collage afbeelding cover tijdschrift Speling

Anke Roder- In de Tuin collage, cover tijdschrift Speling winter

Het noordelijke land ligt wijds en leeg verzonken in stilte. De akkers zijn omgeploegd, overal glanzen de vlaktes met golvende zeeklei. De vorst kan zijn werk doen. Ademwolken vermengen de warme met de koude lucht. We hakken het hout en stoken de vuren nog wat verder op.

Bij de kust verzamelden zich duizenden trekvogels in ondiep water. Ze stegen en daalden en schreven meanderende lijnen op het lege blauw.
Het oriëntatievermogen van vogels is opzienbarend. Doelgericht verplaatsen ze zich op grote hoogte richting licht en warmte. Naar het schijnt richten ze zich tijdens hun vlucht op de sterren en de zonnestand om hun navigatie te bepalen en raken ook zij hoog in de lucht gedesoriënteerd als de zon verdwenen is achter dichte mistflarden.
De vogels in onze wintertuin hebben daar geen last van. Die tikken om beurten aan de poort van het insectenhotel in de hoop op een knapperig hapje eiwitten. Ze vervolgen hun weg langs de oude boombast en storten zich op de zaden uit het voorbije seizoen.

Onder de vlonder van het druivenpaleis hebben de egels tussen de bladeren hun dromen in gereedheid gebracht. De bomen slapen en tekenen net als de vogels in de voorgaande maand hun lijnen tegen de achtergrond van voorbijschuivende luchten.
De dagen lijken te verglijden in schemerachtigheid.
De collage ‘In de Tuin’ op het omslag toont de wintertuin. Een winterbloeier, het zou een vroege krokus kunnen zijn, buigt zich richting zongebleekt papier. De grijsblauwe kleur toont de ruimte van korte dagen.
We bevinden ons in de laatste maand van een jaar dat afloopt.
Onze omgeving zal grijs, krakend helder of oogverblindend wit kleuren.

Gepubliceerd tijdschrift Speling Winter 2016

_____________________________________________________________________________________________________________________________________

Anke Roder - Funghi collage, cover Tijdschrift Speling Herfst

Anke Roder – Funghi collage, cover tijdschrift Speling herfst

Er komt traagheid over het land.
De uitzinnige bloei ligt achter ons, net als de kleurenexplosie van de voorbije maanden. Tussen mosgroene wolken worden de warme tinten van het volgende seizoen gemengd. De vruchten hangen zwaar aan de diep doorbuigende takken, de oogst van oude soorten is rijk dit jaar.
Zo staat er een kronkelige appelboom voor ons raam, die in tientallen jaren door de zeewind een grillige groeivorm ontwikkelde met mooie tegenbewegingen voor het volmaakte evenwicht. De ruwe bast is bekleed met okergele en lichtgroene korstmossen. Ondanks enkele ziektes en kankerachtige vergroeiingen, die bij oude rassen veel voorkomen, staat deze boom elk jaar in volle bloei, zijn de bladeren gezond en de vruchten smakelijk.

De hier en daar bewaarde boomstronken van bomen die de herfststormen niet overleefden, zijn druk bewoond door tal van insecten. In deze vochtige biotoop wandelen paddenstoelen in colonne over de bast. Ook daar waar de wortels van de boom nog diep in de grond liggen, ontstaan groepen met diverse soorten fungi.
De monumentale vormen van de collage ‘Funghi’ op het omslag introduceren de herfst in stemmige ingetogen kleuren.
Langzaam zal de kleur uit de tuin verdwijnen en plaats maken voor een grafisch spel van silhouetten, dat zich aftekent tegen het lage licht van de najaarszon.

Gepubliceerd tijdschrift Speling Herfst 2016

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Anke Roder - Vlinderbloem collage, cover tijdschrift Speling zomer

Anke Roder – Vlinderbloem collage, cover tijdschrift Speling zomer

De lente kwam laat en plotseling. Pas half mei durfde de bloesem los te barsten, met gevaar voor eigen leven, want nog altijd lagen de Ijsheiligen op de loer. Maar toch, ineens was er oogverblindend licht, de temperaturen stegen opzienbarend en overal ontwaakten insecten op zoek naar nectar.
De oude perenboom in onze tuin was gehuld in witte betovering, de geur bij zonsopkomst was bedwelmend, enkele dagen later volgde zacht roze en aarzelend de kronkelige appelboom. De klimrozen aan hun voeten veerden op en zochten met groene bladeren de weg langs de stam richting hoogte. Over enkele weken zouden de eerste kleine vruchtaanzetten verschijnen en de eerste rozen bloeien.

De vlinderbloem staat op het omslag. Het is meer een abstracte afgeleide dan een concrete afbeelding. De titel is associatief gekozen, de bloemvorm lijkt op een vlinder en in de tuin viel het me op, dat de bloemen waar vlinders op afkomen vaak ook op vlinders lijken. Ze hebben transparante verderlichte bloembladeren in delicate kleuren. Een Engelse kunstenaar, Cedric Morris, kweekte een speciaal soort papavertjes in de subtiele pastelkleuren van parelmoer. In een tuin schilder je eigenlijk met de kleuren van de natuur.

Achter in onze tuin hebben we net als verleden jaar een groot stuk grond om laten ploegen, vervolgens fijn aangeharkt en ingezaaid met zaden van een vlinder- en bijenmengsel dat gedurende het hele seizoen in telkens wisselende kleuren en hoogtes bloeit. Het is er altijd enorm druk met fladderende vlindersoorten, nachtelijke motjes in prachtige fluwelige texturen en kleuren, gonzende hommels en bijen en talrijke insecten in de meest wonderlijke kleuren en schilddecoraties.

De fruitbomen die om het veld staan, buigen zich vriendelijk en zwaar beladen over de zomermaanden. Van de oogst maken we sap, stroop en koken volgens een bijzonder leuk terugkerend ritueel ‘Membrillo !’, een kweepeerpasta volgens aangepast Spaans recept. Deze ingedikte stevige vruchtenkoek heeft een betoverend aroma en smaakt met name zeer bijzonder in combinatie met de eveneens Spaanse kaassoort Manchego. Zo duren de zomermaanden nog voort in de loop van het volgende seizoen.

Gepubliceerd tijdschrift Speling Zomer 2016
________________________________________________________________________________________________________________________________________

Anke Roder - Schermbloem collage, cover tijdschrift Speling

Anke Roder – Schermbloem collage, cover tijdschrift Speling lente

Het jaar begint in onze tuin met de bloei van de Helleborus. Wonderbaarlijk, hoe zulke tere klokken bestand zijn tegen het gure winterklimaat. Ze hebben natuurlijk vele eeuwen geoefend in de Alpen en daardoor eigenschappen ontwikkeld, waardoor ze warmer zijn dan hun omgeving. Het is mogelijk om zelf nieuwe verrassingssoorten te kweken, eenvoudigweg door ze tijdens de bloei handmatig te bestuiven, enkele van deze bloemhoofden in een papieren zakje te binden en zo de zaadjes in de loop van de meimaand op te vangen. Deze zaden kunnen in de winter geplant worden en in de daaropvolgende lente kunnen de kleine plantjes uitgeplant worden. Het resultaat is uiteindelijk opzienbarend. Er ontstaan bloemen met geheel nieuwe kleurschakeringen.

Maart betekent de aankondiging van een nieuwe lente. We kijken het groen uit de grond. De vogelgeluiden zwellen aan, gevolgd door de strijd om de beschikbare damesvogels.
Het werken in de tuin is van belang voor het ontstaan van de collages.
De diversiteit van de plantenwereld begint al bij de zaadjes, minuscuul klein en los over de aarde gestrooid, zwaarder van aard en liefst dieper in het duister geplant, of vederlicht voorzien van een transparant vlies dat door de wind ver verspreid kan worden.
De collage op het omslag heet ‘Schermbloem’. Dat is een algemene naam van een plantenfamilie van wel 3.500 soorten. Deze schermbloem is afgeleid van de meest in het oog springende kenmerken, een sterke steel en bloei met een scherm vol zaadjes.
De meest indrukwekkende is misschien wel de Engelwortel, soms ook Aartsengelwortel genoemd, ook in onze tuin aanwezig. Ze zijn dol op natte voeten, de Groninger klei is dusdanig geschikt, dat ze in het volgende seizoen met indrukwekkende afmetingen zullen oprijzen tussen de lagere soorten.

Gepubliceerd tijdschrift Speling Lente 2016

_________________________________________________________________________________________________________________________________________

P1010555

Boek Christie van der Haak 'Sproken /Fairy Tales' uitg. Stroon Den Haag en Jap Sam Books

Boek Christie van der Haak ‘Sproken /Fairy Tales’ uitg. Stroom Den Haag en Jap Sam Books

WELKOM IN HET SPIEGELPALEIS

‘It seemed to her that certain parts of the earth must produce happiness like a plant indigenous to that soil and unable to flourish anywhere else.’
Gustave Flaubert –Madame Bovary

Op de sneeuwwitte berg staat het spiegelpaleis.
Het werpt zijn lange schaduwen vooruit richting toekomst, naar boven om te weerkaatsen op glorieuze wolkenpartijen en naar achteren, op de donkere bossen daar in de diepte, met paden geplaveid door schilderijen, de kijkende Madonna’s, de zingende vogels, het begin van een blijmoedig, warm en tintelend feest.
Als we het paleis betreden, langs heraldische banieren geluidloos over hoogpolig tapijt door de gangen lopen, de handen langs de wandbekleding strijken, een vluchtige blik in de ruimtes werpen, klinken ritmes in de verte.

Herinneringen voeren ons naar de eerste kamers.
Ik groeide op in een omgeving van stoffen in het Zwarte Woud.
Mijn vader ontwierp garens, weefsels en interieurstoffen en zette op telkens andere locaties nieuwe afdelingen op met de nieuwste weefmachines.
Ik herinner me de gedrapeerde stoffen in zijn werkkamer, de immense klossen met harige draden in felle kleuren, bijeengehouden door dunne, glanzende, zijden draden.
De stalenkaarten met de mooie kleurverlopen, het diep gekleurde fluweel in brede contrasterende banen, de linnen-zijdemengsels in de meer ingetogen en delicate stoffen voor de Italiaanse mode-industrie.
Ons huis was volledig gestoffeerd met zijn ontwerpen, transparantie afgewisseld met dekkende grafische patronen in bijenraat ritmes, open weefsels voor de ramen.
De bank was bekleed met een donkerblauw wollen stof, waardoorheen paarse en donkergroene lijntjes geweven waren, de tapijten waren handgeknoopt met afwisselende laag- en hoogpolige grafische ritmes.
Wij speelden met de lange gekleurde draden en de zelfverzonnen weefsels op kleine houten weefgetouwen.

In het paleis betreden we de wereld van Christie van der Haak met een blik der herkenning. Echo’s klinken in de motieven en kleuren. Duizelingwekkende patronen vermenigvuldigen zich caleidoscopisch naar alle kanten. De regenboog spiegelt tot kleurencirkel, het prisma werpt een spectrum op een nieuwe Haute Couture van de schilderkunst.
Diep verborgen in het midden liggen de ruimtes waar het inmiddels aanzwellende geluid ontstaat. De opgestelde weefmachines ratelen en stansen hun pulserende ritmische ordening. Ketting en inslag liggen beurtelings onder of boven, spoeldraden ontrollen hun kleuren en structuren als ze opgetild worden. De volgende kettingdraad weeft het spiegelbeeld. Dit is de plaats waar het wonder zich in lange banen ontplooit, ontrolt en in golvende meters ontvouwt.
Aan het roer staat Christie van der Haak tussen oorverdovende imposante machines en zingt haar Opera op de maten van de gedicteerde aangestuurde machinale ritmes. Ze mengt gekleurde draden en zingt, stuurt haar patronen bij en zingt verder op het ritme van een nieuwe cadans.

Haar stoffen betoveren de ruimte, het geluid wordt gedempt, men fluistert, want de omgeving is uitbundig. Hier zijn grote decorstukken in gereedheid gebracht, veelomvattend, verrijkend, weldadig, bedoeld om de geest te openen.
De divan wentelt zich wellustig onder de patronenpracht. De gestoffeerde stoel blijft leeg, want te mooi. De grote kussens verlokken en verleiden met namen als ‘Onyx’, de zwarte stof die schittert en oplicht onder invallend strijklicht, ‘Vuuropaal’ of ‘Tourmalijn’ die hun vlammende kristalkleuren op telkens nieuwe wijze weten te kiezen.
Sterrenmos wordt stof, boombast wordt lijn, ontelbare insecten verlenen hun kleuren aan elke vierkante oprijzende oppervlaktemeter in afwachting van de eerste aanraking.

In transparante glasspiegeling danst de Octopus als Cameleon over gekleurde regenbogen. In de zee van glas buigen we ons over tafels gedekt met Damast, waarop duizend florale borden zich aaneen rijgen tot lemniscaat in zalen zonder begin of eind.
Gasten arriveren, de gebroeders Grimm nemen plaats onder vurige hemeltongen, ogen worden fruit, rozenranken omlijsten de diepe rijkdom en uniciteit van het leven. Monsieur Lheureux wijst Madame Bovary op de nieuwste aller stoffen, zie hier, deze exquise Jacquard. Ook de verleiding neemt haar plaats in. Huysmans selecteert zijn romanbeelden, Baudelaire, bedwelmd visionair, schrijft het tweede couplet van zijn uitnodiging tot de reis :
Gleaming furniture,
Polished by the years,
Will ornament our bedroom;
The rarest flowers
Mingling their fragrance
With the faint scent of amber,
The ornate ceilings,
The limpid mirrors,
The oriental splendor,
All would whisper there
Secretly to the soul
In its soft, native language.
There all is order and beauty,
Luxury, peace, and pleasure.

Aan het hoofd van de tafel neemt de koningin haar plaats in.
Het feest kan beginnen.
Welkom in het spiegelpaleis van Christie van der Haak.

Gepubliceerd in boek Christie van der Haak ‘Sproken/Fairy Tales’ 2016

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Anke Roder 'Wad in de lente' cover tijdschrift Atelier 2015

Anke Roder ‘Wad in de lente’ cover tijdschrift Atelier 2015

Is de lucht blauw en hoe schilder je die ?

Lucht is natuurlijk niet blauw maar transparant en heeft de kleur van het moment van de dag. Een zonsopgang kan lichtrose of geel zijn, bij bewolkt weer ervaren we de hemel als grijs, de kleur van nevel is ondefinieerbaar en geef je weer door de mistigheid van het landschap. De zonsondergang is soms rood, soms oranje en duurt lang of slechts enkele minuten en gaat dan over tot de avondblauwe nachtkleuren. Sommige zomernachten lijken groenblauw, een winternacht is echt diepblauw en ijzig donker.
De onbewolkte dagen hebben al naar gelang het seizoen verschillende tinten blauw.
Het blauw van de hemel kun je op veel verschillende manieren schilderen. Een onderschildering bepaalt het soort blauw. Ook de keuze voor een pigment bepaalt de variëteit in blauwvariaties. Ik werk zelf met encaustiek, een zeer oude schildertechniek, waarbij pure gezuiverde bijenwas au bain marie gesmolten wordt en op kleur gebracht met pigmenten. Met deze verf kun je de transparantie van de lucht mooi benaderen. Niet alle pigmenten zijn geschikt om in de warme gesmolten bijenwas te gebruiken. Sommige Oxyde kleuren kunnen door een chemische verbinding veranderen als je ze verwarmt.
De geschilderde lagen werken allemaal door en zo ontstaat een blauw dat leeft omdat het niet overal hetzelfde is. Als contrast tot de lucht schilder ik het landschap met olieverf. Olieverf is pasteus en heeft een materie waarmee je de bewegingen in het landschap goed kan weergeven.
De tegenstelling tussen die twee materiaalsoorten bewerkstelligen een ervaring van ruimtelijkheid. De blik kan ver weg kijken in de lucht, maar ook de olieverfstreken volgen als de lijnen in een landschap.

Gepubliceerd tijdschrift Atelier 2015

_________________________________________________________________________________________________________________________________________________

31 teksten over kunst gepubliceerd online als gastauteur voor galeries.nl onder de rubriek’Kunst van de dag’

0195282zwaan_a

Albert Zwaan

Rokjesdag ligt alweer ver achter ons.
De wereld heeft weer kleur gekregen.
Dit Dijkhuis heeft zin in de zomer, de rivier stroomt buiten ons zonnige zicht.

Bij Albert Zwaan is er alle dagen kleur en verf in grote zomerse helderheid en opgewektheid.
De werking van de verf zelf wordt onderzocht, en daarbij gepenseeld, getrokken, opgestuwd, gehavend, geborsteld, geschraapt en weer opgebouwd.
Het werkveld is eclectisch met aandacht voor de samenhang, die je ook in zijn tekeningen duidelijk ziet.
Sommige doeken zijn schraler van opzet met grafische vlakken die de afbeelding niet meer nodig lijken te hebben.
Geen enkele kleur ontbreekt in dit dagelijkse complementaire spel.
In essentie liggen onder de afgebeelde stadslandschappen en geïsoleerde huizen met hun ritme van vlakken en lijnen in de ruimte, onze herinneringen aan al die steden die we bezochten.
Als het voorjaar bij zonsopkomst de gekleurde muren verlicht en het niet de muur is, die je ziet, maar de grote kleur in de gedempte omgeving van de schaduwen.
Of de langgerekte zomeravond, die met onwaarschijnlijke kleuren de volgende mooie dag aankondigt. Vanuit het rood worden de silhouetten langzaam in het blauw opgenomen.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Katrien De Blauwer Féminin(30) 2013 collage

Katrien De Blauwer Féminin(30) 2013 collage

Katrien De Blauwer

Al vroeg waren de nachten een natuurlijke habitat.
Het duister was eng, zeker in de donkere uithoeken van de kamer en onder het bed.
Met een grote sprong kon je ontkomen aan de zwarte afgrond en zo’n stekkerlampje in zacht rose kleur hielp ook niet echt. De fantasie was te groot en de monsters daaraan evenredig. Uitkomst bood een kleine zwart-wit televisie in mijn kamer, waarop ik op de zachtste stand films bekeek. Hoorde ik iets, dan ging het beeld op zwart, was het stil, dan keek ik verder.
Onuitwisbaar bleef de film Blow-Up van Michelangelo Antonioni, die ik zag toen ik een jaar of 9 was. Te jong, roepen alle ouders in koor, mijn eigen ouders voorop, als ze er weet van hadden gehad. En toch denk ik niet, dat me iets ontging, of dat de beelden het begrip te boven gingen. Toen ik deze film, gebaseerd op een novelle van Julio Cortázar, later terug zag, bleek ik me elke scène te herinneren.

Dat Katrien De Blauwer de filmbeelden van Antonioni als invloed in haar werk benoemt is herkenbaar. We zien intermenselijke relaties, waarbij emoties als drijvende kracht uit alle beelden spreken. Soms zijn de momenten oncomfortabel, de blik steels, terloops, verholen en vaak afgewend van pijn, verdriet, verlies, lust, leven en dood. Uitdrukking van wat we zijn en wat we voelen ligt in de kleine gebaren, de stille gezichtsuitdrukking, naakte huid versus bedekkende kleding, de fragmenten van hoe we bemind worden.
De samengevoegde beelden zijn uit een zwart-witte tijd en liggen op vergeeld of vergrijsd houtachtig papier. Anonimiteit en herinnering, intimiteit en ervaring, vluchtige ontmoetingen, het verborgene, dat alleen voor het gevoelige oog zichtbaar zal blijken te zijn.
Net als de fotograaf in de film van Antonioni gebruikt De Blauwer de stills om haar aandacht te richten op het werkelijke zien van ogenschijnlijk onopvallende maar veelbetekenende details.

___________________________________________________________________________________________________________________________________

Els Timmerman 'Onder de brug 140 x 110 cm houtskool op papier

Els Timmerman ‘Onder de brug 140 x 110 cm houtskool op papier

Els Timmerman

Els was vele jaren geleden mijn docente tekenen op de kunstacademie in Den Bosch.
Meer nog dan de lessen in tekenen -een poot heb je, of heb je niet- staan mij de lessen in kunstenaarschap bij.
Dat ging heel terloops over mentaliteit, houding, de vragen die je moet leren stellen, op welke manier kun je het lege vlak bedwingen, wat is ruimtelijkheid en hoe leer je ontdekken wat bij jou hoort.
Dat alles ging gepaard met een tomeloze energie.
Als een dompteur in de arena zweepte ze de klas op tot het verleggen van visuele grenzen.
Deze lessen lagen uiteraard ook in het verlengde van haar eigen werk, dat genadeloos bedwingt, overspoelt en in monumentale beweging de banen van water en spiegeling laat zien.

De tekening wordt vaak als intiem ervaren, bestemd voor de meer ervaren kijker, een ingewijde in de verfijnde kunst.
Het papier is de ruimte en die ruimte laat je intact middels de lijn.
Het lineaire tekenen laat gedachtes zien, is het voortraject van het zoeken naar definitieve beelden.
In het werk ‘Onder de Brug’, zien we de sublimatie van een leven lang kijken naar water.
De essentie is beweging, ritme en spiegeling.
Het oppervlak toont de omgeving in vertekende vorm.
Water beweegt, is onvoorspelbaar en ongrijpbaar.
We zien stadslichten maar ook weerspiegeling van wolken, regen en windritme.
Een geschreven ode aan de natuurelementen.

____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

0195525kampen_h

Hillebrand van Kampen

De kleuren zijn verbleekt en stonden op het punt te verdwijnen.
Zo heb ik zijn werk ooit leren kennen bij galerie Onrust.
De verf reliëfs waren mysterieus, gelaagd en uitzonderlijk licht ondanks de verfmassa.
Pas later begreep ik de opbouw, dat voor de doeken gevonden borduurwerken van bloemstillevens als basis dienden en dat die bloemmotieven ook weer het onderwerp werden.

De nieuwe serie ‘Dutch interieurs’ van Hillebrand van Kampen werd begin dit jaar getoond in Wenen.
De Hollandse helderheid en de speelse vlakverdeling doen me steeds denken aan Bart van der Leck, een kunstenaar waar ik als kind stapeldol op was en waarvan ik de ansichtkaarten op mijn muren prikte. Ook bij deze interieurs is net als bij eerdere schilderijen hergebruikt borduurwerk het uitgangspunt.
Nooit meer Horror vacui, geen maagdelijk witte doeken die je aangapen, maar juist het tegenovergestelde, overvolle geborduurde taferelen, waarbij elke centimeter reeds werd aangeraakt in de ontelbare uren van het verleden.
De aandacht, waarmee elke kruissteek werd geteld, de gekleurde draden door de voorstelling werden getrokken, de rafeltjes en knoopjes die zich aan de achterzijde bevonden, dit alles gaat over energie. Deze energie blijft voelbaar onder de geborstelde en gemodelleerde lagen acryl- en olieverf, die in hun openheid verbinding blijven houden met de ondergrond.
Met dezelfde aandacht als het handwerk wordt de verf laag na laag tot tapijthoogte geschilderd. Er ontstaat een wonderlijke verschuiving van motieven met nieuw geplaatste perspectieven.
De sensualiteit van het verfoppervlak refereert aan huid en daarmee weer aan het prille begin van de realistische onverhulde naakten die van Kampen in de vorige eeuw schilderde.

______________________________________________________________________________________________________________________________